Achtentwintig!

Dit is ‘de dag die je wist dat zou komen’. De laatste dag van Provinciale Staten in deze samenstelling. Nieuwe volksvertegenwoordigers staan klaar. We controleerden zonet hun geloofsbrieven. Provinciale Staten hebben 43 leden. 28 daarvan stoppen. Dat is twee van de drie. Die score haalden we nog niet eerder. Ja, in 2007 stopten er 31 statenleden. Maar toen gingen we terug van 55 naar 43 statenleden. Maar daarna, bij de ´normale´ wisselingen in 2011 en 2015, namen de Staten afscheid van 24 en 22 leden.

Eigenlijk is het verschil nog groter. Wie het proces-verbaal van het centraal stembureau uit 2015 vergelijkt met dat van afgelopen maandag, ontdekt slechts 13 dezelfde namen bij de verkozen statenleden. Dat is inclusief drie van de huidige gedeputeerden. Eén statenperiode is dus genoeg om Provinciale Staten voor driekwart te vernieuwen. Hoezo plucheplakken?

Zo’n snelle doorstroming was er nog niet eerder. Hij komt door Statenleden die zelf de keuze maken om te stoppen. Maar ook doordat politieke partijen hun lijsten vernieuwen. En natuurlijk doordat kiezers steeds sneller van politieke voorkeur veranderen.

Maar het is goed dat nieuwe Statenleden tenminste weten aan welke praktijk ze vanaf nu verder vorm gaan geven.

Zo’n snelle doorstroming betekent ook dat vanaf morgen de gewoontes, mores en het collectieve geheugen van Provinciale Staten extra aandacht nodig hebben. Elke generatie maakt haar eigen mores. Maar het is goed dat nieuwe Statenleden tenminste weten aan welke praktijk ze vanaf nu verder vorm gaan geven. ‘Traditie’ is latijn voor iets wat je doorgeeft. Dat vergt bij de ontvangers ook een goed besef van de traditie die ze krijgen.

Zo’n snelle doorstroming betekent ook dat we vandaag stilstaan bij de verdiensten van veel mensen die Provinciale Staten gaan verlaten. Soms hadden ze best door gewild. Voor anderen is het genoeg zo. Maar voor iedereen die vandaag zijn laatste Statenvergadering meemaakt, geldt dat hij of zij zich heeft ingespannen om Groningers te vertegenwoordigen. Dat hij meer vergaderingen heeft bijgewoond, meer stukken heeft gelezen, meer op bezoek is geweest bij mensen in de provincie dan de meeste anderen zouden kunnen opbrengen. Vandaag is uw laatste statenvergadering, uw afscheid. Ik zal bij ieder van u kort stilstaan. Maar ik beloof niet dat ik het kort zal houden!

Iedereen die vertrekt krijgt ook een afscheidscadeau van de Staten. We hebben kunstenares Marga van Oers gevraagd een afscheidscadeau voor ons te maken. Het heeft de vorm gekregen van een ‘oud Hollands tegeltje’, zoals u ze hier ook in de Statenzaal ziet. Met als verschil dat ieder tegeltje een Groningse ‘kwinkslag’ heeft. Om alvast een tipje van de sluier op te lichten: het refereert aan de sporen die u hier als Statenlid heeft achtergelaten. Ik vind ze mooi. En ik hoop dat u het als aandenken op prijs stelt.

Een staalkaart

Volksvertegenwoordiger is een rol die een veel tijd kost voor een bescheiden vergoeding. Hoezo, zakkenvullers? En het is moeilijk en regelmatig eenzaam. Het is een rol waar je niet vanzelfsprekend complimenten voor krijgt. Je bent gekozen om te kiezen, ook als je weet dat je keuzes vervelende effecten hebben voor inwoners van onze provincie. Je besluiten raken mensen. Die laten van zich horen. En dat gebeurt lang niet altijd fijnzinnig.

En het is goed dat die mensen te maken krijgen met volksvertegenwoordigers die niet alleen goed kijken en luisteren en hun zaakjes kennen. Het is ook belangrijk dat ze vertegenwoordigd worden door Statenleden die voldoende van elkaar verschillen. Daar wordt vaak somber over gedaan: over eenheidsworst en zo.

Ik heb u in de afgelopen jaren aan de slag gezien. En echt, het kon minder!

En het is waar: u lijkt op elkaar. Want u bent allemaal zo betrokken bij de publieke zaak dat u bereid bent daar enorm veel tijd en energie in te steken. De meeste mensen hebben andere interesses. En dat maakt u uitzonderlijk. Maar wie beter kijkt, ziet een enorme rijkdom aan personen en stijlen. Mensen met verschillende achtergronden. Mensen die verschillend werken. Verschillende generaties en voorkeuren.

Ik heb u in de afgelopen jaren aan de slag gezien. En echt, het kon minder! We hebben jongeren en ouderen. We hebben ideologen en pragmatici. We hebben oratoren en nuchterlingen. We hebben cabaretiers en dege degelkhaaid. Activisten en bestuurlijken. Dorpsvertegenwoordigers en globalisten. Inhoudelijk gepassioneerden en liefhebbers van het spel. En allerlei mengvormen. Het afscheid lijkt me een goed moment om daarvan eens een staalkaart samen te stellen.

Bé Zwiers en de jongeren

Die begint met Bé Zwiers. Omdat de lijst meestal met hem eindigt. In mijn concept-toespraak had ik bij zijn naam al de zin staan: Bé houdt niet van afscheid nemen. Je zou dit ook graag aan je voorbij laten gaan. En dat is niets te veel gezegd, want Bé is er vandaag inderdaad niet. Bé heeft een lange staat van dienst. Bij de politie, maar ook in de politiek. Als wethouder van Scheemda en Oldambt. Die soms namens de Partij voor het Noorden sprak, maar ook wel namens de Partij van het Noorden. En een heel enkele keer zelfs namens de PvdA. Ik sloeg hem een aantal keren over bij de woordvoering en de stemming. Ik geloof niet dat hij het me erg kwalijk nam. Maar het was ongepast om hem te vergeten. Want Bé was met recht onvergetelijk.

Statenleden zijn – als het goed is – van alle generaties. Jongeren brengen een nieuwe cultuur binnen. Neem nou Dominique de Haas, die in 2015 ons jongste Statenlid was. Je kwam van de Jonge Socialisten, dus enige voorkennis en ervaring zaten al in je tas. Halverwege deze Statenperiode haalde je je bul en begon je aan je eerste baan – advocaat. Je maakte je sterk voor gelijke rechten. Je kreeg moties aangenomen over anoniem solliciteren en genderneutrale toiletten – plassen zal hier nooit meer hetzelfde zijn. Je voerde het woord over ruimtelijk beleid, over natuur en over windmolens. En zo werd je met je stedelijke uitstraling heel provinciaal in de thema’s die je besprak.

Ik verwacht dat gedeputeerde Brouns nog wel eens van je zal dromen.

Of Laura Dijkstra, jij was het jongste fractielid van de VVD en kon na een half jaar ‘wachten’ aan de slag. Digitalisering was jouw ding. Of beter: snel internet. Ik verwacht dat gedeputeerde Brouns nog wel eens van je zal dromen. Snel internet? Echt waar? Hoe snel? Echt overal? En binnen de afgesproken tijd? Je kon dit soort irritante vragen altijd zo vrolijk stellen dat ik een glimlach voelde opkomen als je naar het spreekgestoelte liep. Je voorbereiding deugde altijd. Ik vind het jammer dat je vertrekt. En iets zegt me, dat we je weer terugzien in de politiek. Voor nu vooral succes gewenst met het afstuderen, met de welbekende laatste loodjes.

De betiteling jong, misschien wel forever young, is ook van toepassing op Tim Zwertbroek. Het is vast je uitstraling, waardoor velen van ons je nog altijd zien als een jonge hond. Een jonge hond met inmiddels acht jaar Statenlidmaatschap op de teller. Je deed onder andere ruimte en infrastructuur. Dat zat er al jong in, want in je familie werd je vanwege je kennis van routes al snel TimTim genoemd. Je kreeg na afloop van de Algemene Beschouwingen in 2016 de Klare Taal-bokaal. Het jaar erop raakte je ernstig gewond bij een brand in je huis. Dat was kantje boord. En we hebben ons allemaal behoorlijk zorgen over je gemaakt. Gelukkig ben je er weer bovenop. En we wensen je alle goeds voor de toekomst.

Na jong komt oud

In een indeling op leeftijd staat jong tegenover oud. En omdat dat woord voor sommigen confronterend is, ben ik geneigd om ervan te maken: ‘routinier’. Of misschien nog beter: ‘ervaren rot’. Hoe dan ook, Nico Bakker is een van de éminences grise van onze Staten. Fractie-oudste bij de VVD en met een verleden als wethouder in De Marne. Door dat verleden was je op je best als we het hier hadden over Lauwersoog, over Zoutkamp. Over visserij en over wadlopen.

Namens de fractie was je ook woordvoerder Financiën. Vanuit die rol trok je eerder ten strijde over het Forum, wat qua debating en resultaat – althans voor jouw politieke kleur – een hoogtepunt was. Als je het woord voerde – boomlang – ging het spreekgestoelte altijd naar de maximale hoogte. Maar dat gold niet alleen voor het katheder. Wat je bracht had altijd niveau, door je grote ervaring. Dank voor je inbreng en je inzet. En voor je scherpe blik. Je collega’s zullen je missen. Ook tijdens de schorsingen, als je even meeging buiten roken.

Dat geldt bijvoorbeeld voor die andere oudgediende en tevreden roker. Ik heb het over Gerrit Jan Steenbergen. Deurwaarder in Delfzijl (de aardigste deurwaarder die ik ken), maar ook aan het werk in Friesland. En een politiek dier. Na elf jaar lid te zijn geweest van de raad in Delfzijl ben je inmiddels zes jaar Statenlid. Je volgde Stieneke van der Graaf op als fractievoorzitter, iets waarvan veel mensen profiteren. Zeker de mensen die met je meegaan naar het Feithhuis na een vergadering. Want je geeft graag een rondje dat je betaalt uit de vergoeding die je nu als fractievoorzitter krijgt. Het is geen straf om naar jou te luisteren, want humor is bij jou nooit ver weg. Ik herinner me je Herman Finkers-achtige opmerking in het debat over vliegveld Eelde. Je zei: ‘Soms heeft iemand anders een idee. En dat kan óók een goed idee zijn.’

Niet elk incident heeft het nodig besproken te worden. Daarvoor zijn het incidenten.

Nog een routinier. Henri Schijf: je was het oudste Statenlid. En misschien ook wel het verstandigste. In elk geval: je haalde soms de spanning uit debatten en wist de middenweg te vinden, door het grotere verhaal in gedachten te houden. Onvergetelijk met teksten als: ‘zijn we er blij mee voorzitter? Nee, niet bepaald. Kunnen we er mee leven? Ja, dat kunnen we wel.’ Je las bijna alles, ook de bijlagen. En je vindt eigenlijk dat de financiële stukken meer als financiële stukken behandeld moeten worden. Dus over de cijfers praten. Je kunt er slecht tegen als kleine details worden uitvergroot tot enorme politieke tegenstellingen. Statenleden moeten zich met kaders en controle bezig houden en niet met details uit de uitvoering. Niet elk incident heeft het nodig besproken te worden. Daarvoor zijn het incidenten. Henri, ik heb nu al heimwee naar je!

Bestuurders

Dat volksvertegenwoordigers gevoel moeten hebben voor besturen, staat buiten kijf. Sommigen van hen kost dat weining moeite. Dat zie je bijvoorbeeld aan Rikus Brader van de SP-fractie. Woordvoerder Economie. Het Statenlid dat de werkgelegenheid in Oost-Groningen voor op de tong heeft liggen en daar dan ook zeer uitgesproken over is. Iemand die het gebied goed kent, al is het maar omdat je vrijwel altijd – door weer en wind – op de fiets naar de vele vergaderingen hier in huis kwam. SP-er met merkbaar bestuurlijke ervaring, als wethouder. En met een goede neus voor wat er in het openbaar bestuur toe doet. Jammer dat je weggaat.

De SP ziet ook Jan Wolters vertrekken. En wij allemaal dus ook. Jan, jij staat bekend om je financiële kennis. Je legde vaak de vinger op de zere plek en deed dat rustig en bekwaam. Zoals je ook alle OV-projecten en alle infra-projecten bestudeerde en analyseerde en dan voor je fractie de juiste conclusies trok. Een pragmaticus, zou ik er aan willen toevoegen. Iemand die de bestuurlijke lijn in de gaten hield. Tegelijk principieel als je vond dat dat moest.

Een man met een bronzen stem en een heel verzorgde manier van uitdrukken.

Die laatste woorden zijn natuurlijk ook van toepassing op onze vice-voorzitter, Romke Visser. Een steunpilaar voor de partij, voor de fractie. Voor het presidium, voor de Staten. Voor de commissaris ook. Je kwam in 2011 in Provinciale Staten, maar maakte in Winsum ook naam als de Usain Bolt onder de postbezorgers. Want als je brieven bezorgt, hou je de gang er in. De historicus in jou is nooit ver weg. Niet toen je jullie huis vond in Winsum, ergens in de geschiedenis. Niet in je betrokkenheid als voorzitter van de stichting de Verhalen van Groningen. Niet als directeur van het Kinderboekenhuis Winsum. En ook niet als Statenlid, als indiener van de motie om de eigen geschiedenis van deze Staten op schrift te zetten. Daar blijf je bij betrokken, dus we zullen elkaar vast nog blijven zien. Daar ben ik blij om. Romke, binnen de fractie was jij ook de man van de visies en de vergezichten. Een man met een bronzen stem en een heel verzorgde manier van uitdrukken. Betrokken ook bij wat later het Pact van Westerlee werd. Een rode meneer in hart en nieren. En every inch a gentleman

Constituent

Er zijn ook Statenleden die hun werk doen met altijd hun opdracht in hun achterhoofd: de opdracht van de kiezer. En die een flink deel van die kiezers persoonlijk kennen. En er nauw contact mee onderhouden. Ik zou ze bij gebrek aan een goed Nederlands woord de ‘constituent politicus’ willen noemen. Natuurlijk zijn we dat allemaal. Maar sommige Statenleden nog net even meer.

Dat geldt bijvoorbeeld voor Harrie Miedema. Harrie, je hebt in de tijd dat je deel uitmaakte van de Staten verschillende rollen vervuld. Je begon in de steunfractie, werd daarna fractie-assistent en stapte later over naar het echte werk. We hebben je leren kennen als iemand die op sommige dossiers een onovertroffen kennis van zaken hebt. Zoals bij de Ringweg-Zuid. En dat komt misschien ook wel, omdat je als lid van de gemeenteraad van Groningen bij de geboorte van het idee voor deze uitbreiding actief was. We kennen je voorliefde voor de onderwerpen vervoer en natuur. Voor de fiets en de weidevogel. Maar ook voor de energietransitie en de natuurinclusieve landbouw.

Een politica met een nauw contact met haar kiezers is ook Hilma Oudman-Dam. Jij hebt je sterk gemaakt voor de ChristenUnie. Maar ook voor de omgeving waar je vandaan komt. Stitswerd. De plaats met de hoogste postcodes van Nederland. Je was in deze periode niet alleen boerin, maar ook mantelzorger. Toch heb je van de fractie de meeste werkbezoeken op je naam staan. Want het gesprek met inwoners is voor jouw invulling van het vak volksvertegenwoordiger van belang. Niet alleen om te horen wat er speelt, maar ook om aan je toehoorders uit te leggen wat je hebt gedaan. Om daarmee dus mondeling en ook schriftelijk verantwoording af te leggen. In het Nederlands, maar ook ongekend goed in het Gronings. Het was een plezier om met je samen te werken.

Ik denk dat de gans het meest besproken dier is in de afgelopen Statenperiode.

Marieke Bootsma-Kamp en ook Ans Poort breng ik ook onder in de groep politici met een opdracht van de kiezer. Marieke, als je denkt aan de combinatie SP en gaswinning, dan liggen de namen van Eelco Eikenaar en Sandra Beckerman voor in ieders mond. Maar laten we Marieke niet uitvlakken. Jij maakte van de SP een beetje de Partij van de Bloemen, met de organisatie van ‘Bloeiend Verzet’. Je was ook een van de drijvende krachten achter de film De Brullende Draak. Toch had je nog tijd om als woordvoerder windmolens en woordvoerder ‘gans’ op te treden. En zo je afschuw kon uiten over het afschieten van dieren, zoals in een van de vele debatten die we hebben gevoerd over ganzen. Ik denk dat de gans het meest besproken dier is in de afgelopen Statenperiode. En niet de Grauwe Kiekendief, hoewel die natuurlijk de Soort van Groningen is.

Ans Poort, jij trad namens de SP op als het ging over ons milieu. Je weet alles van de blazers van het chemiebedrijf ESD-SIC in Farmsum. En dus van sic-vezels en wat niet meer. Je verdiepte je niet alleen in de materie, maar ook in de mens. Je hebt veel gesprekken met omwonenden van ESD achter de rug. De mensen ook uit je eigen buurt. Het was denk ik de basis voor vasthoudendheid en een grote betrokkenheid en inzet in jouw werk als volksvertegenwoordiger.

Stijl en gereedschap

De wet en het reglement van orde geven statenleden veel verschillende soorten gereedschap. Moties, amendementen, interpellaties. Hoorzittingen en zelfs enquetes! Interessant is dat statenleden van die instrumenten heel verschillend gebruik maken.

Een goed voorbeeld daarvan vind ik de schriftelijke vragen. Over de hele statenperiode zijn 274 keer schriftelijke vragen ingediend. De minste door D66. Zeven stuks. De meeste partijen zitten tussen de tien en de twintig. De PVV had er 33. En dan ineens is er de Partij voor de Dieren die 141 keer vragen stelde. Dat is meer dan de helft van het totaal! Wie die vragen leest, komt best veel deelvragen tegen. Conservatief geschat: 20 vragen per keer. Zo kom je op 2820 schriftelijke vragen uit. Dat is twee per dag!

Er zijn verschillen. Zo zijn er Statenleden die van nature op de voorgrond staan, maar er zijn ook fractieleden die rustig zijn en veel werk verzetten. Die loyaal zijn. Die altijd ‘ja’ zeggen als je ze iets vraagt. Ook als het ze eigenlijk niet uitkomt.

Dan geldt – ik vertel geen geheim – voor Roelf Schoenmaker. Jij had vier jaar terug al afscheid genomen. Aan het eind van deze periode werd je nog eventjes ingevlogen. Voorwaarde was wel dat je in deze tijd minstens drie keer het woord weidevogels zou noemen, om daarmee je voorganger Van der Goot te eren. Is dat eigenlijk gelukt? Je hebt ook de woorden ‘camping’ en ‘Wedderbergen’ vaak uitgesproken, want over dat dossier voerde jij het woord. Sinds kort heb je weer een druk gezinsleven. En daarom is het goed om tegen elkaar te zeggen: het waren drie onvergetelijke maanden.

Vier jaar geleden nam ook Ankie Beenen namens de PvdA van ons afscheid. En net als Roelf kwam zij terug. Niemand kan het woord ‘voorsitter’ met zo’n overduidelijke s-klank uitspreken als Ankie. Natuurlijk ben ik altijd alert tijdens onze vergaderingen. Maar als Ankie mij aanriep, was ik zeker bij de les. Ankie en ik kennen elkaar nog uit onze vroegere rollen: wethouders in Veendam en Groningen. Het was mooi om te zien hoe je je ontwikkelde tot de Willy van de Kerkhof van de fractie. Voor de jongeren onder ons: dat was een van de middenvelders in het Oranje-voetbalelftal waarin Johan Cruyff schitterde. Voor de politiekelingen onder ons: Johan Cruijff voetbalde in de tijd van Joop den Uyl. (Overigens wonnen de Duitsers toen ook meestal.)

Willy was samen met zijn broer René een van de stofzuigers op het veld. Jij zorgde dat er geen bal doorheen glipte. Je was altijd uitstekend geïnformeerd, ervaren en voorbereid. En als woordvoerder gaswinning + energietransitie heb je namens je partij de nodige spreektijd op je naam gezet.

En de prachtige allitteratie die ze juichend voorlazen: Brunie Batterman uit Bourtange!

Wat Ankie voor het gas was, was Brunie Batterman voor mobiliteit. En altijd to the point. Dus zeker niet lang van stof. Was Ankie de Willy van de Kerkhof binnen de fractie, dan was Brunie toch zeker René. Brunie Batterman was één van de statenleden die in ‘Meertmoand streektoalmoand’ uitstekend uit de voeten kon. Je sprak vaak over infrastructuur. Met dat onderwerp heb je een abonnement op uitgebreide mails van inwoners en belangengroeperingen. Je kunt niet altijd reageren, soms hoeft dat ook niet. Maar soms ook weer wel. Jij verstaat die evenwichtskunst. En Brunie was de favoriete kaart in het memoryspel dat ik met mijn kinderen speelde om de leden van Provinciale Staten te leren. Markante foto. En de prachtige allitteratie die ze juichend voorlazen: Brunie Batterman uit Bourtange!

Rustig hard werken

Marjan Heidekamp, jij was de opvolgster van Frans Keurentjes. In het dagelijks leven directeur bij de Omgevingsdienst Drenthe en daarnaast ook nog tijd voor je gezin, opleidingen en politiek. Knap werk. Je hield een mooi pleidooi voor de invulling van Koningsdag toen dat werd voorgelegd aan de staten. En leverde met je kennis van zaken een waardevolle bijdrage aan de klankbordgroep ‘verbonden partijen’.

Ik schaar ook Bianca Kruize ook bij de groep Statenleden die in stilte, achter de schermen, hard werken. Bianca, jij was deze periode de vrouwelijke component in de D66-fractie. En net als Tim had ook jij te maken met tegenslag qua gezondheid. Daardoor heb je het UMCG vaak bezocht, veel vaker dan ons Provinciehuis. Toch heb je altijd geprobeerd om je Statenwerk niet in het gedrang te laten komen. Hulde daarvoor. En op de valreep nog de triple V trofee!

Ronald Knegt, jij kwam in 2009 voor het eerst in de Staten. Je was in deze periode commissievoorzitter en leidde de fractie; beide deed je met charisma en met humor. En je zorgde ondertussen voor rust en stabiliteit. Het leek je gemakkelijk af te gaan. Naast je drukke baan en je gezin was niets je te veel om het politieke proces in goede banen te leiden. Maar de combinatie bleek te zwaar. Daardoor ben je er de laatste tijd niet meer geweest. Dat betreuren we allemaal. Ik zou zeggen: kop d’r veur!

Dat brengt me bij Henk Hensen. Ik zou zeggen: een nuchtere Groninger, als dat niet tegelijk een beetje vlak klinkt. Je hebt een geschiedenis in de kartonindustrie. In Oost-Groningen. In de commissie bestuur, financiën en veiligheid voerde je vaak het woord. En dan over de technische kant van financiële onderwerpen. Maar je deed meer. Je gaf vorm aan de meldweek Leefbaarheid en dacht ook mee over de nieuwe vergaderwijze.

En dan zeggen sommige mensen dat politiek saai is!

Maar je was ook buiten het provinciehuis actief. Je was kind aan huis bij de dames van Opwierde-Zuid, die zich sterk maakten voor de versterkingsoperatie van hun woningen. En ook jij werkte aan De Brullende Draak. Nu had je al een liefde voor de politiek, maar tijdens het draaien van die film bloeide er een romance op met iemand die inmiddels bekend staat als je vriendin. En dan zeggen sommige mensen dat politiek saai is!

Raymond Jousma, jij moest in het begin wennen aan de Staten. Maar dat je je draai gevonden hebt, is iedereen duidelijk. Je was onder meer woordvoerder cultuur. En als inwoner van de voormalige gemeente Haren heb je de herindeling van nabij meegemaakt. Daardoor kon de je in de fractie en Staten goed uitleggen waarom die herindeling nodig was.

Je werd regelmatig gezien tussen middelbare scholieren, die naar het provinciehuis kwamen voor een bezoek en een gesprek met Statenleden. Altijd was je beschikbaar om jongeren te vertellen over de politiek. Waarbij je geduldig luisterde en in aansprekende taal wist te vertellen wat een Statenlid eigenlijk allemaal doet. Een ambassadeur dus voor de politiek. Ik hoop dat je dat – ook buiten de politiek – nog even blijft doen.

De liefhebbers van het spel

Dan kom ik nu uit bij politici onder u die opveren zodra het spannend wordt. Die de interruptiemicrofoons bestormen. De Statenleden die van het spel houden. Die op zoek zijn naar dat ene, doorslaggevende woord dat een debat kan doen kantelen. Maar ook naar dat ene woord, dat goed is voor een bevrijdende lach.

Zo’n Statenlid is Marc Scheffers van Gronings Belang. Als hij naar de interruptiemicrofoon liep, ging er meestal wat gebeuren. Marc is een Statenlid dat volgens mij altijd vrolijk is. En zichtbaar plezier beleeft aan het debat. Als je goed kijkt, zie je hem lachen, ook als hij boos doet. In het debat ben je in je element. Dat komt je ook vast goed van pas in je werkzame leven als advocaat. Door de combinatie werk en gezin laat je de politiek nu even liggen. Maar ik verwacht dat je ooit weer in de politieke arena je herintrede maakt. Tijdens deze periode werd je plaatsvervangend voorzitter van een Statencommissie en dat deed je goed. Vergaderen met jou als voorzitter is geen straf. Ik ga ervan uit dat je oude fractie nog wel eens aan je zal denken.

Christiaan Serbanescu-Kele: jou hebben we leren kennen als uiterst bevlogen. Een provinciaal energiebedrijf – daar heb je veel tijd en energie in gestopt. Je kwam soms wat later, omdat je als jonge arts moest woekeren met je tijd en naar ons toe kwam per trein. Je woordvoering en je manier van debatteren waren altijd bezield. Ideologisch scherp en buitengewoon welbespraakt. Ik stel me soms wel eens voor hoe dat in de spreekkamer gaat! Die welbespraaktheid beperkt zich bij jou niet tot het Nederlands. Je bemoeide je intensief met de contacten met onze Oosterburen en sprak Duitse parlementariërs ook in vloeiend Duits toe. Ik ben jaloers, dat mag je gerust weten.

Kristen de Wrede van de Partij voor de Dieren. De naam van jouw partij heb je meer dan waar gemaakt. Of het nu om vossen, ganzen, palingen, karpers, bijen, garnalen, kikkers, landbouwdieren of muskusratten ging – je liet je horen. Met moties onder de arm die vrolijke en raak gekozen titels meekregen. Om maar een toepasselijke metafoor te gebruiken: Kirsten ontpopte zich in onze Staten tot een filosofische, maar tegelijk ook zeer praktische dromer van wie we vast en zeker ook vanuit de raadszaal van de gemeente Groningen nog zullen horen. Met de geiten heb je alvast een beginnetje gemaakt.

Dan kom ik bij de eenmansfractie Katee. Ronald, je bent een voorbeeld van Groen-Rechts. Je bent een deskundige op het gebied van natuur en milieu, dat ook je werkomgeving is. Die inhoud bracht je altijd met verve, met liefst een taalvondst dat een lach in de zaal bracht. Naar een ieders indruk functioneerde je goed binnen de PVV-fractie. Je voerde je werk met veel energie en zichtbaar plezier uit. Toch kwam het, ook voor de fractie zelf begreep ik tot een onverwachte breuk. Sindsdien voerde je het woord namens de fractie-Katee. Soms gaan die dingen helaas zo.

Een echte voetbalvoorzitter: ruimte geven waar het kan. Kort op de bal waar het moet.

Jacob Klaas Star, jou noem ik misschien niet zozeer een liefhebber van het spel. Maar wel een liefhebber van taal. In de maand maart, Meertmoand Streektoalmoand, voerde je als echte Groninger altijd in het Gronings het woord. Heerlijk om naar te luisteren. Was het altijd maar streektoalmoand! Je bent voorzitter van de voetbalclub VVV Aduard en werkt in de energiesector. Tijdens je Statenperiode sprak je veel over landbouw. Beknopte, onderkoelde bijdragen, die stonden als een huis. En die zuinig omgingen met de spreektijd van het CDA. Ook in de energiediscussie was je vaak aan het woord. Zo leverde je een bijdrage aan de energiediscussie om de CO2-uitstoot te verminderen. En tijdens het werkbezoek aan de Eerste Kamer leverde jij een bijdrage namens de Staten van Groningen over duurzame energie. Zowel op de voorgrond als achter de schermen was je actief. Achter de schermen was je vaak bezig met mensen meekrijgen in de Staten. Uiteraard altijd met goeie argumenten en een onderbouwd verhaal waar geen speld tussen te krijgen was. Kort samengevat; hard op de inhoud, zacht op de relatie. Een echte voetbalvoorzitter: ruimte geven waar het kan. Kort op de bal waar het moet.

Het heeft de Koning behaagd…

Dan kom ik tot slot uit bij Truus van Kleef-Schrör. Voor mij de vrouw met de hamer: want de voorzittershamer kreeg ik van jou. Jij begon in maart 2003 als statenlid, met onder anderen ene Ruth Peetoom als fractiegenoot. Maar ook Fleur Gräper zat toen als statenlid in deze zaal. En Jaap Dijkstra, de vader van Laura.

Al met al ben je 16 jaar Statenlid geweest, met een korte onderbreking van een paar maanden vlak na de verkiezingen van 2011. Voor het CDA Oost-Groningen ben je ook al jaren actief in Veendam, Bellingwedde, Winschoten, Pekela, Menterwolde en Scheemda. Je werkte mee aan de verkiezingsprogramma’s. Maar ook bij de gang van zaken binnen de partij tijdens gemeentelijke en provinciale verkiezingen.

Noemde ik Henri Schijf het oudste lid van deze Staten. Maar dat is alleen maar in leeftijd. Jij bent het in de enige jaren die hier tellen: in statenjaren. De nestrix. Een echte ouderwetse volksvertegenwoordigster die signalen uit de Groningse samenleving oppikte en meenam naar deze statenzaal.

In Zuidbroek heb ik bij het concours hippique een deel van je andere leven mogen ervaren. De Stichting Ruitersport Noord Nederland. En mede-organisator van het jaarlijkse Internationaal Indoor Concours Hippique. Zo’n 30.000 bezoekers aan het begin van elk jaar.

Je bent, kortom, zo iemand waarvan ze zeggen: dat is een mooi mens. Die zouden ze nou eens een lintje moeten geven…

Je bent vrijwilliger bij de Rooms-Katholieke kerk in Sappemeer. Als leken-voorganger en spreker bij uitvaarten. Je bent ook lid van de werkgroep Diaconie van het Bisdom Groningen-Leeuwarden. Eerder was je van 1998 tot en met 2003 lid van de gemeenteraad Menterwolde. En lid van de landelijke VNG-commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Je was lid van het Groninger Netwerk Cliëntenraad Sociale Zekerheid. En lid van de werkgroep Mantelzorgondersteuning en Vrijwillige Thuishulp. En ook nog lid van de commissie culturele invulling Nederlands Hervormde kerk te Noordbroek.

Je bent, kortom, zo iemand waarvan ze zeggen: dat is een mooi mens. Die zouden ze nou eens een lintje moeten geven… En daarom ben ik blij dat het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd jou te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Van harte gefeliciteerd.

(Toespraak, gehouden bij het afscheid van 28 leden van Provinciale Staten, tijdens de laatste zitting van de ‘oude’ Staten op 27 maart 2019)

Eén gedachte over “Achtentwintig!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *