Een plek om te blijven

Ik mis ze wel een beetje, mijn buurvrouwen. In de erker van mijn kamer in het provinciehuis staat een statafel. Daar sta ik vaak tussen de vergaderingen door stukken te lezen of de post te doen. Of me nog even voor te bereiden op het optreden van straks. Vroeger kon je wel eens zwaaien naar de overburen, aan de andere kant van de Sint Jansstraat. De vrouwen van het Toevluchtsoord. En met Sint Maarten kwamen hun kinderen langs op het provinciehuis om te zingen en snoep te verzamelen. We liepen de deur niet plat, maar we voelden noaberschap. Ik heb ze uitgezwaaid, want ze zijn verhuisd.

Bron: De Unie Architecten. Opvallend is dat op de balkons alleen mannen lijken te staan.

Woensdag, op Internationale Vrouwendag, was de feestelijke opening van hun nieuwe huis in de Oosterpark. Beter, mooier, professioneler. De naam ‘Toevluchtsoord’ was ook al een tijdje in onbruik. Het heet ‘Het Kopland’. Ik begreep de naam meteen. Het Kopland is de plek waar je omkeert. Waar je opnieuw begint. De plek waar gewassen dwars groeien, moeite kosten, maar van betekenis zijn. Het Kopland is een boerenterm.

Wenakker

‘Wenakker’ noemde mijn Drentse opa ze. De stukken aan het eind van zijn land waar je met de trekker keerde. De rijen met aardappels en bieten staan er haaks op de rest van het land. Ik leerde deze weerbarstige stukken als scholier in de Noordoostpolder kennen als ‘kopakker’. Het deel van de kavel waar aardappels rooien ineens zwaar werk wordt, omdat je meer kluiten oogst dan aardappels. Het is het deel van het land waar het gewas het zwaarder heeft. Waar de bodem wordt vastgereden. Maar geen boer zou het in zijn hoofd halen om de kopakker niet te bebouwen. Ook de aardappels en bieten die van die bunders komen, zijn welkom. Ze doen er toe.

De cameraman van Hart van Nederland filmt alleen hun voeten, want ze mogen niet herkenbaar in beeld.

De hoek waar de klappen vallen bestaat. Al lang. De vrouwenopvang in Groningen bestaat al 170 jaar. Kopland-bestuurder Alice Vellinga vertelt hoe het begon op te vallen dat vrouwen die worden opgevangen vaak moeders hebben die ook een veilig onderkomen zochten bij het Toevluchtsoord. Daarom staan kinderen tegenwoordig net zo centraal als hun moeders. Dat is een logische keuze als je bedenkt dat vrouwen vaak het huis ontvluchtten om hun kinderen een betere toekomst te geven. Hoe kunnen we hen laten opgroeien naar een leven zonder huiselijk geweld? Kinderombudsman Margrite Kalverboer vertelt hoe kinderen lijden onder de stress van volwassenen. En hoe belangrijk het is om kinderen zelf om hun mening te vragen.

Voeten filmen

In het programma staat dat de burgemeester en ik de openingshandeling doen. Dat is niet zo. De hoofdrol wordt vervuld door de kinderen van Het Kopland, die vrolijk toeterend door een lint heenrennen. De cameraman van Hart van Nederland filmt alleen hun voeten, want ze mogen niet herkenbaar in beeld. De dreigende aanleiding is nooit ver weg.
Maar Het Kopland is meer dan een toevluchtsoord. Het is de plek waar je de draai kunt maken. Het is een plek waar je even kunt blijven om je leven opnieuw vorm te geven.

Onwillekeurig denk ik aan die andere Kopland. De Groningse psychiater Rudy van den Hoofdakker, die als Rutger Kopland zo prachtig kon verwoorden waar het hier om gaat.

Ga nu maar liggen liefste in de tuin / de lege plekken in het hoge gras, ik heb / altijd gewild dat ik dat was, een lege / plek voor iemand, om te blijven.

2 gedachten over “Een plek om te blijven”

  1. Geachte heer Paas,
    Met belangstelling las ik uw stuk over Het Kopland. Maar ook vol ongeloof en verdriet. Het feit dat de stichting, in de persoon van Alice Vellinga, voor de naam Het Kopland gekozen heeft, destijds zeer kort na het overlijden van mijn vader Rutger Kopland en zonder enige vorm van overleg, heeft ons als nabestaanden erg aangegrepen. Het was niet de bedoeling om mijn vader te vernoemen, het had er allemaal niets mee te maken, aldus Vellinga. Het is een boerenterm schrijft u, een parafrase van de opvatting van Vellinga en haar merkenbureau. Maar dat is het niet. Wenakker, hoofdakker en kopakker wel inderdaad, maar kopland, nee, dat komt in geen enkel woordenboek of streekwoordenlijst voor. Het is namelijk een ‘vertaling’ van de achternaam van mijn vader, Van den Hoofdakker, destijds bedacht door Aad Nuis. De naam is zonder ons medeweten gekaapt door Vellinga en de rechter heeft dat goed gevonden, helaas. Regelmatig lezen wij nu berichten over Kopland, maar die gaan niet over mijn vader. We vreesden al dat het zo zou gaan. Het lidwoord ‘het’ in de officiële naam staat er gedwongen door de rechter voor, maar wordt in het dagelijks leven natuurlijk weggelaten, ook in uw stuk. Nog pijnlijker is het om te lezen dat u bij de naam van de stichting inderdaad denkt aan Rutger Kopland en aan zijn werk. Want dat was natuurlijk helemaal niet de bedoeling van Vellinga, nee hoor, de naam van haar stichting zou helemaal los staan van Rutger Kopland en zijn poëzie. Nonsens natuurlijk, want wie in het noorden woont en een beetje belezen is denkt daar al snel wel aan, quod erat demonstrandum. Treurig. Als mijn vader in een graf zou liggen, dan zou hij zich inmiddels al vaak omgedraaid hebben.
    Vriendelijke groeten,
    Ruth van den Hoofdakker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *