Op bezoek bij Henk Helmantel en zijn gemeentebestuur

Bewonderend buig ik voorover om de glazen fles van dichtbij te bekijken. In de fles zie je de weerspiegeling van de ramen achter je. Als je goed kijkt, zie je zelfs het interieur van de kamer. De fles is niet echt. De kast ook niet. Ze zijn bedrieglijk echt geschilderd. Henk Helmantel, die het schilderij maakte, staat naast me. ‘Tsja, dat is talent’, lacht hij bescheiden.

‘En heel veel oefenen’, denk ik er bij. Helmantel (1945) viert dit jaar dat hij vijftig jaar kunstschilder is. Met een overzichtstentoonstelling in zijn eigen expositieruimte, De Weem, bewijst hij dat het ook een kwestie van oefenen is. ‘Je eerste werk is nooit het beste’, zegt de meester. ‘Het heeft me jaren gekost om op een goed niveau te komen. En dat hoop ik nog lang vol te houden.’

Meesterschap

Helmantel weet als geen ander wat je met verf kunt doen. Sinds het boekje ‘Uitblinkers’ (Outliers) van wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell weten we dat het tienduizend uur (en talent) kost om ergens echt goed in te worden. In muziek maken, in kuikens seksen, in sporten of in schilderen. Je hersenen leggen nieuwe verbindingen. Het is een kwestie van trainen: in wat je veel doet, word je beter. Misschien wel een expert. Het verschil tussen een schaakmeester en een schaakgrootmeester? Misschien talent. Maar zeker ervaring.

Ik bezoek Helmantels expositie en zijn atelier in Westeremden tijdens het gemeentebezoek aan Loppersum. Ik spreek met de burgemeester, het college en de gemeenteraad en ik ontdek een patroon. Loppersum is het hart van het aardbevingsgebied. Of je het nu hebt over veiligheid, politie, onderwijs, zorg, huisvesting of gemeentefinanciën, het gaat altijd óók over de effecten van gaswinning. Sinds de beving in Huizinge is Loppersum het epicentrum. Van de gasbevingen, maar ook van de zorgen, van de activiteiten, van de politieke besprekingen en van de versterkingsoperatie.

Steeds beter

In wat je veel doet, word je steeds beter. Alles wat bij de aardbevingen moest gebeuren, begon in Loppersum. Hier werden dingen uitgeprobeerd en hier werden ook de eerste vergissingen begaan. Hier werd voor het eerst zichtbaar dat mensen aan het eind van hun latijn zijn. Boos en gefrustreerd door aanhoudende onzekerheid. Het had dus maar zo kunnen gebeuren dat Loppersum massaal cynisch was geworden. Murw gebeukt door aanhoudend slecht nieuws. Door het gevoel dat er niet naar je wordt geluisterd.
Maar het tegendeel is waar. Verdriet, teleurstelling en woede zijn voelbaar. Raadsleden, wethouders en ook de burgemeester: ze hebben allemaal zelf ook aardbevingsschade. Ze weten hoe het voelt. Ze zien welke prachtige panden reddeloos verloren zijn. En natuurlijk grijpt ook hen dat soms naar de keel. Maar ze ze gaan door en zoeken naar de beste kansen voor Loppersum.
Wat ik vandaag bewonder is dat iedereen die ik spreek onvermoeibaar op zoek is naar mogelijkheden om Loppersum – de gemeente met de op één na sterkste krimp van de provincie – er over tien jaar beter voor te laten staan dan vandaag. Raadsleden spreken over ‘koppelkansen’ met de versterkingsoperatie. Over betere scholen. Geschiktere huizen. Ik neem mijn petje diep af voor zoveel veerkracht en volharding. En zoveel vakmanschap, want in wat je veel oefent, word je beter.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *