De wreedheid van vergeten oorlogen

1. Er is maar één oorlog

Het is misschien een merkwaardige constatering om mijn toespraak bij deze herdenking mee te beginnen. Maar toch doe ik het, vandaag bij het lange stenen namenlint die het Groningse Indiëmonument vormt. De gevallenen staan daar in de volgorde waarin ze zijn overleden. En zo vormt het stenen lint een pad door de tijd. 1945-1962. Voor mijn tijd, want ikzelf ben van 1966. Maar daarom niet minder beklemmend.

Foto: Peter de Kan
De constatering is deze: kennelijk concurreren oorlogen met elkaar om publieke aandacht. Voor veel Nederlanders is er eigenlijk maar één oorlog: ‘De’ oorlog. En dat is de Tweede Wereldoorlog. En dan met name de Tweede Wereldoorlog in Nederland, met de Duitse bezetter als vijand. Die oorlog herdenken we. We staan stil bij de slachtoffers. We gedenken de vervolging van joden, homoseksuelen, zigeuners, gehandicapten en het opsluiten en vermoorden van – laat ik het breed formuleren – andersdenkenden.

Natuurlijk, op 4 mei herdenken we alle slachtoffers van oorlogen en vredesoperaties. Maar in de aandacht staan de gevallen in Indonesië en Korea op de achtergrond. Hun oorlog is ver weg. Letterlijk en figuurlijk. Altijd geweest. De rol van Japan, de wrede en verwarrende tijd na de capitulatie, het geweld van onafhankelijkheids­strijders en de politionele acties als reactie daarop: bij eigenlijk al die zaken stonden we nauwelijks stil.

Kennelijk waren we in de jaren van de wederopbouw een praktisch volk. Een volk dat genoeg had aan zichzelf. Een volk dat dienstplichtigen naar Indië stuurde om het Nederlandse gezag te herstellen. Dienstplichtigen die na een lange zeereis in een totaal andere wereld kwamen. En die vaak terugkeerden als een ander mens. 

Zoals een paar jaar eerder mensen uit Indonesië terugkwamen, amper bekomen van de schok. De schok om uit een Jappenkamp te komen en dan te ervaren dat een deel van de bevolking de Japanners als bevrijders zag. De schok dat je bij die bezetter soms zelfs bescherming moest zoeken omdat je je leven niet zeker was. Hoe moet het geweest zijn om met zulke ervaringen terug te keren naar een land, dat weliswaar je moederland is, maar dat in alle opzichten koud is?Een metalen plaat bij dit monument bevat een gedicht van Rutger Kopland. Het laat zich lezen als een schreeuw om erkenning, om begrip: “Omdat wij onze naam wilden vinden. Maar alleen de wind weet de plek die wij waren, waar en wanneer.”


Waarom bleef de erkenning uit? Natuurlijk, er was toen geen internet. Informatie over de Japanse bezetting kwam mondjesmaat. De staat was zuinig met de waarheid. Dat ging toen zo. Maar dat is niet de hele verklaring. Want ook vandaag, nu we alles binnen een paar seconden op internet kunnen opzoeken, is er weinig belangstelling voor oorlogen die ons niet direct treffen.

2. Vergeten en ingewikkeld 

Misschien is een andere oorzaak dat deze oorlog moeilijk is te begrijpen. Het is een complex verhaal. Een verhaal over kolonisatie, over oorlog en Japanse bezetting. Een verhaal over Indonesische vrijheidsstrijders. En over een samenleving – die doordrongen was van rangen en standen. En waarin je afkomst van groot belang was. 

Dat mensen hardleers zijn, blijkt ook vandaag. Want we leren slecht van de geschiedenis. Sterker nog: we herhalen regelmatig hetzelfde gedrag. Er was oorlog in Joegoslavië. Er kwamen vluchtelingen uit gebieden die nu als land zijn erkend. We ontvingen ze, maar van harte ging dat niet. Want hun verhaal was complex. Kroaten, moslimstrijders, Serviërs, Bosniërs, de UCK…

Vandaag ontfermen we ons over vluchtelingen uit Syrië, uit Jemen, uit Noord-Afrika. Mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, in voor ons lastig te begrijpen conflicten. Weten we nu wel hoe ze zijn ontstaan? Hoe het in elkaar zit? Weten we wie de slechteriken zijn? Kunnen we de slachtoffers aanwijzen? 
De eerste keer dat we na de Tweede Wereldoorlog weer bij een oorlog betrokken raakten, was in de jaren ’50. De oorlog in Korea, waar we in VN-verband manschappen leverden. Wikipedia noemt het een ´vergeten oorlog´. Overschaduwd door de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog. Maar ook de Korea-oorlog was gruwelijk. En er vielen slachtoffers door kogels en bommen met napalm. Oorlogen concurreren met elkaar, ik zei het al eerder.

3. Gedenken om te voorkomen

We herdenken vandaag 142 Groningse militairen, die in de periode 1945-1962 zijn omgekomen in Indonesië of Korea. Het is de vaste herdenkingstekst geworden: ‘opdat wij niet vergeten’. Maar hoe gedenk je een oorlog die door zoveel mensen al vergeten is? Hoe gedenk je als de groep mensen die deze oorlog heeft meegemaakt steeds kleiner wordt? Hoe gedenk je in een tijd waarin we over ons koloniale verleden inmiddels anders denken?

Maar de moeilijkheid doet niets af aan de noodzaak. Aan de behoefte om ook deze vergeten oorlog te blijven herdenken.‘Omdat wij onze naam wilden vinden.’ Om samen met anderen te herdenken, omdat alleen wie het zelf heeft meegemaakt het helemaal kan begrijpen. 

Meneer Hansen, de voorzitter van de organisatie van vandaag, zei tijdens de voorbereiding van deze herdenking iets dat mij trof. Hij is 46 jaar beroepsmilitair geweest en zei: “Op een oorlog kun je je eigenlijk nooit goed voorbereiden.” Laten we vandaag over zijn woorden nadenken. Woorden, waarin ik ook een oproep hoor om wakker te zijn en ons altijd in te zetten om oorlog, elke oorlog, te voorkomen. Het begint met bewustheid. Niet elke oorlog krijgt evenveel aandacht. Maar elke oorlog is het waard om te gedenken.

Op een oorlog kun je je eigenlijk nooit goed voorbereiden. Beter kan ik het niet zeggen.