CarbExplore


Ik mag iets doen waar mijn vak om bekend staat: ik mag een lint knippen. Dat komt zelden voor. Meestal gaat een openingshandeling per rode knop. En soms is het nog creatiever. Maar vandaag mag ik met een prachtig glimmende gouden schaar een rood lint te lijf. Een buitenkans! Die heb ik te danken aan Professor Lubbert Dijkhuizen, die ik voor het gemak maar even de oprichter van CarbExplore noem.

De man in het midden van zijn team is Prof. Lubbert Dijkhuizen. Helemaal rechts is het lint dat ik mocht knippen.

Jong en hip

Waarom een opening? Beginnende bedrijven worden op zijn oud-Gronings tegenwoordig ‘start-up’ genoemd. En eerlijk is eerlijk: ik herinner me niet dat ik ooit een start-up heb geopend. Daar komt meestal geen officiële opening aan te pas. Start-ups beginnen gewoon. En als we dan de scale-up voorbij zijn en er een fonkelnieuwe fabriekshal op een prachtig industrieterrein staat, wordt het tijd voor een officiële opening. Misschien is de reden dat ik vandaag een start-up mocht openen dat de founding father van het bedrijf met zijn 68 jaar behoorlijk boven de start-up gerechtigde leeftijd lijkt te zijn.

Want mijn beeld van start-ups is jonger. Ik associeer start-ups met allemaal jonge en hippe mensen. Die tafeltennis spelen. Die haver- of sojamelk in hun latte willen, hun haar in een staart opbinden en allemaal met een Mac onder hun arm lopen en liefst in een espressowinkel als Doppio aan het werk zijn. Maar het kan zijn dat ik niet goed heb opgelet. En dat de koffiedrinkers nou juist zzp’ers zijn. Hoewel… het onderscheid tussen een start-up en een zzp’er is ook een kwestie van perceptie.

Die haver- of sojamelk in hun latte willen en hun haar in een staart opbinden

Wat volgens mij wel vast staat, is dat start-ups zich vaak bevinden op een plaats als waar we nu zijn: op een universiteitsterrein. Een logische plek. Want als er érgens al sinds mensenheugenis kennis wordt gedeeld en er érgens nieuwe kennis wordt opgedaan, dan is het op een campus van een universiteit of hogeschool. Zoals hier op het Zerniketerrein.

De O van valorisatie

De taken van een universiteit of hogeschool gaan verder dan de twee o’s van onderzoek en opleiding. De derde o, die van ondernemen, komt dichterbij in het woord ‘valorisatie’. Dingen uitvinden dus, maar ze ook commercieel waardevol maken. Door je intellectuele eigendom vast te leggen in octrooien en patenten. Universiteiten komen van ver, qua valorisatie. Ik herinner me de somber stemmende discussies aan het begin van deze eeuw nog. Maar er is ondertussen wel wat gebeurd.

In 2014 bracht de Koninklijke Academie van Wetenschappen op verzoek van Staatssecretaris Dekker een rapport uit. De conclusie was dat de wereld beter was geworden. Er blijven bij universiteiten in Nederland geen octrooien meer op de plank liggen. Er kan echt nog wel wat verbeteren aan verspreiding en benutting van universitair onderzoek, maar het octrooibeleid is intussen wel op orde.

Kortom, als je op je 68-ste nog een start-up wilt beginnen, doe dan zo een.
Het goede nieuws was in 2014 ook, dat ‘onze’ Nederlandse universiteiten qua aantal octrooien de vergelijking met hun collega’s in de VS aan kunnen. We hebben universiteiten die niet verder komen dan drie octrooien per jaar. Maar er zijn er ook die er 30 per jaar aanvragen. Wat opvalt is dat vooral de medische hoek goed scoort met octrooien. Evenals de chemie. Agro-food is ‘the best of two worlds’. Want voeding is vandaag de dag gezondheid – en vice versa. Het is een hoeksteen van ‘healthy ageing’, waar deze regio vandaag

Kortom, als je op je 68-ste nog een start-up wilt beginnen, doe dan zo een.

Want er is alle reden om te vermoeden dat CarbExplore een schot in de roos is. Zoals ook het Avebe Innovation Center een schot in de roos is.

Al eerder hier

Bijna precies een jaar geleden, om precies te zijn op 28 september, mocht ik dit hele gebouw openen. En ik vind het fantastisch om er vandaag weer te zijn. Om CarbExplore te openen, in de wetenschap dat het bedrijf in 2016 met vier mensen startte en er inmiddels 10 medewerkers zijn – met uitzicht op meer, de komende jaren.

Zo maken we kritische massa.

Ik beschouw het als hét teken dat Avebe de goede keuze maakte, toen het besloot om hier het Innolab neer te zetten. Zeker als je weet, dat naast CarbExplore hier ook andere bedrijven als EV Biotec en Candidum zijn gevestigd. Zo maken we kritische massa. Zo ontstaat hier in Groningen zoiets als een cluster van bestaande en nieuwe kennis op het gebied van agrofood. En daar doen zowel bedrijven, consumenten als de universiteit hun voordeel mee.

En bij bedrijven denk ik trouwens niet alleen aan nieuwe bedrijven. Maar ook aan bestaande. Zoals de eerbiedwaardige boerencoöperatie Avebe, die dit jaar 100 jaar bestaat en die ik als een van de Groningse paradepaardjes beschouw, gedragen door de akkerbouwers in onze provincie.

Minder op je bord

In honderd jaar Avebe, in honderd jaar zetmeel dus, is er echt wel wat veranderd. Zeker na de Tweede Wereldoorlog hadden we belang bij een onstuimige voedselproductie, met als inzet om steeds meer zetmeel uit een aardappel te krijgen. Zoals we ook streefden naar een hoger suikerpercentage in onze bieten. De campagne van die andere coöperatie is net weer begonnen. Je ruikt het als je de stad binnenkomt.

Werktuiglijk kijk ik naar de onderste helft van zijn overhemd.

Het team van CarbExplore staat op het podium en stelt zich voor. Eén van de mensen legt uit dat hij al 45 jaar bezig is met koolhydratenchemie. Werktuiglijk kijk ik naar de onderste helft van zijn overhemd. En ik realiseer me dat ikzelf inmiddels al 53 jaar bezig ben met koolhydratenchemie. Zonder het te weten. En dat het daardoor soms moeite kost om in mijn pakken te blijven passen.

Want tegenwoordig is de vraag, althans in West-Europa en de VS: kan het wat minder qua koolhydraten? Mogen we er wat minder van op ons bord? Er is dus een marktvraag naar zowel bestaande producten – maar dan net even anders – als naar nieuwe producten. Wat wil je nog meer, zou ik zeggen, als ondernemer? Een prachtkans voor een start-up, zo blijkt.

Meer Lubberts Dijkhuizen

Ik las ooit, voor de eeuwwisseling, het boekje ‘The Age of Unreason‘ van Charles Handy. Daarin voorspelde de business-goeroe dat ‘gepensioneerd’ over een tijdje net zo’n gedateerd begrip zou zijn als ‘arbeider’ tegenwoordig. Pas later, toen ik voorzitter werd van het CNV, ontdekte ik dat de pensioenleeftijd en het begrip pensioen aanleiding kunnen geven tot verhitte debatten. Debatten die duren tot vandaag. Maar het pensioen als ‘finishlijn’ (hoe lang moet je nog?) waarna je een toespraak, een bos bloemen en een receptie krijgt en vervolgens op de bank zit, is geen geweldig voorbeeld van ‘healthy ageing’.

Hoogleraren hebben zo lang als ik ze ken, zich verzet tegen de verplichte pensioenleeftijd. Hun vak is veel te mooi om te stoppen. En meestal gunt de universiteit aan emiriti nog een werkkamer, zodat ze zich na hun pensioen geheel aan de wetenschap kunnen wijden. ‘Old soldiers never die. They just fade away.’

Verbeter de wereld, begin een bedrijf!

Het is voor mij een nieuw inzicht dat een hoogleraar die met emeritaat gaat de kennis en vaardigheden die hij in zijn werkzame academische leven heeft opgedaan inzet als ondernemer. En zich dan een team om zich verzamelt met mensen die goed ingevoerd zijn in juridische zaken, commercie en het runnen van een holding en een bv.

Als ik baas van de universiteit was, dan zou ik op een vrijdagmiddag eens vragen of er niet meer mensen voldoen aan de omschrijving: zo’n 500 publicaties op je naam, zo’n 80 promovendi begeleid, ridder leeuw… Hebben we er daar niet meer van? Zijn er niet meer Lubberts Dijkhuizen? Het antwoord is onvermijdelijk ja. Kunnen we die – in plaats van ze te gedogen op hun oude werkkamer – niet verleiden en helpen om een bedrijf te beginnen? Verbeter de wereld, begin een bedrijf! Het lijkt mij een gouden zet! En volgens mij zien ze dat op de universiteit. Kortom, ik reken erop dat ik hier binnen een jaar weer mag komen om een startend bedrijf te openen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *