Een voorwoord voor Vindicat

“Want na elk verzoek verzwik ik mijn hersens over de vraag of het verstandig is om dit jaar een voorwoord te schrijven voor een studentenvereniging in opspraak. Dat is namelijk al een paar jaar aan de gang. En het wordt niet beter. Ook dit jaar ga ik in op het verzoek, opnieuw vanuit het idee dat je beter met elkaar in gesprek kunt blijven dan de verbinding verbreken.” Vandaag ontvang ik samen met Peter den Oudsten de almanakcommissie in het stadhuis.

Nu.nl over Vindicat

Een nieuw begin

Mijn Keiweek was in 1984. Ik realiseer me dat de meeste lezers van dit voorwoord toen nog lang niet geboren waren. En ook voor mij is het lang geleden. Maar ik herinner me dat toen voor Mutua Fides een groot doek hing met een verduidelijkende tekening en daaronder de uitnodigende tekst ‘Bruispunt’. Kennelijk was dat ene woord voor de makers nog niet voldoende. Want in kleinere letters was daaraan toegevoegd: ‘Wat niet kan, kan toch, maar samen.’ Ik denk dat dat was bedoeld als een aanbeveling.

Bijna drie jaar geleden kwam ik terug naar Groningen om commissaris van de Koning te worden. En het verging mij zoals iedereen die nieuw werk krijgt: je maakt eerst een jaar lang allerlei dingen voor het eerst mee die later routine zullen worden. Het loont de moeite om het routinegevoel zo lang mogelijk uit te stellen. Om jezelf te dwingen om elke dag, elke week, iets opvallend of gek te vinden. Want niets in de wereld conditioneert mensen zo snel als organisaties met vaste gewoonten. Dus alles wat je in het begin gek vindt, vind je daarna met een rotvaart normaal. Ook als het dat niet is, of hoort te zijn. Dat is wat ik prachtig vind aan nieuwe medewerkers. Ik spreek ze allemaal rond hun beëdiging. En ik word niet moe om ze te vertellen dat hun werkgever recht heeft op hun verbazing. En als ze niet uitkijken, vinden ze alles veel te snel gewoon.

En dat een paar maanden later mijn kamer zich vult met keurig geklede, licht naar alcohol ruikende jonge mensen die per koets zijn aangevoerd

Een van de nieuwe dingen die ik als commissaris tegenkwam, was het verzoek om een voorwoord te schrijven voor de almanak van uw vereniging. Inmiddels weet ik dat ik elk najaar dit verzoek krijg. En dat een paar maanden later mijn kamer zich vult met keurig geklede, licht naar alcohol ruikende jonge mensen die per koets zijn aangevoerd om me plechtig een veel te dik uitgevoerde ledenlijst te overhandigen. De almanakcommissie, inderdaad.

Geen routine

Maar anders dan u wellicht denkt: op dit punt heb ik nog geen routine bereikt. Want na elk verzoek verzwik ik mijn hersens over de vraag of het verstandig is om dit jaar een voorwoord te schrijven voor een studentenvereniging in opspraak. Dat is namelijk al een paar jaar aan de gang. En het wordt niet beter. Ook dit jaar ga ik in op het verzoek, opnieuw vanuit het idee dat je beter met elkaar in gesprek kunt blijven dan de verbinding verbreken.

Er valt immers best wat te zeggen voor de verdedigingslinie dat alle ogen nu wel heel erg gericht zijn op Vindicat. En dat daardoor elke aanleiding kan worden aangegrepen om Vindicat in het beklaagdenbankje te zetten.

Als dingen die de rest van de wereld bedenkelijk vindt, kennelijk onderdeel van de ‘mores’ zijn geworden.

Aan de andere kant: het gaat bepaald niet om klein bier, als ik deze woordgrap mag maken. Het is een veeg teken als een vereniging, op welk gebied dan ook, kennelijk geen grenzen hanteert in de omgang onder elkaar en in de omgang met alcohol. Als dingen die de rest van de wereld bedenkelijk vindt, kennelijk onderdeel van de ‘mores’ zijn geworden.

Theewater

Als je de zaak afpelt tot de kern, kom je tot twee spelregels. De eerste is tenminste zo oud als de Bijbel: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. De tweede is van geheel praktische aard: schenk iemand die boven zijn theewater is niet nog meer drank. Moeilijker is het niet.

Cultuurveranderingen zijn berucht. Wetten en procedures zijn veel makkelijker te veranderen dan gedrag. Dat is heel lastig en het vergt tijd. Elke organisatie zal dat beamen. Iedereen die wil stoppen met roken trouwens ook. Het helpt enorm als je weet dat je niet alles hoeft te veranderen, maar je je kunt concentreren op twee zaken. En dat je concreet kunt zijn in het maken van afspraken: wat gaan we doen in deze situatie? Dat maakt het tamelijk overzichtelijk.

Leiderschap laat je zien door voorbeeldgedrag. En dat begint jong.

Wat niet kan, kan toch, maar samen. De tijd is echt voorbij dat Vindicat zichzelf kan beschouwen als een cultureel eiland: op de kroeg en in corpshuizen gelden totaal andere normen. Wat je in de buitenwereld niet kunt maken, kan je ook niet maken in gezelschap van verenigingsgenoten. De buitenwereld kijkt mee. En een slechte reputatie wordt pijlsnel bevestigd. Dus wat niet mag, mag ook niet samen.

Wat wel kan

Maar wat wel kan, is een nieuw begin maken. Leiderschap laat je zien door voorbeeldgedrag. En dat begint jong. Niet van iedereen mag het worden verwacht. Maar wel van wie droomt van een toekomst met grote kansen en verantwoordelijkheden.

Het begint met het afleren van slechte gewoonten. En het aanleren van goede. Een nieuw begin maken is moeilijk. Maar het is ook fantastisch. De hele wereld ligt dan immers weer voor je open en je zult merken, dat iedereen je wil helpen. Zeg niet dat het niet kan. Want wat niet kan kan toch, maar samen.

Eén gedachte over “Een voorwoord voor Vindicat”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *