Een ritueel cadeau voor iets kostbaars

Eén van de ‘vaste’ nevenfuncties van de commissaris van de Koning – in elke provincie, maar ook in Groningen – is het voorzitterschap van de provinciale afdeling van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Er zijn nog een paar andere fondsen waarvan ik bestuursvoorzitter ben, het Scholten Kammingafonds en het Fonds voor de Landbouw. Maar het Cultuurfonds is onderdeel van een landelijke organisatie. Die heeft in elke provincie een afdeling die lokale of regionale projecten ondersteunt.

Ieder kwartaal besteden we een flink bedrag aan mooie Groningse projecten op het gebied van cultuur, natuur of wetenschap. En elke drie maanden beslist het bestuur van de afdeling over tientallen aanvragen. Dat deden we ook vandaag. De aanvragers zullen snel horen of we kans zien hun verzoeken te ondersteunen. En we maken dat ook zichtbaar op onze website.

Het fonds wordt goed en professioneel ondersteund. Dat maakt dat het geen zwaar werk is voor het bestuur of voor de voorzitter. Soms zitten er lastige keuzes tussen, maar over het meeste zijn we het snel eens. En tussen de vele dingen die om mijn aandacht vragen, staat het fonds meestal niet vooraan. Maar ik merk dat ik niet het enige bestuurslid ben dat groot plezier beleeft aan de bijeenkomsten van het fonds. Het voelt goed om te weten dat we hier met een particulier fonds – de opbrengsten van giften – dingen mogelijk maken die anders waarschijnlijk niet door waren gegaan.

Het fonds en de provincie

Hoe verhoudt zich dit tot je werk bij de provincie? Dat is een goede vraag. Want ook de provincie besteedt aandacht aan cultuur, natuur en wetenschap. En dus is het vaak een goede vraag waar de provinciale subsidie ophoudt en het particuliere fonds begint. En andersom.

Het is ook interessant als je bedenkt dat zowel de provincie als het fonds tot nu toe gewend zijn om een cultuurprijs uit te reiken. Je kunt zeggen: dat is mooi, want dan maken kunstenaars een grotere kans. Aan de andere kant is ‘meer’ lang niet altijd beter. En we vonden daarom dat er aanleiding was om het fonds en de provincie (en trouwens ook de gemeente) eens van gedachte te laten wisselen over het ‘prijzenbeleid’.

Voor de cultuursector natuurlijk, want we doen hier alles voor de kunst. 

Om een lang verhaal kort te maken: Het Prins Bernard Cultuurfonds in Groningen en de provincie gaan hun ‘prijzenbeleid’ veranderen. Niet meer allerlei verschillende prijzen, die elk op een eigen avond worden uitgereikt en die elk een eigen publiek trekken, maar een gezamenlijke organisatie en uitreiking. We verwachten dat dat helpt om van de gebundelde uitreiking een groter succes te maken. Voor de cultuursector natuurlijk, want we doen hier alles voor de kunst.

Je weet wat je hebt…

Het blijft een gok. Want alles staat of valt met het succes dat de provincie en het fonds nu samen van de prijzen weten te maken. En deze oplossing is niet zonder nadelen. Want je weet wat je nu hebt. Het Cultuurfonds reikt al een kwart eeuw de Tine Clevering-Meijer prijs uit, aan personen en instellingen die zich bezighouden met beeldende kunst, geschiedenis, letteren, muziek, natuurbehoud en theater. Een breed palet dus. En dat komt prachtig overeen met de interesses en bezigheden van mevrouw Clevering, naar wie de prijs is genoemd.

Vandaag nemen we afscheid van een prijs die voor de winnaars van grote betekenis was. En voor de jury ook, want ze namen hun werk heel serieus. 

Zij was de eerste vrouw die bestuurslid werd van het Anjerfonds Groningen. En had veel kennis van klederdracht, de Groningse borgen – zoals Verhildersum – en traditionele tuinkunst zoals ook Domies Toen in Pieterburen.

Vandaag nemen we afscheid van een prijs die voor de winnaars van grote betekenis was. En voor de jury ook, want ze namen hun werk heel serieus. Ab Meijerman, de voorzitter, Tineke Abelen en Geert Oude Weernink. Zij zijn de ‘vaste’ juryleden. Er zijn ook wisselende juryleden, want de vaste juryleden zoeken er elk jaar specialisten bij, die verstand hebben van het deelterrein waar dat jaar de prijs naar toe gaat.

Trotse winnaars

De winnaars zijn bijna altijd trotse winnaars. Ik heb even wat op internet rond gekeken. En daar kun je zien dat sommige winnaars van de Tine Clevering-Meijer prijs dat nog altijd vermelden in hun biografie. Eric Steegstra, de filmer die in 1993 de prijs kreeg, begint er zijn cv zelfs mee. Het is dus een prijs die gezien werd en niet onopgemerkt bleef, om Gerard Reve te citeren. Een kwart eeuw gepaste trots op een welverdiende prijs. En ook een geweldige avond met veel vertegenwoordigers van de amateurkunst in Groningen.

Natuurlijk, aan alles komt een einde. Toch ben ik een beetje weemoedig. Want met de naam van deze prijs verdwijnt een karakteristieke naam. We weten waar we mee stoppen, maar we weten nog niet goed wat we er voor terugkrijgen. Ik citeer een bekende dichtregel van Bloem: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’.

Aan de beurt

Het werk van J.C. Bloem is doordrenkt van het verlang naar een ideaal verleden dat eigenlijk nooit heeft bestaan. Misschien geldt dat ook een beetje voor de Tine Clevering-Meijer prijs. Want het was soms best zoeken naar geschikte kandidaten. Dat is de andere kant van het bestaan van meerdere prijzen of culturele categorieën en genres die af en toe ‘aan de beurt’ zijn. Dat je als jury inderdaad dat gevoel krijgt.

als we Rients Gratema een prijs willen geven, dan doen we dat toch gewoon?

Aan de beurt zijn… Ik liet me laatst vertellen dat er in Friesland in Provinciale Staten ooit een debat was over het culturele prijzenbeleid. Men was het met elkaar eens dat er veel prijzen waren, maar dat er toch nog iets voor het Friese cabaret moest komen. Waarop iemand zei: als we Rients Gratema een prijs willen geven, dan doen we dat toch gewoon?

Jury’s hebben het altijd zwaar. Dat hoort zo, want anders is het onaardig voor de verliezers. Maar dit element maakte het voor de jury van de Tine Clevering-Meijerprijs misschien nog wel een beetje extra zwaar.

Zilveren anjerspelden

Vandaag bedank ik ze voor hun grote inzet. Ik doe een mislukte poging om ze een zilveren anjerspeld op hun revers te spelden en geef ze een cadeaubon. Een ritueel cadeau dus, voor iets wat onbetaalbaar is. Voor hun tijd, kennis, kunde en energie om thema’s te bepalen. Voor hun wijsheid om vakinhoudelijk deskundige juryleden te benaderen. Voor de tijd en energie die ze er in gestoken hebben. En voor het feit dat ze met de prijs in de afgelopen jaren een podium hebben gegeven aan de Groninger cultuur.

Ze vertellen dat ze het met plezier hebben gedaan. Daar twijfelt niemand aan. En ik hoop dat het plezier blijft. Bij hen, wanneer ze er op terugkijken. En bij ons, omdat we een grotere sterkere cultuurprijs krijgen, die van grote betekenis wordt voor de cultuur in Groningen.

Eén gedachte over “Een ritueel cadeau voor iets kostbaars”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *