Groningen geletterd

De bibliotheek in Bedum is gevestigd in de monumentale oude openbare lagere school. In de verweerde rode bakstenen boven de ingang zijn – als je heel goed kijkt – de sporen te zien van de oude letters. Vooral de onderkanten zijn nog zichtbaar. Ik denk dat er ‘O L School’ stond. Terwijl ik naar binnen stap, bedenk ik dat ook deze gok al ‘geletterdheid’ vergt. 

Ik houd vaak ergens een toespraakje. Meestal doe ik mijn best om de toespraak uit mijn hoofd te leren en gebruik ik de papiertjes alleen nog als geheugensteun. Ik houd niet zo van het voorlezen van speeches. Maar vandaag heb ik een goede reden om te laten zien dat ik mijn toespraak voorlees. 

Angstige momenten

Vorige week had ik een Franstalige journaliste uit België op bezoek. Ze maakte een reportage die antwoord moest geven op de vraag waarom België over een tijdje geen gas meer uit Nederland krijgt. Het gesprek had even een duwtje nodig. Want met enige vrees stelde ik de vraag in welke taal we het interview zouden doen. ‘Als ze maar niet zegt dat het in het Frans moet’, dacht ik er meteen bij. Gelukkig had ze een bevrijdend antwoord: haar Nederlands bleek stukken beter dan mijn Frans.

Wie moeite heeft met lezen en schrijven, heeft waarschijnlijk heel wat keren per dag angstige momenten zoals ik vorige week beleefde. ‘Als ze maar niet vragen om even iets te lezen. Of mijn naam op te schrijven.’ Hoe vaak zal dat door je hoofd gaan, als je moeite hebt met lezen en schrijven?

Bewondering

Mijn bewondering is groot voor mensen die zich staande weten te houden in onze samenleving zonder dat ze de Nederlandse taal goed beheersen. Ze zijn inventief, slim en vaak ook assertief om hun handicap, er schiet me even geen beter woord te binnen, te verhullen. Ze hebben een talent om situaties naar hun hand te zetten, zodat niemand hun probleem in de gaten krijgt. 

Dat is knap. Want onze samenleving is nu eenmaal enorm afhankelijk van taal. Stel je eens voor dat je in je eentje in China of een Arabisch-sprekend land terecht komt. Hoe red je je dan? Ongeveer zo stel ik me voor hoe je je handhaaft, als je lezen, schrijven of spreken moeilijk vindt.

Bibliotheken?!

Toen ik een tijdje geleden de vraag kreeg of ik af en toe eens iets wilde doen om de aandacht te vestigen op laaggeletterdheid, was een antwoord niet moeilijk. Natuurlijk wil ik dat! Sindsdien mag ik me ambassadeur noemen van organisaties die laaggeletterdheid aanpakken. Dat aanpakken gebeurt op allerlei manieren, waarvan een Taalhuis er één van is. Een Taalhuis, zoals waar we nu staan.

Wat me in de Taalhuizen aanspreekt, is dat allerlei organisaties samenwerken om volwassen mensen te helpen met taal. Door die samenwerking kun je niet alleen mensen beter helpen, maar ook beter naar elkaar doorverwijzen als dat beter is.

Persoonlijk vind ik het wel bijzonder om te zien dat taalhuizen vaak in bibliotheken zijn ondergebracht. Die koppeling is inhoudelijk logisch. Maar als je schrijven of lezen moeilijk vindt, is het niet vanzelfsprekend om naar een bibliotheek te gaan. Daar staat tegenover, dat een laaggeletterde supergemotiveerd is als die horde is genomen. Dat is überhaupt vaak prettig aan volwassen studenten: die willen heel graag!

Goed kijken

Vorige week werd bekend dat de dirigent en musicus Reinbert de Leeuw van het Prins Bernard Cultuurfonds een prijs voor zijn oeuvre krijgt. Naar aanleiding van dat nieuws werd hij geïnterviewd. Hij zei iets dat me trof. Namelijk dat stilte heel belangrijk is in muziek. De Leeuw noemde ook een muziekstuk dat ik niet kende. Daarin vat de componist muziek op als een onderbreking van stilte: ‘Pause del Silentio’.

Dat is een mooie invalshoek. Muziek is meer dan geluid. Het is ook stilte. Als wij het woord communiceren uitspreken, denken we meestal aan praten, schrijven of lezen. Alleen wie laaggeletterd is, denkt ook aan het werkwoord kijken.

Als je goed naar iemand kijkt, weet je vaak al heel goed wat de ander bedoelt. Het kan best zo eens zijn, dat wij door onze taligheid dat kunst van het kijken zijn verleerd. Dat we wat betreft kijken, heel wat kunnen opsteken van laaggeletterden. Je hoeft, kortom, niet altijd taal te gebruiken. Daarom sluit ik mijn toespraakje af met een gedicht van Judith Herzberg. 

Het gedicht heet ‘Ziekenbezoek’

(Geplaatst op Linkedin op 21 september)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *