Het verdriet van Wagenborgen


In Nederland herdenken we op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op 5 mei de bevrijding. Maar vorig jaar was ik in Appelbergen. Op 3 mei. Bij de herdenking van de slachtoffers van de meistaking in 1943. We stonden er stil bij de dood van 16 inwoners van Marum. Ze waren willekeurig, in een vergeldingsactie, die derde mei door de Duitsers opgepakt. En diezelfde dag doodgeschoten.

Foto: still uit videoregistratie door ‘HK’.

Vorig jaar, op 3 mei, werden de namen van deze 16 mensen voorgelezen. Daardoor kreeg die dag, zoveel jaar geleden, weer even de aandacht die ze verdient. Kreeg de oorlog op dat moment voor iedereen die aanwezig was, 16 gezichten, 16 leeftijden, 16 namen, 16 levens.

Er zijn veel herdenkingen op een andere dag dan 4 mei. Gisteren, op 9 maart, stonden de kinderen van de school en een heleboel volwassenen bij een klein monument in Wagenborgen. In de lente van vorig jaar kregen ze het eervolle ‘Compliment voor een oorlogsmonument’. Ik mocht het ze uitreiken. We stonden bij het monument om eer te bewijzen aan vier bewoners van wat later Groot Bronswijk is gaan heten.

Vandaag 74 jaar terug stonden ze hier te wachten op de bus. En stapten in. Vier dagen later werden ze vergast en verbrand in Sobibor. Bij het monument, herdachten we hun levens. Net als in Appelbergen hebben de slachtoffers, in Wagenborgen, een naam. Een naam die leerlingen van de school in Wagenborgen sinds 1990 elk jaar leren. Daardoor leven Heiman Aptroot, Heintje Levie, Betje Stoppelman en Sinette Stoppelman toch nog altijd voort.

Ondertussen leven wij al weer 74 jaar in vrijheid. Dat lijkt de meeste dagen heel gewoon – vrijheid. Maar vrijheid moet je onderhouden. Beschermen. Vrijheid moet je uitdragen. Koesteren. We deden dat in Wagenborgen. Op een plek die in weinig meer herinnert aan Groot Bronswijk. Recht tegenover het monument is een kale vlakte, waar vroeger het hoofdgebouw van Groot Bronswijk stond. Veel is dus verdwenen. Maar de namen van de vier bewoners die op 9 maart om 10.50 op de bus stapten – die namen kennen wij nog.

Vier kwetsbare mensen, die veilig dachten te wonen in Wagenborgen. Ieder jaar worden ze herdacht. Het is goed om hun verhaal te blijven vertellen. Ieder jaar weer. Om te laten zien wat er gebeurt, als oorlog en geweld in de plaats komen van vrijheid en democratie. Om na te denken over goed en kwaad – en alles daar tussenin.Een paar volwassenen houden korte toespraken. De kinderen lezen gedichten voor. En de Kaddisj, het joodse gebed voor de overledenen, wordt gebeden. Er valt een koude motregen. Ik zie de kinderen en de volwassenen een beetje kleumen, terwijl ik spreek.

Wonderlijk toeval. Terwijl we twee minuten stil zijn, stopt even verderop de bus. Niemand stapt in of uit. Voor me, in het gras, komen de de krokussen al op. Achter me in de heg kwetteren de vogels gewoon door. Tijd om een nest te bouwen. Het is op dit soort dagen eigenlijk onvoorstelbaar dat de wereld doordraait. Dat er dit voorjaar soms vogels in het zonnetje zullen zitten op het prikkeldraad van voormalige vernietigingskampen. Dat je ze hoort fluiten. Dat je de gewassen op de akkers al weer ziet ontkiemen. Dat de kinderen straks gaan sporten. Naar muziekles fietsen. Dat het leven gewoon doorgaat. Maar gisteren stond het leven even stil. Daarna pakten we de draad weer op.

Van ons leven in vrijheid.