100% Henk. Daar moest ik even aan wennen.

Ik heb vandaag een ridderorde mogen spelden op het jasje van een scheidende burgemeester. Voor mij was dat niet zo maar een burgemeester. Het was Henk Bakker. En met hem heb ik een lange professionele band die gaandeweg persoonlijker werd. Vandaag hanteerde hij voor het laatst de voorzittershamer in Bedum.

(Foto: DvhN)

We konden in de krant al lezen hoe het afscheid moest gaan. Henk hield in de afgelopen week open kantoor. Iedereen die dat wilde, kon bij hem langskomen. De koffie is klaar. En verder geen poeha. Het liefst was hij aan het eind van de dag ‘gewoon’ naar huis gegaan. In stilte afscheid nemen. Dat is een van de weinige dingen die Henk niet is gelukt.

Even wennen: 100% Henk

Wij kennen elkaar al lang. Waarschijnlijk al sinds 1990, toen ik gemeenteraadslid in Groningen werd en Henk een van de ambtenaren was die kwamen kijken hoe we hun vakkundige voorstellen mishandelden. Intensief werd ons contact zo’n 20 jaar geleden. Ik was wethouder en Henk werd gevraagd om tijdelijk directeur te zijn van de Milieudienst, als waarnemer voor zijn zieke vriend en collega Casper Smit. Toen Casper overleed, is Henk gebleven.

Jaren later werd Henk gevraagd als gemeentesecretaris. Hij weigerde. Toen hij dat voor de tweede keer gedaan had, verzuchtte Henk: “als ik nog een keer gevraagd word, kan ik niet meer weigeren.” En zo ging het precies. Hij liet daarmee zien hoe loyaal hij is. Hoe dienstbaar aan de publieke zaak. En ik vraag me nog regelmatig af wat er was gebeurd als ik hem gewoon drie keer had gevraagd om nog even aan te blijven als waarnemer!

Ik denk niet dat ik de enige ben die in het begin aan Henk moest wennen en daarna enorm op hem gesteld raakte. Want je krijgt altijd 100% Henk. En daar moet je wel tegen kunnen. Henk is bij iedereen zijn onverstoorbare zelf. De burgemeester en de vuilnisman. Rustig en aanspreekbaar. Hij eet bij voorkeur in de kantine. Hij loopt een rondje en maakt een praatje. Hij schuift bij je aan tafel met twee plastic pennen in zijn linker bovenzak. En hij maakt in zijn ronde handschrift aantekeningen op ruitjesblocs. Altijd ruitjesblocs. Voer voor psychologen!

Intimiderend zwijgen

Henk loopt niet met zijn mening te koop. Ik werd daar als jonge wethouder soms behoorlijk zenuwachtig van. Dan zat daar een man met een baard aan het eind van de tafel intimiderend te zwijgen. Hij stelde je een vraag over iets waar je zelf ook al aan twijfelde en zei dan: ‘hm’. Net als Tom Poes in de Bommelstrips. Alleen de oplettende toeschouwers zien de glimlach, diep in zijn baard. Maar als je met hem doorpraat, dan geeft hij een advies waar je wat aan hebt. Waarover hij goed heeft nagedacht. Een advies dat lijkt op Henk zelf: weinig woorden. Wars van modieus gedoe. Degelijk. En betrouwbaar.

Ik ben één van de velen die het geweldig vonden om met Henk van gedachte te wisselen over wat er moet gebeuren. Over de stand van de stad en het land. Over de rol van de overheid. Over ambtenaren en politiek. Veel mensen hebben zich aan zijn opvattingen kunnen scherpen. In de kerk en in het schoolbestuur. In de politiek en bij de Nederlandse Vereniging van Reinigingsdirecteuren waar Henk de voorzitter van was.

Jongensdroom?

Het moet een gevoelig verlies zijn geweest voor de stad toen Henk zijn ‘jongensdroom’ verwezenlijkte. Alhoewel: hij ontkende in zijn dankwoord dat het een jongensdroom was. Maar wat het ook was: in 2010 werd hij de burgemeester van zijn woonplaats. Het was politiek tumultueus. Het bleek inhoudelijk uitdagend. Dus Henk kwam precies op tijd. Bedum had zich geen betere burgemeester kunnen wensen. Henk heeft zich in zijn burgemeester­schap – kroonbenoemd en later als waarnemer – hard voor Bedum ingezet. Jongensdroom of niet: je moet er iets van maken. En dat is gelukt.
Een mooi voorbeeld is het vlottrekken van de centrumplannen voor Bedum. Na jaren van stagnatie wist hij deze plannen door constructief overleg met diverse partijen te realiseren. Ik weet hoe hij dat gedaan moet hebben. Intimiderend zwijgen. ‘Hm’ zeggen. En stiekem glimlachen in zijn baard.
Hij was een geduchte pleitbezorger van Bedum en de wijde omgeving in de herindelingsdiscussie. En ook daar gaf hij blijk van ervaring en strategisch inzicht. En ik kwam Henk weer tegen bij de aardbevingen in het bestuur van de regio. Nog steeds even gezaghebbend. Henk is nooit als eerste aan het woord. Maar als hij spreekt, luistert iedereen aandachtig. En iedereen – waarschijnlijk ook Henk zelf – vindt het eigenlijk vanzelfsprekend dat daarna de discussie is veranderd.

Opsmuk
Henk is de eerste om relativerend te reageren als ik zeg dat we hem gaan missen. Maar het is wel waar. Hij heeft me ooit Utrecht laten zien, de stad waar hij vandaan komt. We bezochten de afvalcontainers in Leidse Rijn (en keken er misprijzend naar). En we keken rond bij het Wilhelminapark. Het gevolg was dat ik later, toen we in Utrecht woonden,  regelmatig even aan hem dacht, als ik de lelijke afvalbakken zag. Of het prachtige park bezocht. Terugdenken aan Henk: ik heb er al in geoefend!
Veel mensen denken met warmte aan hem terug. Als directeur van de DIA en de Milieudienst. Als gemeentesecretaris en als burgemeester. Veel mensen zijn hem dankbaar voor zijn inzet, zijn adviezen en zijn resultaten. Het was meer dan we mochten verwachten. Maar hij gaf het ons en we zijn hem dankbaar.

De samenleving uit haar dankbaarheid op verschillende manieren. Maar ik ben er trots op dat ik in de raadszaal van Bedum mocht zeggen dat het Zijne Majesteit heeft behaagd. Henk is wars van opsmuk. Maar de ridderorde staat hem prachtig.