Aaien in Assen


Het is onwezenlijk stil in de enorme TT-hal, als ik daar binnenkom. Drieduizend konijnen, cavia’s en sierduiven zitten in kooien zo ver het oog rijkt. Maar zonder kippen en vooral – zonder hanen – is het heel rustig. Veel te rustig.

Foto: Boerenvee

(Foto: Boerenvee)

Mijn eerste officiële handeling in 2018 is meteen over de grens. Hij is in Drenthe. En hij is in internationaal gezelschap. En hij brengt me in een wereld die voor mij tot vandaag totaal onbekend was. Die van zeventig (!) verenigingen van ‘kleindierhouders’. De wereld van ´haren´ en ´veren´. Een wereld waarin fokkers jarenlang hetzelfde afgesproken schoonheidsideaal nastreven voor hun dieren, in de hoop ooit het gouden tientje te winnen dat ik vandaag mag uitreiken.

Behalve de dieren, is er verder trouwens niks ‘kleins’ aan. Elk jaar organiseren al die verenigingen samen een groots opgezette show. Er zijn duizenden dieren uit Nederland, maar ook uit Duitsland, België, Engeland en de Scandinavische landen. En er zijn vele honderden vrijwilligers en duizenden bezoekers.

Ik was in eerste instantie wat verbaasd om te worden gevraagd voor een opening in Drenthe. Want wie op school goed heeft opgelet, weet dat dat de hoofdstad is van de provincie Drenthe. Maar de Noordshow wordt jaarlijks georganiseerd door zo’n 70 verenigingen uit Groningen, Friesland en Drenthe. En om dat te laten zien, mag dit jaar iemand uit Groningen de opening verrichten. Volgend jaar is Drenthe aan de beurt. Dit is al weer de 39ste editie. Dus Jetta doet een jubileum.

Vogelgriep

Er zijn hier ditmaal dik vierduizend dieren te zien. Op mij maakt dat indruk. Maar het hadden er twee keer zoveel kunnen zijn. Helaas werd in december vogelgriep vastgesteld bij een bedrijf in Biddinghuizen. En dan is er meteen een tentoonstellingsverbod voor hoenders. De aanwezige bestuursleden zijn daar kritisch over: volgens hen blijkt uit onderzoek geen verband tussen tentoonstellingen en besmetting bij pluimveebedrijven. Maar ze zijn teleurgesteld over de ruimte die ze krijgen bij het ministerie van LNV. ‘Het tentoonstellingsverbod is altijd de laatste maatregel die wordt ingetrokken.’ De organisatie neemt nu een grote gok om de tentoonstelling zonder kippen – en dus met veel minder bezoekers – wel door te laten gaan.

volgens hen blijkt uit onderzoek geen verband tussen tentoonstellingen en besmetting bij pluimveebedrijven

Deze beurs kan alleen draaien als er voldoende vrijwilligers zijn. En dat is gelukkig nog altijd zo. Daarnaast zijn er gelukkig ook genoeg scholen – van basisschool tot de groene scholen in het voortgezet onderwijs – die aan deze show meewerken. Er zijn zelfs kinderen die zelf een dier meenemen. Dat is leuk om te horen. En het is ook belangrijk, als je een traditie wilt doorgeven aan volgende generaties.

Opvoeden

Ik vind dat het belangrijk is om kinderen te laten zien hoe je goed voor dieren zorgt. Om ze verantwoordelijkheid te leren. Want hoe vaak hoor je niet, dat kinderen eerst dolgraag een konijn willen en er al snel niet meer naar omkijken. Dat Flappie uiteindelijk maar wordt losgelaten in een bos, of naar een van de vele opvangcentra ergens in het land wordt gebracht. Het is natuurlijk helemaal geen goed idee om één konijn te houden. Je krijgt dan een zielig, eenzaam konijn in een te klein hok. Gelukkig geven de kleindierverenigingen ook voorlichting.

Ik denk dat verenigingen een belangrijke rol kunnen spelen om hun leden ook daarvan bewust te laten zijn. Het is aan hen, de fokkers, om elke keer een verstandige afweging te maken. In het belang van de dieren. Soms is het echt beter om iemand maar geen konijn, cavia of hamster te verkopen. Omdat je als fokker al een vermoeden hebt hoe het zal aflopen.

Aaihoek

Er is ook een andere reden waarom het goed is om jonge mensen te betrekken. Dat is de toekomst van de verenigingen zelf. Sinds kort staat de postduivensport op de lijst van Immaterieel Erfgoed. Dat is misschien een impuls voor de postduivenhouders. Maar het is niet uit luxe. Want daarvan zijn er nog maar zo’n 17.000 actief, terwijl er ooit 100.000 in Nederland waren. De Noordshow is misschien een goede plek om het vuurtje voor deze dieren aan te wakkeren.

Er is een aaihoek en er zijn workshops. Er is een informatiebalie, waar bezoekers terecht kunnen met hun vragen.

Het verhaal van de duivensport gaat ook een beetje op voor de Noordshow. De deelnemers worden elk jaar een jaartje ouder. En met hen vergrijst de wereld van de fokkers en de liefhebbers. Daarom is het goed dat de organisatie van de Noordshow nadenkt over de toekomst. Aan hen zal het niet liggen. De Noordshow richt zich naar buiten. Er is een aaihoek en er zijn workshops. Er is een informatiebalie, waar bezoekers terecht kunnen met hun vragen. Want wat voor fokkers en doorgewinterde dierenliefhebbers meestal gesneden koek is, is voor een bezoeker vaak nog een vraag. Bezoekers worden nooit vanzelf liefhebbers en fokkers. Maar wie hier binnenkomt, heeft belangstelling.

Belangstelling voor dieren. Voor een aantal bijzondere en zeldzame rassen. Door de liefde, de inzet en de toewijding van vrijwilligers, blijven deze rassen behouden. Zo kunnen we voorkomen dat sommige rassen een soort vergeten groente worden.

Trots

De Noordshow is geen kleinigheid. Daar zouden we best wat meer over mogen ‘snakken’. Ik ben nu al trots dat wij in Noord-Nederland de grootste kleindierententoonstelling hebben van Nederland. Dat deze beurs zelfs internationaal hoge ogen scoort. Dat zoveel vrijwilligers zich hiervoor inzetten. Dat eigenaars en verzorgers van al deze dieren hier hun enthousiasme en professionaliteit laten zien. Enthousiasme, dat meestal aanstekelijk is. Waardoor de vonk bij bezoekers kan overslaan en zij ook een leven beginnen met knaagdieren, duiven of ander siervogels.

Maar ik vind het een cadeautje dat ik hier op een koude ochtend kennis maak met een wereld waar ik tot vandaag werkelijk niets van wist.

Het is vandaag mijn debuut. De trotse eigenaars tonen me hun prachtige prijswinnende dieren: ‘U mag hem gerust even aaien.’ En terwijl ik mijn hand over de prachtige vacht van de kampioen laat gaan, bedenk ik: ‘dat zouden meer mensen moeten doen: konijnen aaien in Assen.’ Want het brengt je in aanraking met mooie, vriendelijke dieren en met de buitengewoon interessante wereld er omheen.

De kersverse eigenaar van een gouden tientje legt me uit waarom dit een prijswinnend konijn is. Mooi, natuurlijk, zo’n prijs. Vanwege de erkenning van je collega-fokkers. Maar ik vind het een cadeautje dat ik hier op een koude ochtend kennis maak met een wereld waar ik tot vandaag werkelijk niets van wist. Voor mij verdienen alle dieren en zeker alle vrijwilligers een prijs.

Eén gedachte over “Aaien in Assen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *