De taser van het openbaar bestuur


Foto: Taser International Inc

‘Tussen servet en tafellaken’. Dat zijn de spreekwoordelijke afmetingen van een onhandig stuk textiel. Je kunt er immers de tafel niet mee dekken, maar het is veel te groot om je mond mee af te vegen.  Maar de zaken kunnen veranderen als de tafels kleiner worden.  Of als iedereen ineens een grote mond krijgt. Dan ontstaat er behoefte aan textiel tussen servet en tafellaken.

Het hoofdredactioneel commentaar van de NRC van gisteravond breekt de staf over de ‘Taser’.
Dat is het stroomstootwapen waarmee de politie in Amersfoort, Zwolle en Rotterdam wordt uitgerust.  De commentaarschrijver vreest een toename van het politiegeweld. Maar volgens de politie gaat het om gereedschap tussen de pepperspray en het dienstwapen in.  Kennelijk is er behoefte aan een geweldsmiddel tussen servet en tafellaken. En gelukkig ontstaat er ook meteen een serieuze discussie over geweld tegen burgers in een rechtsstaat. Want de rechtsstaat is gebaat bij discussie. 

In een bruine doos

Vandaag is in de statenzaal een symposium over gereedschap van de rechtsstaat. En ook over gereedschap tussen servet en tafellaken. Ik vind het mooi dat u met zoveel mensen zijn afgekomen op de doop van een gezaghebbend standaardwerk over de ‘last onder dwangsom’.

Ik heb iets met het onderwerp. Want meer dan een half leven geleden studeerde ik hier in Groningen af op een scriptie over ‘de dwangsom in het milieurecht’. Ik vond hem dit weekend terug in een bruine doos. En ik heb me een nostalgisch half uurtje vermaakt met lang vergeten kennis.
Die ging over het gat tussen waarschuwen en bestuursdwang toepassen. En hoe zich dat verhield tot de rechtsstaat. Ik las ook de woorden ‘servet’ en ‘tafellaken’. Vandaag had ik het vast gehad over de ‘taser van de milieuhandhaving.’ 

Maar dat hoeft niet. Er is namelijk een actueel en professioneel boek over de last onder dwangsom. En ik ben er trots op dat ik het zojuist in onvangst mocht nemen.
Ik feliciteer onze eigen Feikje Visser en Anna Sibma en ook een beetje onze ‘eigen’ Frank Vermeer met hun boek. Wat mooi om zoveel geleerdheid zo dichtbij te hebben. Ik bedank ze hartelijk voor hun boek over de last onder dwangsom. Het boek overbrugt voor mij een kloof van ruim een kwart eeuw. Mijn scriptie beperkte zich tot het milieurecht. Daar vond toen een vernieuwing plaats die pas later deel werd van de Algemene wet bestuursrecht.  

Heldhaftig, maar onhandig

Hoe ging het dan vroeger?
Ik vond het eerlijk gezegd wel stoer toen ik als student voor het eerst een brief las die eindigde met de zin: ‘Wij vertrouwen er echter op dat u het niet zover zult laten komen.’ De kracht van de overheid, gebundeld in een welwillend dreigement. Maar waarmee dreigde de overheid dan precies?  

Vooral met bestuursdwang.
‘Als u niet zelf uw illegale schuur afbreekt, doen wij dat op uw kosten’.  Bij nadere beschouwing is dat heldhaftig, maar onhandig.  Het is hartstikke veel werk. Om een illegaal schuurtje te kunnen slopen, moet je je toegang verschaffen tot het erf, slopers en sloopgereedschap regelen, het sloopafval afvoeren en het terrein netjes achterlaten.  En als je vanwege aanhoudende overtredingen dreigt een complete fabriek te sluiten, komen al snel de grenzen van de proportionaliteit in beeld.  

Er wordt al behoorlijk lang geexperimenteerd met dwangsommen. Allereerst (met wisselend succes) die van het burgerlijk recht. Maar geleidelijk aan ook in het bestuursrecht. Op 1 januari 1998 kwam er een wettelijke regeling. Dat is handig. Maar het betekent nogal wat. De dwangsom, de ‘taser van het bestuursrecht’ heeft een enorme impact op degene die de dwangsom opgelegd krijgt.  Dus het is logisch dat de wet voorschrijft hoe je een dwangsom moet opleggen en welke rechtsbescherming de overtreder en anderen in dat proces hebben.  

Geen tandenloze tijger

Nu komen we in het hart van het debat. Want wat is het evenwicht dat wordt bereikt door het gebruik van dit gereedschap?
Ik denk dat de overheid inmiddels niet meer zonder dit handhavingsinstrument kan. En dat het belangrijk is dat we de naleving van regels ook kunnen afdwingen. De regels ter bescherming van mensen en milieu. De regels om de openbare ruimte te beschermen. De regels die moeten voorkomen dat het stinkt of een enorme herrie wordt. Regels die verbieden dat iedereen gewoon maar wat bouwt, we zijn tenslotte geen België!  

We hebben de ambitie om te beschermen en te ordenen. We willen het gedrag van burgers en bedrijven beïnvloeden. We willen dat de wereld schoon, heel en veilig is. Dat zouden holle woorden zijn als we onze regels niet konden afdwingen. Daar zijn we overheid voor. Een tandenloze tijger houdt vanzelf op met grommen! Maar het is evenwichtskunst. Wie beschermt burgers tegen onze tanden?  

Volgens de politie is de taser volkomen veilig. Je kunt zelfs zwangere vrouwen taseren, las ik. En volgens ons is de dwangsom een heel goed instrument… Maar hoe borgen we de omgang met ingrijpend gereedschap? Ik ben blij met zoveel deskundigheid vanmiddag in de statenzaal. Blij dat ze hun ervaringen uitwisselen over de last onder dwangsom. Zoals ik al zei: de rechtsstaat heeft baat bij een stevig debat. En de professie van bestuursjuristen en handhavers heeft dat ook.