De erfenis van Notaris Smit

Er klinkt feestelijke muziek uit het arboretum in Eenrum. En het barst van de mensen. Deels is het een familiereünie. Maar het is ook een eerbetoon aan de man die vijftig jaar geleden begon met bomen planten in een weiland in de klei bij Eenrum. Waarom eigenlijk? Toen de beroemde bergbeklimmer George Mallory ooit de vraag kreeg waarom hij de Mount Everest wilde beklimmen – de derde poging zou hem fataal worden – was zijn antwoord kort en eenvoudig: ‘because it’s there’. Omdat hij er staat.

Met vereende krachten onthullen we het borstbeeld van ‘Notoares Smit’

Notaris Smit

We kunnen het hem niet meer vragen. Maar misschien had Notaris Smit ook weinig woorden nodig om uit te leggen waarom hij hier, op deze plek, vijftig jaar geleden, deze bomentuin begon. Smit had twee hectare de ruimte om te kiezen waar hij zijn eerste bomen zou neerzetten. Hij koos voor de randen, zodat er een binnenruimte ontstond waar de wind geen vrij spel meer had.

Die eerste windsingels legde hij niet alleen aan. Notaris Smit was met 30 vrijwilligers uit het dorp aan de slag. Ik zeg met opzet ‘Notaris Smit’. Want zo noemde iedereen hem in Eenrum. Dat hij Cornelus Nanning heette, roepnaam Cees, was misschien wel het best bewaarde geheim van Eenrum. Dat deed je toen niet: notabelen aanspreken bij hun voornaam. En zeker Smit niet, die mede door zijn werk aan de tuin in het dorp als een beetje excentriek te boek stond.

Zelf ook wat doen

Toen Smit aan deze tuin begon was hij, net als ik, even voorbij de vijftig. Hij zocht en vond naast zijn werk en gezin tijd voor dit enorme project. Tijd om contacten te leggen in Amerika, Denemarken, Duitsland en Engeland. Tijd om daar naartoe te gaan voor stekjes, bomen, grond en natuurlijk kennis.

Smit heeft een enorme prestatie geleverd. Hoe kon hij dat combineren met zijn gewone werk? Volgens de overlevering kwam de notariële broederschap een keer kijken. Na afloop zeiden ze tegen Smit dat een notaris toch echt zelf óók wat moet doen: ‘Je kunt niet alles overlaten aan de kandidaat-notaris.’

Een tuin die hem gaandeweg meer in zijn greep kreeg

Een mooi verhaal moet je niet kapot checken! Laten we er dus gemakshalve van uitgaan, dat er een kern van waarheid in zit. De kern is volgens mij dat Smit leefde voor zijn tuin. Een tuin die hem gaandeweg meer in zijn greep kreeg. Want iedereen weet dat het werk in een tuin nooit af is. Het is Sisyfusarbeid. Je hebt een perk net onkruidvrij en achter je groeit het alweer. Je moet bomen snoeien, zaailingen trekken, stekjes verpotten of verspenen.

Het werk van de tuinman is nooit af. En zeker niet het werk van een tuinman met wetenschappelijke ambities. Ambities die zijn zoon, die ons net verwelkomde, mede hielp realiseren. Door een catalogus aan te leggen, door de bomen en stuiken op een geografische kaart te plotten. Zodat we ook zonder de grondlegger weten wat waar staat. Dat maakt ‘Notoarestoen’ tot een arboretum.

Zien groeien

We zijn nu 50 jaar verder. De tuin bestaat sinds 2002 zonder zijn oprichter. En hoe! Het is heel, heel erg indrukwekkend. Ik houd een toespraakje onder een flinke boom. De kenners weten dat het een sequoia is. En dat die niet voor niets ook ‘mammoetboom’ wordt genoemd. De oudste exemplaren staan in Amerika en zijn 2000 jaar oud. Het kan nog wat worden! Het staat nog niet vast dat ze zo oud kunnen worden in de Groninger klei. Maar waarom niet? Ook grote bomen beginnen klein. Notaris Smit heeft deze boom jaar na jaar zien groeien, zoals hij alles hier heeft zien groeien. Wat soms begon als een twijg, heeft na 20, 30, 40 of 50 jaar nu een imposante omvang.

De windsingels die hier in de herfst van 1968 kwamen, boden de luwte om rododendrons en allerlei exotische boomsoorten te planten. En dat planten moeten we niet licht opvatten. Smit ging zeker niet over één nacht ijs en zorgde ervoor dat elke boomsoort kon aarden in grond die speciaal voor deze soort klaar was gemaakt. En als daar dennennaalden voor nodig waren, haalden Smit en zijn vrouw die zelf op uit de bossen rond Borger.

Een lange neus naar iedereen die denkt dat je op klei alleen bieten, graan en aardappels kunt verbouwen.

We krijgen een rondleiding door de imposante tuin. De bomen zijn interessant, maar werkelijk uniek is de grote collectie rodondendrons. Er zijn soorten bij die zo zeldzaam zijn, dat kenners overwegen om het materiaal uit Eenrum te gebruiken om weer te gaan kweken.

Misschien is dit wel het antwoord dat Smit zou hebben gegeven op de vraag, waarom doe je dit? ‘Omdat ik denk dat zoiets op de Groninger klei kan.’ Dat ook op deze klei bomen uit allerlei windstreken kunnen groeien, net als rododendrons, magnolia en aronskelken.

En zo kon het gebeuren dat Eenrum, een gewoon dorp op het Hogeland, na verloop van tijd in de buurt van een bos kwam te staan. Een bos met prachtige bloemen en planten bovendien. Een lange neus naar iedereen die denkt dat je op klei alleen bieten, graan en aardappels kunt verbouwen.

Vrijwilligers

Aan Groningers als Notaris Smit kunnen we een voorbeeld nemen. Hij maakte zijn droom waar. Smit heeft ons een erfenis nagelaten, die we alleen maar verlegen en dankbaar kunnen aanvaarden. Elk seizoen weer.

En het mooie is: Notoarestoen heet dan weliswaar Notoarestoen. Maar in het begin waren er al direct vrijwilligers. En dat is nog altijd zo. Notoarestoen is van ons allemaal, in het bijzonder van wie er de handen uit de mouwen steekt. Ook op die manier is de tuin een parel van Eenrum.

Ik vind het mooi om Smit vandaag te gedenken. Temidden van zijn erfgenamen: de familie en de dorpsgemeenschap uit Eenrum. Samen met de kinderen die vandaag aanwezig zijn, onthul ik het borstbeeld van Notoares Smit. In zijn eigen arboretum, zijn eigen ‘toen’. Omdat hij er hoort. Maar vooral: ‘because it’s there‘. Omdat hij er staat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *