Coöperatie zonder kapsones


“Het is aan de Industrieweg in Noordhorn, achter het tankstation, bij het bordje ‘kantoor’. Parkeren kan voor de deur, of, indien vol, voor het fitnesscentrum aan de overkant van de straat.”

De instructies voor mijn bezoek verraden hetzelfde als het kantoorgebouw zelf: bij de Gebiedscoöperatie Westerkwartier hebben ze geen last van kapsones.

Prijswinnaars

Wonderlijk eigenlijk, want toen de Europese Unie eind vorig jaar manieren zocht om van Europa het meest competitieve werelddeel te maken, riep ze de Gebiedscoöperatie Westerkwartier uit tot hét voorbeeld voor 28 lidstaten.

En toen in januari de Langmanprijs werd uitgereikt, voor de meest ‘Noordkrachtige’ persoon of organisatie, ging die naar de Gebiedscoöperatie Westerkwartier. Zij waren dus volgens de jury de club die zich het sterkst maakt voor noordelijke eenheid en voor de regionale economie. Ik zat te klappen op de voorste rij.

Want ze doen dus iets goed bij de Gebiedscoöperatie Westerkwartier.

Dus toen vorige week de nationale Ombudsman op zoek was naar het ‘Geheim van Groningen’, kwam hij natuurlijk op bezoek in Noordhorn. In een kantoortje achter het tankstation op de Industrieweg. Mijn werkbezoek van vandaag is dus rijkelijk laat.

Want ze doen dus iets goed bij de Gebiedscoöperatie Westerkwartier. Wat precies, dat is nog niet zo makkelijk uit te leggen.

Versterken en vernieuwen

In de gebiedscoöperatie werken ondernemers, scholen, maatschappelijke organisaties en inwoners van het Westerkwartier met elkaar samen. Voor zichzelf en voor het Westerkwartier. Ze zijn een coöperatieve vereniging, dus het gaat over ondernemen. Ze willen de lokale economie versterken en vernieuwen. En daardoor als sociale onderneming iets goeds betekenen voor het Westerkwartier. Westerkwartierders bundelen hun kennis en laten die los op lokale problemen. Daarvoor heeft de Gebiedscoöperatie zelfs een kenniswerkplaats opgericht.

Niet dat daar tijdens mijn bezoek veel van valt te merken. ‘Er zijn weinig studenten’, zegt een medewerker verontschuldigend, ‘want ze hebben allemaal vakantie.’ Maar aan de muur hangt een kloeke lijst met zo’n 150 studenten, vooral van de Hanzehogeschool, maar ook van andere opleidingen, die stageprojecten doen. Die dingen uitzoeken waar bewoners en bedrijven in het Westerkwartier hun voordeel mee kunnen doen.

Studenten zijn slim, kundig en creatief, maar ze zijn ook om een andere reden handig: bedrijven delen hun nieuwste vindingen makkelijker met studenten dan met anderen in de coöperatie. Het komt meer dan eens voor dat een student een brug slaat, die bedrijven in staat stelt verder te kijken dan hun eigen instellingsbelang.

Er kan veel, als het de regio maar duurzaam vooruithelpt.

En zo groeit het. Het begon met de behoefte van organisaties op het gebied van natuur en landschap (Staatsbosbeheer, Boer en Natuur ZWK, Landschapsbeheer Groningen) om nauwer samen te werken met elkaar en met onderwijsinstellingen, vooral AOC Terra.

Het bleek een vruchtbare combinatie, die prima paste bij het karakter van het Westerkwartier. En het breidde zich uit met ondernemers en zorginstellingen. De groene wortels zijn nog steeds te vinden in de duurzame ambities. Maar de gebiedscoöperatie heeft zich ontwikkeld tot een alleseter: er kan veel, als het de regio (en in het bijzonder de leden) maar duurzaam vooruithelpt.

Aanstekelijk

Wat opvalt is het aanstekelijke enthousiasme. Alles lijkt hier te kunnen. Er zijn vergevorderde plannen om in de regio de ‘voedselketen’ te sluiten, door de oprichting van een regionale Maaltijdfabriek. Op de kaart van Leek wijzen ze aan waar die komt. Het gaat hier niet gewoon om het eten van streekproducten. Hier bundelen de boeren hun verschillende aanbod, organiseren ze samen de verwerking en nemen ook afnemers deel aan de coöperatie..

Worden ze het nieuwe Campina? Nee, deze coöperatie is anders. Dit gaat niet alleen over ‘samen sterk’, zoals bij de melkveehouders. Hier ontstaat ook eenheid uit verscheidenheid. Alles voor de leden en voor het Westerkwartier. Een bezorgdienst van pakketjes in kleine dorpen, georganiseerd door De Zijlen? Een buurtbus voor Enumatil? Een kredietunie? Veel is er al en aan andere dingen wordt gewerkt. Door deelnemende ondernemers. Door vrijwilligers. Door medewerkers van de coöperatie.

En wanneer word je een instituut, zoals vele andere – ook coöperaties?

Maar ook de Gebiedscoöperatie, hoe aantrekkelijk ook, is natuurlijk geen wondermiddel. Bestuur en directie zijn intensief bezig met de vraag wat de coöperatie moet doen, wat een andere organisatie kan doen (bijvoorbeeld een andere coöperatie, die zich vervolgens weer kan aansluiten) en hoe ze het succes van nu kunnen omzetten in duurzame, stabiele groei. Wanneer wordt het te groot om beheersbaar te zijn? Hoe lang hou je het vol om van de mensen zelf te zijn? En wanneer word je een instituut, zoals vele andere-ook coöperaties?

Still confused

Ik merk dat ik tijdens het gesprek op het puntje van mijn stoel ben gaan zitten. Razend benieuwd wat de volgende stap is. Hoe het zich verder ontwikkelt. Wat we in Groningen kunnen leren van het Westerkwartier.

Boordevol ideeën neem ik afscheid. Dit is spannend. Hier worden oplossingen ontwikkeld voor de problemen van nu. Geen moment heb ik de indruk dat ik het helemaal begrijp. Als ik afscheid neem, leen ik de uitspraak van Herman Wijffels. ‘Still confused, but at a much higher level’.

Eén gedachte over “Coöperatie zonder kapsones”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *