Doorbraken, wind en water


Ik mag de tweede dag openen van het prachtige en belangrijke symposium ‘Wind meets Gas’, op een prachtige plek. De Martinikerk. Het symposium is jaarlijks. En veel internationale bezoekers komen speciaal naar Groningen om te horen hoe de laatste stand van de ontwikkelingen rondom wind en waterstof is. We kijken uit naar de toekomst, op een plek vol geschiedenis. Ik vind het passend om even terug te blikken voordat we naar de toekomst gaan.

Dijkdoorbraak in 1953. Foto: Rijkswaterstaat

Hier in Nederland weten we alles over water en wind. We baggeren, polderen en ontginnen al eeuwen. We hebben geleerd hoe we onszelf kunnen beschermen tegen de elementen. Onze dijken zijn door de eeuwen heen geteisterd door talloze stormen en overstromingen. Steeds opnieuw bleken ze te zwak voor extreme weersomstandigheden. En steeds opnieuw bouwden we ze op: beter, sterker en hoger.

Dijkdoorbraken

In de vroege ochtend van 1 februari 1953 leerden we op de harde manier dat het nog niet genoeg was. In de nacht van zaterdag 31 januari was er een zware storm komen opzetten vanuit het noordwesten. Tegelijkertijd was er een hoog springtij. Storm en springtij leidden samen tot een ‘stormtij’, een waterniveau van vijf a zes meter boven het gemiddelde zeeniveau.

Op zondagochtend, op 1 februari, bezweken de zeeweringen onder de hoge golven. En er kwamen grote overstromingen. Dat gebeurde ook in België, Engeland en Schotland. Maar Nederland, een land met een groot deel van zijn grondgebied onder zeeniveau, werd het zwaarst getroffen. Bijna tweeduizend mensen werden gedood. En de schade was enorm. We betaalden een hoge prijs.

Veel mensen ervaren de urgentie.

Dit is wat nodig was om ons wakker te maken in de harde realiteit…

Dit is wat er nodig was voor ons land om eindelijk naar deze man te luisteren. Een man die al jarenlang tevergeefs waarschuwde dat er een ramp op komst was.

Johan van Veen. Een Groninger, die opgroeide op een boerderij in Uithuizermeeden. Hij kon goed leren en werd ingenieur. Hij waarschuwde niet alleen, maar maakte ook het plan voor onze beroemde Deltawerken. Hij ontwierp trouwens ook de Europoort en de Eemshaven.

Johan van Veen kwam als geroepen. En hij deed wat hij moest doen in moeilijke omstandigheden. Net zoals we vandaag zouden kunnen doen. We leven in een transitietijd. Veel mensen ervaren de urgentie. Ze zien dat er verandering nodig is. Dat we anders moeten omgaan met energie. Maar hoe dan?

Andere doorbraken

In 2017, nog maar twee jaar geleden, stond Ad van Wijk op. Hij presenteerde hier in het noorden een plan voor een waterstofecosysteem. Een visie voor een Nederlandse economie zonder koolstofemissie rond 2050. Met waterstof als belangrijkste factor. Veel mensen in de industrie sloten zich bij hem aan.

Samen schreven ze de Hydrogen Investment Agenda. Een plan waarin concrete projecten worden voorgesteld. En waarin geld bij elkaar wordt gebracht. Tot 2030 wordt er in totaal bijna drie miljard euro in geïnvesteerd.

De inspanningen van velen hier in Noord-Nederland beginnen vruchten af te werpen.

Er zijn vandaag veel mensen hier onder de congresgangers in deze kerk, die daaraan hebben meegeholpen. En die lof verdienen dat ze samen, vol energie aan de slag gingen met deze gezamenlijke inspanning. Vandaag is het twee jaar later. We kwamen in actie en we begonnen met beeldbepalende projecten.

Neem bijvoorbeeld de Hydrohub; een centrum voor het testen van elektrolyse-componenten. Of de polymeerwaterstofpijpleiding, gebouwd in het Chemiepark Delfzijl. De inspanningen van velen hier in Noord-Nederland beginnen vruchten af te werpen. Noord Nederland barst van de pioniers. Koplopers in dit nieuwe veld.

Doorontwikkelen

We hebben geluk. Noord-Nederland heeft een voortreffelijke uitgangspositie voor de productie en het gebruik van emissievrije waterstof. We hebben bijvoorbeeld de Eemshaven, de zeehaven waarvoor Johan van Veen al decennia geleden het grondwerk heeft gelegd.

We hebben de energieverbindingen, de chemische industrie, de pijpleidingen, mogelijkheden voor opslag in cavernes. En we hebben heel veel deskundigheid in huis. We hebben een infrastructuur met het potentieel om groene chemie en andere industrieën te creëren. We kunnen ook waterstof leveren aan CO2-emissievrije bussen en containerschepen.

Wij kunnen een heel nieuw ecosysteem tot leven brengen en een groenere oplossing bieden

Deze uitgangspositie biedt aan onze regio en daarmee aan Nederland talloze nieuwe economische kansen. Die moeten we doorontwikkelen. Wij kunnen een heel nieuw ecosysteem tot leven brengen en een groenere oplossing bieden: Groene waterstof gemaakt met wind op zee. Niet alleen lokaal, maar in de wijde omgeving van Noordwest-Europa.

Door naar Parijs

We hoeven alleen de tv aan te zetten, online te gaan of een krant te lezen om te zien hoe klimaatverandering ons allemaal beïnvloedt. Nee, wetenschap is niet ‘zomaar een mening’. Er is meer dan genoeg bewijs voor ons allemaal om in actie te komen. Vandaag nog. Dat was de ratio achter de klimaatdoelstellingen van Parijs. We moeten door.

Dit allemaal zal het gemakkelijker maken om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen van Parijs. Sterker nog: deze ontwikkelingen zijn nodig. Ik zie niet hoe Nederland de doelstellingen kan halen zonder de Eemshaven, zonder waterstof uit wind, zonder de aardgasrotonde, maar nu voor waterstof. Onze infrastructuur is onontbeerlijk. De weg naar Parijs loopt via Groningen!

We kunnen het ons niet langer permitteren om een eilandenrijk te zijn van specialismen.

Het valt niet te ontkennen dat dit moeite kost. En we kunnen alleen succesvol zijn als we samenwerken. We kunnen het ons niet langer permitteren om een eilandenrijk te zijn van specialismen. We moeten het “grotere plaatje” in beeld houden en ons eigen “Deltaplan” bedenken om industrie, beroepsopleiding en academische wereld te verbinden.

Ja dat vergt inspanningen. Ook financiële. Er zijn operationele subsidies nodig om onze uitstoot te verminderen. Dat kan in het begin kostbaar zijn. Toch is het van nationaal belang om te investeren in een duurzamere en gezondere toekomst. Laten we deze kans grijpen.

Doorpakken

Een tijdperk van grote en snelle veranderingen is altijd onzeker. We moeten moed, visie en doorzettingsvermogen tonen. We moeten ons richten op oplossingen. We hebben originele denkers nodig. Denkers als Johan van Veen. Zijn dochter citeert nog steeds zijn motto, uitgesproken met typisch Noordelijk pragmatisme: “Als het niet gewoon kan, dan moet het gewoon ongewoon.”

Het is een vraag die geregeld opkomt. En hij doet zich vandaag opnieuw voor: “Ben je een optimist of een pessimist bij de energietransitie?” Is het glas half vol of half leeg? Vandaag, hier en nu, zou ik zeggen: “Het glas zit vol mogelijkheden, omdat deze kerk is gevuld met mensen die “buiten het glas kunnen denken”, Mensen die precies weten hoe ze de kracht van water en wind kunnen benutten.

Een eeuwenoude kerk is geen gekke plaats om je te bezinnen op een betere wereld.

We beschermen onszelf al eeuwen tegen de kracht van het water. Daar gaan we met grotere intensiteit mee door. Maar nu is ook de tijd om die kracht effectiever dan ooit te benutten. Met wind en waterstof. Om een betere en betere toekomst te bereiken.

Een eeuwenoude kerk is geen gekke plaats om je te bezinnen op een betere wereld. Het is in deze ruimte al door vele generaties gedaan. En altijd kwamen ze tot dezelfde conclusie: bezinning is niet genoeg. Laten we dus handelen. Laten we vandaag nog een betere toekomst creëren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *