Hub Oost-Groningen!


‘De aanhouder wint.’ Bij de Staatsloterij is het een twijfelachtige bewering. Maar als het ergens waar is, dan is het hier en vandaag. Bij de opening van de ‘Innovatie Hub Oost-Groningen’.

We danken dat aan een aantal mensen met een groot hart voor dit gebied. Mensen als André Heeres, Willem Jonker, Willem Foorthuis en Jakob Zwinderman, Aard Groen en Erik Heeres. Jeugdvrienden uit Pekela. Mensen die hier zijn geboren en daarna voor hun studie en carrière zijn uitgevlogen. Soms over de hele wereld.

Maar je kunt de jongens wel uit Pekela halen, je krijgt Pekela nooit uit de jongens. ‘Wat ons bindt, zijn Pekel en innovatie’, zegt Willem Jonker in het Dagblad van het Noorden. Want waar ze ook terecht kwamen, hun hart bleef bij Oost-Groningen. ‘Hier kom ik weg.’

Tunnelvisie

Als je hier weg komt, beleef je weinig plezier aan de beelden van Oost-Groningen. In de media. In de volksmond. En in de statistieken. Het etiket ‘zorgenkindje’ is nooit ver weg.

Als wetenschappers een kaartje maken van de verspreiding van maatschappelijke problemen, dan zie je vaak rechts van de stad Groningen de donkere kleuren: de laagste levensverwachting, de laagste inkomens, de meeste psychiatrie, de meeste rokers, de meeste obesitas, veel kinderen in de jeugdzorg, de meeste chronische ziekten, de ongunstigste banenontwikkeling, de hoogste betalingsachterstanden voor gas en electra, veel laaggeletterdheid.

Niemand zou het merken als je de opschriften boven de kaarten zou veranderen. Ze zijn onderling uitwisselbaar: donkere kleuren in Oost-Groningen, Oost-Drenthe, Twente en Limburg. En nog een paar donkere plekken, vooral in de drie grootste steden. Ziedaar de sociale kaart van Nederland.

We hebben allemaal zo onze eigen tunnelvisie. Voor de man met de hamer is elk probleem een spijker. En zelf heb ik zoveel jaar rondgelopen in de wereld van werk en inkomen (CNV, Divosa) dat ik werkloosheid zie als de moeder van alle problemen. Wie werkt, heeft ritme, heeft collega’s die op hem rekenen en heeft meer geld te besteden. Wie geen werk heeft, is statistisch minder gelukkig en minder gezond. Wie werkt is zelfs gelukkiger in de liefde!

En de maatschappelijke problemen van de kaartjes– op het gebied van leefbaarheid, armoede, veiligheid – vertonen een opvallende samenhang met wat ze in de statistieken sjiek de ‘arbeidsparticipatie’ noemen.

Veerkracht

En daarvoor geldt in Groningen: ’t kon beter. In onze provincie vind je de hoogste werkloosheidscijfers van het land. Met name in Oost-Groningen.

Veerkracht is dat je de toekomst niet laat definiëren door de geschiedenis.

Het is wel te verklaren door de geschiedenis te vertellen over de mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw: Waar een boer met 60 hectare vroeger 15 arbeiders had, zien we dat hun zonen het bedrijf hebben uitgebreid tot 120 hectare of meer, die ze in hun eentje bewerken. Of door verhalen te vertellen over turf en stokartonfabrieken, werkgelegenheid die uit de regio verdween.

Maar dat is geschiedenis. Veerkracht is dat je de toekomst niet laat definiëren door de geschiedenis. Resultaten uit het verleden bepalen nooit hoe het vanaf vandaag zal gaan.

Blender

De Pekelder vrienden maakten ze een plan. En ze schakelden iedereen in waarvan ze dachten: die kan ons een handje helpen. Zo’n anderhalf jaar geleden begon het. Vele gesprekken volgden. Niet alleen met mensen die aan de knoppen zitten bij bedrijven als Avebe, Nedmag en Hempflax. Ze spraken ook met mensen die iets voorstellen op universiteiten, hogescholen en ROC’s. Ze hadden een goed idee. Ze gingen er voor. En ze gingen door. Het is aan deze inzet, die volharding en wat we in goed Gronings ‘Ausdauer’ noemen, te danken dat deze hub er is gekomen.

Wat kun je nog meer met aardappelmeel, hennep en magnesiumzout?

Deze ‘hub’, dit knooppunt, heeft als doel om innovaties tot stand te brengen. En dan mag u zowel denken aan vernieuwingen waar de bedrijven die ik net noemde wat aan hebben. Wat kun je nog meer met aardappelmeel, hennep en magnesiumzout? Maar het kan ook gaan om producten of uitvindingen, die de start inluiden van nieuwe bedrijven. Die nieuwe banen opleveren.

Het gaat er niet alleen om om knappe koppen van de hogeschool en de universiteit hier naartoe te halen. Je moet die knappe koppen te koppelen aan wat hier goed gaat. Wat prachtig is en potentie heeft. En er tegelijk een beetje bij helpen dat de bedrijven die hier zijn, meer gaan samenwerken. Wat gebeurt er als ze hun inspanningen in één blender stoppen?

Nu is het moment

De meeste innovatie is dat je nog beter maakt wat al goed gaat. Het is net als topsport: als je traint waarin je goed wilt worden, wordt je goed waarin je traint. En je traint iets, wat bij je past. Gaan hoogspringen bijvoorbeeld als je 1 meter 60 bent, is niet zo’n goed idee.

nieuwe vindingen, nieuwe producten, nieuwe banen

De innovatie-hub komt niets te vroeg. Want als het ooit kans van slagen heeft, dan is het nu. Nu maken bedrijven winst. Nu is er geld voor research en development. En nu kijkt een universiteit als de RuG niet vooral naar landen als China, maar heeft ze juist oog voor haar natuurlijke achterland: het Noorden. Oost-Groningen.

En nu waardeert ook een hogeschool als de Hanze de nabijheid van goede stage-adressen. Waar studenten met potentie hun hart kunnen ophalen in een soort levend laboratorium, dat streeft naar nieuwe vindingen, nieuwe producten, nieuwe banen.

Nationaal Programma Groningen

Deze hub kan een belangrijke springplank zijn. Zeker als je weet dat er een Nationaal Programma Groningen van start is gegaan. Met geld voor projecten die het Groningen van na de gaswinning vorm geven. Voor nieuwe banen dus, want een belangrijke vraag die het Nationaal Programma moet beantwoorden is: waar eten we straks als Groningers van? Waarmee verdienen we ons geld?

Via RTV-Noord meldden de initiatiefnemers van vandaag dat ze met hun hub hoog inzetten: ‘Duizenden nieuwe banen en ten minste 30 nieuwe bedrijven’, dat moet de oogst zijn. Voor minder doet Jakob Zwinderman het niet.

Maar het beste recept is om gewoon te beginnen. En dan stug door te gaan.

En het kan, zag ik deze week toen ik de gebiedscoöperatie in het Westerkwartier bezocht. Aan de muur hing een lijst met meer dan honderd studenten die daar momenteel aan de slag zijn. Eerste- en tweedejaars met een kleine opdracht, maar ook afstudeerders.

Eerst zien, dan geloven?

Mooi dat de ambities groot zijn. En dat we die ambities ook uitspreken. Natuurlijk kunnen we zeggen: eerst zien, dan geloven. Maar het beste recept is om gewoon te beginnen. En dan stug door te gaan. Dat deze Hub er nu is, is al een belangrijke stap. Nu moeten we verder.

Deze droom moeten we koesteren. Bemesten en zonlicht en water geven. Ik open hem met trots. Het laat zien dat we hier wat willen. Dat we doorzettingsvermogen hebben. Dat aanhouders winnen.

Hub Oost-Groningen!

Dit blog is ook te lezen in magazinevorm.

3 gedachten over “Hub Oost-Groningen!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *