Burgerschap: geen wondermiddel


Het is nooit een straf om naar Paul Scheffer te luisteren. Of om iets van hem te lezen. Dat is ook vanmiddag zo. Het is knap als je zowel erudiet als toegankelijk kunt spreken over de polsslag van onze samenleving, van onze tijd. Dat doet hij ook vandaag in zijn lezing in Assen bij CMO STAMM. ‘Een zeker beeld van Nederland’. Het leveren van een co-referaat is een intimiderende opgave!

(Bron: CMO STAMM)

Of het verstandig is om een coreferaat om te werken tot een blog, is de vraag. Want de lezing waarop ik reageerde, staat geloof ik nog niet op het internet. En in mijn sobere samenvatting is natuurlijk weinig ruimte voor nuance.

Ik geloof niet ik de waarheid geweld aandoe als ik vertel dat Scheffer nieuwe breuklijnen ziet opdoemen in onze samenleving. Zelf vind ik dat hij de waarheid evenmin geweld aandoet. Hij ziet breuklijnen langs lijnen van opleidingsniveau, herkomst, religie en leeftijd, die zorgen voor culturele en sociale spanningen, die leiden tot een speurtocht naar veiligheid en identiteit.

Als we er niet in slagen om over die breuklijnen weer te verbinden op een algemeen belang dat meer is dan ´ik zeg wat ik denk´, dan gaan we ten onder in een hokjesgeest die zich volgens Scheffer nu al aftekent in de politieke partijen.

Het probleem van burgerschap is dat niet iedereen daar in dezelfde mate toe in staat is.

Conflicten zijn prima in een open samenleving. Maar botsende deelbelangen zijn, zegt Scheffer met enig gevoel voor understatement, ‘niet zo productief’ als er geen idee tegenover wordt gesteld over het algemeen belang. Hokjesgeest helpt niet. Scheffer wil daarom de breuklijnen lijmen met een doorbraak. Alleen al taalkundig is dat een vondst!

Het sleutelwoord voor de oplossing is in de ogen van Scheffer ‘burgerschap’. Zelf vind ik het probleem met burgerschap dat het tenminste de moeite waard is om het begrip open te breken en te beslissen wat we er mee gaan doen. Het probleem van burgerschap is dat niet iedereen daar in dezelfde mate toe in staat is. Je kunt beperkt worden in burgerschap door wie je bent, door wat je kunt, door wat je gelooft en doordat je je moet verhouden tot omstandigheden die voor een deel zelfs door de samenleving zijn gemaakt. Dus burgerschap als panacee is nog een beetje dun.

De theaterzaal van De Nieuwe Kolk in Assen is voor een groot deel vol. De gastheer van vanavond is CMO-STAMM, het kenniscentrum voor sociaal-maatschappelijke vraagstukken in Groningen en Drenthe. Vanuit het perspectief van noordelijke organisaties (waarvan er veel bestuurders en medewerkers in de zaal zitten) is dan al snel de vraag: zien wij deze breuklijnen ook in ons werkgebied? Hoe verscheurd zijn Groningen en Drenthe? En hoe zijn de breuken te lijmen? Ik sta bij de breuklijnen kort stil. En ik ga vervolgens in op de effeciviteit van de overheid, omdat ik die relevant vind voor de genezing van de breuklijnen.

Uitgesplitst naar opleiding

Als er één breuklijn is, die in onze provincies zichtbaar is, dan is het wel die tussen hoger en lager opgeleiden. In sociaal-geografische termen wordt die kloof in onze provincie ook gaandeweg sterker door het fenomeen dat ‘selectieve migratie’ heet. Jonge mensen met een kansrijke opleiding trekken weg op zoek naar werk. De kloof tussen hoger en lager opgeleid ligt dus soms al bij MBO2. En dat heeft binnen onze provincie effect op de historisch toch al onevenwichtige balans tussen stad en ommeland.

Zoals een timmerman overal een klemmende deur herkent, een oogarts slecht uit de voeten kan met buikpijn en een getrainde schilder elk kozijn ziet dat een lik verf nodig heeft – zo is voor mij werkloosheid de moeder van problemen. Ik ben sociaal economisch verpest in mijn periode bij CNV en Divosa.

Ten oosten van de stad beginnen de donkere kleuren. Dat zet zich door langs de Duitse grens tot in Emmen.

Ga maar na. Het probleem van werkloosheid is dat mensen niet het tevreden gevoel kennen om na een dag hard werken thuis op de bank te ploffen. Dat zij niet op feestjes kunnen opscheppen over hun werk, terwijl opscheppen over je werk een mensenrecht is. Dat ze geen collega’s hebben die op hen rekenen. Dat ze het ritme van de week vaak kwijt zijn. Dat ze minder gezond en gelukkig zijn. Dat ze aan het eind van hun geld vaak nog een flink stuk van de maand over hebben.

Voor de CMO STAMMgasten is dit bekende kost. Op internet zijn gespecialiseerde websites met gegevens over de dingen waar we ons zorgen over maken. Ervaren gezondheid, levensverwachting, obesitas, roken, drinken, bewegingsarmoede, werkloosheid, kinderen in de jeugdzorg, kinderen in de armoede en achterstanden bij gas en licht. Wie die kaartjes naast elkaar legt, ziet dat je de titels kunt verwisselen zonder dat iemand het door heeft. Ten oosten van de stad beginnen altijd de donkere kleuren, ongeacht het onderwerp. Dat zet zich door langs de Duitse grens tot in Emmen. En verder is het donker in de tenen van Limburg en in de grote steden. Groningen is landskampioen werkloosheid, maar er zijn binnen de provincie forse geografische verschillen. De hoogste werkloosheid is waar de opleidingen het laagst zijn. Waar laaggeletterdheid het meest voorkomt.

Het SCP bracht dat vorige week voor de zoveelste keer in beeld in de Sociale Staat van Nederland. Nederland is een klein land. Maar in een beperkt aantal kilometers bestaan werelden van verschil. Het is de vraag of die werelden zich laten verbinden. Dat zal zeker niet lukken met uniform beleid dat voor iedereen hetzelfde is.

Van jong naar oud

De breuklijn van het opleidingsniveau verdeelt het land in mensen en streken met een grote kans op werkloosheid en mensen die dat nooit zullen meemaken. De breuklijn tussen jong en oud gaat volgens mij ook vooral over werk. En over zekerheid.

Tot ongeveer mijn geboorte in de jaren zestig was je jong (of beter: kind) als je nog naar de lagere school ging. Daarna ging je geruisloos over naar de categorie volwassenen, want velen gingen aan het werk. In de jaren ’60 ontstond zoiets als een jongerencultuur, door de verlenging van de leerplicht en de democratisering van het universitair onderwijs – en alle emanciperende effecten van dien. Voor individuen, die zich binnen één generatie ook emancipeerden van de gemeenschap waar ze uit voortkwamen.

De babyboomers zijn nu ouderen geworden. Ze zijn met pensioen en enerzijds voorzichtig, maar anderzijds ook reislustig en kapitaalkrachtig. En ze zijn politiek dominant ten opzichte van de kleinere groep jongeren. En jongeren hebben het moeilijk. Met hun pensioen. Op de woningmarkt. Op de arbeidsmarkt. En ze ervaren opvallend weinig steun van hun opa’s en oma’s.

Scheffer zegt niets teveel als hij constateert dat de verhoudingen tussen deze twee groepen uit het lood staan. Ik heb levendige herinneringen aan de discussies over het verhogen van de AOW-leeftijd. Dat ging met moeite. En het was voor de toenmalige CNV-voorzitter een heftig debat, waarin we met stoom en kokend water ruimte hebben gemaakt voor een hogere AOW-leeftijd.

Ouderen zijn de meest welvarende leeftijdsgroep van het land.

In de zaaltjes met bezorgde CNV-leden voerde ik meestal onze dochter op, toen vier jaar oud. En ik bezwoer de meestal oudere leden dat het hier niet ging om hun kansen op werk, ook niet die van hun kinderen, maar die van hun kleinkinderen. Want zij zouden extreem hoge premies moeten betalen om in de toekomst twee keer zoveel ouderen van inkomen en zorg te voorzien. En dat zou arbeid zo duur maken, dat het ten koste zou gaan van hun kansen op werk. En jeugdwerkloosheid is in niemands belang.

Natuurlijk zijn er arme ouderen. Maar de tijd van ouderdom=armoede ligt gelukkig achter ons. Ouderen zijn de meest welvarende leeftijdsgroep van het land. We moeten hier het evenwicht herstellen om te kunnen verbinden. We moeten het herstellen omdat dat in het algemeen belang is. Dit thema komt zeker terug, de komende jaren.

Heeft beleid effect?

Scheffer concentreert zijn betoog op de rol van politieke partijen. Maar de breuklijnen uit zijn diagnose zijn vermoedelijk niet overbrugd met alleen een politieke doorbraak, hoe ambitieus dat op zichzelf ook is.

Als Scheffer achterstallig onderhoud constateert in de gemeenschap en in de publieke zaak, dan is een relevante vraag wat de rol van de overheid is. En dat gaat over meer dan politiek alleen. Het gaat ook om het antwoord op de vraag of de overheid in de vraagstukken die voor burgers relevant zijn nog in staat is een deuk in een pakje boter te slaan. Waarvoor is de overheid eigenlijk, en wekt ze vertrouwen?

Ik studeerde in de tijd dat new public management in de mode was. Meer bedrijfsmatig werken bij de overheid. Het was de tijd waarin sociale diensten ‘klanten’ kregen. Je hoorde afdelingschefs bij de gemeente praten over hun ‘toko’ waarin ze zelf hun ‘broek moesten ophouden’. Als je op verjaardagsfeestjes goed luisterde wist je dat de beursgang van de afdeling Ruimtelijke Ordening nog slechts een kwestie van tijd was! Als je als ambtenaar zo graag in een koekfabriek wilt werken, solliciteer daar dan!

De prangende vraag voor bestuurders op regenachtige zondagmiddagen: heeft beleid effect?

Een nuttig bij-effect van dat overdreven gedoe was een grote belangstelling voor de prestaties van de overheid. Beleidsevaluatie was het ding in mijn colleges bestuurskunde. De prangende vraag voor bestuurders op regenachtige zondagmiddagen: heeft beleid effect?

We zijn nu dertig jaar verder. En wat opvalt is dat instituten als CMO-STAMM nog niet bij elke gemeente met open armen worden ontvangen om feiten, cijfers en andere gegevens te verzamelen en te interpreteren. Heeft ons beleid effect? We hopen van wel. En sommigen hebben zelfs de overtuiging! Dat zijn de ergsten.

Opnieuw politiek: de cultuur

Maar stel dat dat niet zo is: hoe erg is dat dan? En met die vraag zijn we toch weer terug bij de politiek. Ik zou zeggen: dat is niet erg, als je het maar verandert. Politiek bestuurders nemen besluiten over een ongewisse toekomst, op basis van beperkte kennis van het heden. Net als wij allemaal trouwens.

Waarom accepteren we dan zo slecht dat het af en toe niet uitpakt zoals we hopen? Als niemand het weet, en we moeten wel een besluit nemen: waarom kan de wethouder dan niet gewoon tegen de raadscommissie zeggen: ‘we weten niet of deze aanpak helpt, maar we kiezen hiervoor op basis van de best denkbare kennis van zaken. En als mocht blijken dat het toch niet werkt, dan hoort u dat als eerste van me.’

Reden dus, zou ik zeggen, voor elke gemeente in Drenthe en Groningen om enthousiast mee te doen aan de onderzoeken van CMO -STAMM.

Veel moeilijker dan dat is het niet. Maar het zit niet in onze cultuur. En zolang we een cultuur voeden waarin pilots (dat zijn proeven, experimenten!) niet mogen mislukken, is dat de dood in de pot voor de verbetering. Nederland mag hopen op een houding van politici en ambtenaren waarin ze gretig kennis nemen van onderzoeksresultaten, juist als daaruit blijkt dat het beleid nóg beter kan. Een houding waarin fouten niet worden afgestraft, maar waarin we samen op zoek zijn naar betere resultaten die relevant zijn voor onze inwoners. Reden dus, zou ik zeggen, voor elke gemeente in Drenthe en Groningen om enthousiast mee te doen aan de onderzoeken van CMO -STAMM.

Een feit is geen mening

We leven in een tijd, waarin zo vaak wordt gezegd: een feit is ook maar een mening, dat je bijna zou denken dat dat waar is. Maar dat is het natuurlijk niet. Meningen zijn vrij. Feiten zijn heilig. Alleen al daarom ben ik best gelukkig met de affaire rondom het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het ging over wiet en over politiek onwelkome conclusies. En het werd gelukkig een schandaal!

WODC past in een patroon. Een oude politieke wijsheid luidt: ‘Doe geen onderzoek als je niet weet wat er uit komt’. Dan is het fijn als je de uitkomst kunt sturen. We hebben in Nederland een wankel evenwicht tussen bestuur en wetenschap. Er zijn veel advieslichamen, bureaus en universiteiten. Die leveren vaak goede producten. Maar het gebruik van al dat materiaal kan beter. Bestuurders en ook ambtenaren gebruiken het vooral om hun opvattingen mee te staven. Een beetje zoals een zatlap een lantaarnpaal gebruikt: voor de steun, niet voor het licht. Ander gebruik van onderzoek vergt nieuwsgierigheid en dapperheid. Maar ik wil dat graag bepleiten. En vertellen wat daarvoor nodig is.

Tenslotte

Ik merk dat de dagvoorzitter op het punt staat om mijn verhaal te onderbreken. En ze heeft gelijk. Voor een coreferaat is het aan de lange kant. Daarom beëindig ik mijn verhaal met een oproep voor twee zaken.

De eerste is, dat CMO-STAMM in alle gemeenten in Groningen en Drenthe kind aan huis wordt. De tweede oproep gaat daar eigenlijk aan vooraf. En dat is mijn oproep aan raadsleden, aan Statenleden, aan bestuurders, aan griffies, om weer mee te speuren naar de kernvraag van het openbaar bestuur: welk probleem moeten we oplossen? En welk effect heeft ons beleid voor onze inwoners?

Zij verdienen een gemeenteraad die deze vraag stelt. En collegeleden en ambtenaren die niet terugschrikken voor de conclusie dat het beter kan. Dat is onderdeel van de zoektocht naar het algemeen belang, waar Paul Scheffer op aandringt. Alleen zo dichten we scheuren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *