Tastbare geschiedenis


Ik kreeg vrijdag bezoek van een vriendelijk echtpaar. Het waren meneer en mevrouw Fockema Andreae. Achter hen liep een provincieambtenaar met een karretje. Daarop stond een loodzware zwarte ijzeren kist met een bijzondere inhoud. Het ambtskostuum van ‘Ome Jo’.

Ome Jo´

‘Ome Jo’ was Mr. J.P. (Joachim) Fockema Andreae, die van 1933 tot 1937 Commissaris van de Koningin was in Groningen. Hij had een grote reputatie opgebouwd als burgemeester van Utrecht, waar hij de uitbreiding van de stad krachtig ter hand had genomen. Met Utrecht was hij vergroeid. Hij begon er als jong en veel belovend jurist, werd raadslid, wethouder en na zeven jaar burgemeester.

Onder zijn leiding ontwikkelde Utrecht zich van een slaperige provinciestad tot het natuurlijke middelpunt van Nederland. Hij bevorderde dat de Jaarbeurs er kwam. Dat de stad flink werd uitgebreid. Dat er een electriciteitscentrale kwam en dat het Amsterdam Rijnkanaal langs Utrecht zou lopen. Toen Fockema Andreae werd benoemd tot commissaris van de Koningin in Groningen, nam de stad geschokt afscheid van een gevierde burgemeester.

Zo mooi als in Utrecht werd het in Groningen niet. Al snel kwam Fockema Andreae tot de conclusie dat hij zich liever wilde wijden aan de wetenschap. De gemeente Utrecht bood zijn oud-burgemeester een huis aan in Bilthoven. Toen hij in 1949 overleed, kwamen duizenden Utrechters naar het stadhuis om afscheid te nemen van hun geliefde oud-burgemeester. Later werd een straat naar hem vernoemd.

Rangen en standen

En nu lag zijn ambtskostuum op mijn tafel. Ambtskostuums komen voort uit dezelfde gedachte als ambtsketens voor burgemeesters. Ze moesten duidelijk maken wat iemands functie was. Net als bij legeruniformen moest je dat aan het uniform kunnen zien. Daarom bevatten de kostuums van ministers, burgemeesters, commissarissen van de Koningin en hoge ambtenaren allemaal eigen kenmerken.

Rangen en standen kon je onderscheiden aan de kleur van de stof en het borduursel in goud, zilver of zijde. En al die details waren nauwgezet vastgelegd in koninklijke besluiten: hoeveel goud en zilver, wat voor motieven in het borduursel (‘eikentak met eikenbladeren en eikels vervlochten met een lauwertak met lauwerbladen en kelkjes’). Het dragen van een ambtskostuum is in Nederland, behalve voor burgemeesters, nooit officieel afgeschaft. Maar het is gelukkig wel flink in onbruik geraakt. Zelfs op Prinsjesdag zie je er niemand meer in lopen.

Tastbaar

Fockema Andreae was zijn hele leven vrijgezel. Na zijn overlijden kwamen zijn bezittingen terecht bij zijn familie. Voor meneer Fockema was ‘Ome Jo’ een oudoom. Hij legde de steek op mijn tafel en demonstreerde me de sabel. Daar hadden ze als kind op zolder fijn mee gespeeld. Vroeger zaten er ook nog prachtige kwasten aan het wapen. Maar die waren helaas verloren gegaan. “Misschien dat u ze op Marktplaats nog kunt vinden.” Het kostuum en de bijbehorende mantel waren dankzij de zware kist nog als nieuw. Ze waren waarschijnlijk ook bijna niet gedragen. ‘Ome Jo’ had het hoogstens een keer of drie aangehad.

Ik was er – bijna letterlijk – verguld mee dat de familie ons het kostuum kwam aanbieden. Voorzichtig pakten we het uit. Een kostuum uit een wereld van een kleine eeuw geleden. Maar van een man die op mijn kamer en op dezelfde plaatsen in hetzelfde gebouw hetzelfde ambt had bekleed. We wandelden door de GS-kamer en de Statenzaal, de werkomgeving van ‘Ome Jo’. En ik geloof dat we het alle drie een bijzonder moment vonden. De geschiedenis was tastbaar geworden.

2 gedachten over “Tastbare geschiedenis”

  1. Wat een mooie herinnering aan je voorganger van de vorige eeuw.
    Dat krijgt zeker wel een opvallend plekje in het provinciehuis?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *