De kring verandert

Maandagmorgen. Ik ben onderweg naar de ‘kring’ van commissarissen van de Koning. We vergaderen met elkaar, we overleggen met Minister Ollongren van BZK. En we dineren vanavond in het Catshuis, met Premier Rutte en Minister Ollongren. En ik realiseer me dat het gezelschap er na vandaag heel anders uit zal zien. Johan Remkes nam al afscheid. En vorige week beëindigden nog twee collega’s hun werkzame leven.

Onze ‘doyen’, Clemens Cornielje, nam afscheid van zijn geliefde Gelderland. Vandaag is hij voor het laatst bij een kringvergadering. Ik bewonderde hem om zijn zorgvuldigheid en zijn doorzettingsvermogen. Regelmatig wist hij met zijn grote ervaring en gevoel voor verhoudingen de dingen in de juiste proporties te brengen. Clemens hechtte er erg aan dat we de tijd nemen om dingen met elkaar te bespreken. Rust te nemen en zaken te delen. Het ambt van commissaris wordt minder eenzaam als je het deelt met collega’s.

Clemens is al lang erg ziek. En hij was vastbesloten om stijlvol afscheid te nemen. Om het provinciehuis rechtop te verlaten. Ik weet dat veel mensen hem gunden dat dat ook daadwerkelijk is gelukt. Zijn vriendelijke inbreng wordt na vandaag gemist.

Vorige week nam de Provincie Utrecht afscheid van collega Willibrord van Beek. Vandaag is ook hij voor het laatst in de kring. Hij was ook jarenlang ‘mijn’ commissaris, want drie jaar geleden woonden we nog in Utrecht. Willibrord kreeg veel waardering, mondeling en schriftelijk, in de vorm van een liber amicorum. Daarvoor schreef ik de volgende bijdrage.

Beste Willibrord,

Langs de Vecht en d’oude Rijnstroom strekt zich wijd het Stichtse land…

De afgelopen vijf jaar trok jij onvermoeibaar langs Vecht en Oude Rijnstroom om het Stichtse land te dienen. De eerste helft van die periode was je niet alleen de commissaris van de Koning, maar ook van mij. Wij woonden tot midden 2016 in de hoofdstad van jouw provincie. En we wisten ons verzekerd van een echte, klassieke commissaris van de Koning: strak in het pak, statig en wellevend.

Zo leerde ik je later ook kennen in de Kring van commissarissen van de Koning. De meesten van ons arriveren daar gewapend met iPad en mobiel, om zo de eindeloze papierstroom te beteugelen. Maar dan kom jij binnen. Beladen met ordners en dikke mappen vol stukken. Je torst voortdurend het totale gewicht van het ambt met je mee. In een fors uitgevallen boodschappentas van de provincie Utrecht, maar zonder enig verlies van decorum.

Eerst nadenken

Ik denk daar nu al met weemoed aan terug. En dan niet alleen vanwege je mappen en ordners. Nee, vooral door je optreden in onze Kring. De manier waarop je spreekt over het binnenlands bestuur: altijd met welgekozen woorden. De belichaming van welwillende evenwichtskunst. Ook als het gaat over een hypergevoelig onderwerp als het behoud van de Kroonbenoeming in de Grondwet. Je belicht dat genuanceerd en beschaafd: laten we eerst nadenken over wat voor bestuurlijk stelsel we in Nederland willen en pas daarna kijken welke aanstellingswijze daarbij past. En laten we in de tussentijd vooral niet te veel veranderen.

Jouw kracht is dat je kalm blijft onder alle omstandigheden.

Dat betekent niet dat jij alles bij het oude wilt houden. Je staat zeker open voor vernieuwing. Toch zijn je rust, je voorkomende houding en je beschaafdheid een zeldzame verademing in deze tijd vol hypes, ophef en vertier. Jouw kracht is dat je kalm blijft onder alle omstandigheden. Dat leverde je in 2006 het tijdelijke voorzitterschap op van de VVD-Tweede Kamerfractie, die toen door woelige baren moest worden geleid. Een kolfje naar de hand van ‘Uncle Will’, zoals je fractiegenoten je destijds liefdevol noemden.

Koffiepot

Je fatsoenlijke manier van debatteren bracht je in 2009 nog iets bijzonders, namelijk de parlementaire hoffelijkheidstrofee: de met Douwe Egbertspunten bij elkaar gespaarde koffiepot van de oma van Kamerlid Ed Anker. Een twijfelachtige eer volgens je fractiegenoot Charlie Aptroot, die de prijs belachelijk, de koffiepot flut en het begrip hoffelijkheid onwerkbaar noemde. Waarmee hij vooral aantoonde dat hij de trofee zelf niet verdiende…

de eerste en meteen ook de laatste parlementariër die de hoffelijkheidstrofee won

Hoffelijkheid blijkt schaars. Want voorzover ik het heb kunnen nagaan, heb jij de koffiepot nog steeds in je bezit. Je bent de eerste en meteen ook de laatste parlementariër die de hoffelijkheidstrofee won. Hoe naar dat ook is, ik begrijp dat wel. Als je voor iemand zo’n prijs moet uitvinden, dan maar voor jou. Met je rust en je hoffelijkheid ben je een weldaad geweest voor ons openbaar bestuur. Misschien typeerde die gemoedelijke koffiepot van oma Anker jou eigenlijk best goed. Onopvallend aanwezig, maar onontbeerlijk als hij er niet is.

‘Willibrord ontstak uw fakkel’

Ik zal je missen in onze Kring. Ik wens jou het allerbeste en ik hoop dat een sprankje van jouw hoffelijkheid het binnenlands bestuur zal blijven inspireren. In mijn voormalige woonprovincie ben je in elk geval voor altijd verankerd, getuige het vervolg van het officieuze Utrechtse volkslied waarmee ik dit stukje begon en nu ook afsluit:

Willibrord ontstak uw fakkel, Die onblusbaar verder brandt; Waar ’s lands Unie werd geboren, Utrecht, hart van Nederland!

2 gedachten over “De kring verandert”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *