De geboorteplaats van Nederland


Topografie op mijn lagere school: “Groningen, Hoogezand, Sappemeer, Heiligerlee, Winschoten…”. Wat zorgde ervoor dat Heiligerlee, een dorp met nog geen 1500 inwoners, op mijn school deze reeks met belangrijke Groninger plaatsen haalde? Ik leerde iets over klokkengieten. Maar veertig jaar later vind ik dat een onbevredigende verklaring…

Foto: H. v.d. Laan op twitter

foto: H. van der Laan (Twitter)

.

Een hopeloze onderneming…

De echte reden is natuurlijk precies de reden waarom er vandaag zoveel mensen staan bij een monument in Heiligerlee. Heiligerlee is onverbrekelijk verbonden met de ontstaansgeschiedenis van onze natie. ´1568, Slag bij Heiligerlee´. Ook geleerd op school. En niet voor niets.

Overal op de wereld vertellen mensen elkaar verhalen over historische figuren, vaak uit de ontstaansgeschiedenis of andere belangrijke momenten in de geschiedenis van hun land. Omdat ze kunnen inspireren. Omdat historische voorbeelden de lat een beetje hoger leggen voor de daden van vandaag.

De periode die nu bekend staat als de Tachtigjarige Oorlog, begon hier ooit als opstand. Hier, in deze regio. En in het provinciehuis, waar ik als commissaris van de Koning de vergaderingen van de Staten mag leiden, kun je sommige gevolgen daarvan nog altijd zien. Ik vind het mooi om daar aandacht aan te schenken bij de 450 jarige herdenking van de slag bij Heiligerlee.

… die begint in het moeras

Voor ons vandaag is dit historische grond. De Spaanse overheersers zagen dat anders. De Spanjaarden vonden deze streek militair niet de moeite waard. Ga maar na: mogelijke troepen konden alleen alleen bij Coevorden ons land binnenkomen. Want buiten die vesting was er toch alleen maar moeras?

Dat was een begrijpelijke vergissing. Want er was een slecht begaanbare weg, die over de ‘Bourtange’ naar Wedde liep en van daar via Winschoten en Slochteren naar Groningen. Je kan er dus door. Dat bewijst Lodewijk van Nassau op 23 mei 1568. Hij volgt deze ‘Bourtange’ en bezet de volgende dag het slot Wedde.

Dat leidt trouwens niet meteen tot massale steun vanuit de Ommelanden.

Wedde wordt zijn uitvalsbasis. Lodewijk ronselt huursoldaten. Hij wil zo snel mogelijk de stad Groningen innemen, al noemt Willem van Oranje dit ‘Une entreprise sans espoir’, een hopeloze onderneming. Volgens hem is de vestingstad zo stevig in Spaanse handen, dat ze nooit kan worden veroverd door een samengeraapt leger van geuzen, gereformeerde bannelingen en huurlingen.

Maar Willem zit er naast. Winschoten, Slochteren, Appingedam en Delfzijl vallen snel. En op 7 mei laat Lodewijk de Staten van de Ommelanden in Appingedam in vergadering bijeenkomen. Dat leidt trouwens niet meteen tot massale steun vanuit de Ommelanden. Ze vragen zich af: wie is deze Lodewijk van Nassau? En ze hebben last – zoals altijd in oorlogen – van plunderende en brandstichtende soldaten. Toch maakt Lodewijk plannen de stad te veroveren. En zijn broer Adolf komt hem met een ruitercompagnie te hulp.

… met adel en bedelaars…

Doen de Spanjaarden dan niks? Zeker wel. De Spaanse landvoogd Alva zit niet stil. Alva dirigeert troepen naar Groningen om af te rekenen met de ‘gueux’ (Frans voor: bedelaars). En hoewel Lodewijk bij Haren nog een slag wint, moet hij zich na schermutselingen bij Wittewierum schielijk terugtrekken richting Wedde. Terug naar het hoofdkantoor!

Maar hij haalt het niet. Als de Spaanse troepen hem op 23 mei bij het klooster Heiligerlee dreigen in te halen, ziet Lodewijk geen andere optie dan de confrontatie aan te gaan. Dat doet hij, wordt later gezegd, onder het motto: ‘Nu of nooit’.

Lodewijk maakt slim gebruik de hoogteverschillen in het terrein. Daardoor weet Lodewijk de tegenstander in een hinderlaag te lokken. In een paar uur tijd vallen er aan Spaanse zijde zo’n 1500 slachtoffers, onder wie stadhouder Aremberg. Daar tegenover staat de dood van ongeveer 50 geuzen en de 28-jarige Adolf van Nassau.‘Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag. Zijn ziel in ’t eeuwig leven verwacht den jongsten dag’, meldt het vierde couplet van het Wilhelmus, dat de aanwezigen na de kranslegging zingen. Ik heb de plaatsbepaling als kind altijd wat merkwaardig gevonden. Friesland… want ik had net geleerd waar Heiligerlee lag!

Zelf weet hij nog net te ontkomen, door de Eems over te zwemmen.

De gewonnen slag bij Heiligerlee krijgt geen vervolg. Lodewijk zit krap bij kas en hij komt niet ver. Hij slaat nog een kamp op bij Oosterhogebrug. En hij neemt het klooster Selwerd in. Maar als er daarna meer Spaanse troepen komen, besluit Lodewijk Groningen te verlaten en zich terug te trekken in het Oost-Friese Jemgum. Helaas komen de Spanjaarden achter hem aan. Zijn leger wordt op 21 juli in de pan gehakt. Zelf weet hij nog net te ontkomen, door de Eems over te zwemmen.

Voor Groningen betekent dit voorlopig het einde van de oorlog. Maar het verhaal van de Stad en de Ommelanden krijgt juist dan kleur.

…. en daarna verbonden….

Want na de vlucht van Lodewijk nemen de tegenstellingen tussen Stad en Ommelanden toe. In 1536 is er voor het eerst zoiets als een ‘provincie’ Groningen met een Statenvergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van Stad en Ommelanden, maar zonder politieke macht.

Dik twintig jaar later, in 1558, richten de Ommelanden een eigen ‘Staten’ op. In 1575 zeggen de Ommelanden het verbond met de Stad (van 1482) op en roepen de onafhankelijkheid uit. De Ommelanden – en niet de stad – ondertekenen in 1579 de Unie van Utrecht. Daarmee sluiten ze zich officieel aan bij de opstand tegen Spanje. ‘De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.’ Ik kan me voorstellen dat Philips II het anders beleefde!

Maar door geldgebrek komt Willem van Oranje niet verder dan het graven van een vijfhoek van greppels.

De stad komt in 1580 weer in Spaanse handen door het ‘verraad’ van George van Lalaing, die eerder door de Staten-Generaal tot stadhouder van Friesland, Groningen, Overijssel en Drenthe was benoemd. Willem van Oranje laat een schans bouwen in het Bourtanger moeras, op de enige plek waar twee karren elkaar kunnen passeren: de vesting Bourtange. Maar door geldgebrek komt het niet verder dan het graven van een vijfhoek van greppels.

In die periode verschijnt een nieuwe generatie Nassaus. Want na de gewelddadige dood van Lodewijk in 1574 en de moord op zijn broer Willem in 1584, nemen Maurits en Willem Lodewijk – twee neven van elkaar – de fakkel over. Willem Lodewijk boekt militaire successen in de Ommelanden. En samen met Maurits belegert hij in 1594 de stad.

Op 23 juli geeft de stad zich over bij het zogeheten ‘Tractaat van Reductie’. Het klokkenspel van de Martinitoren speelt ‘Wilhelmus van Nassouwe’. Daarna worden Maurits en Willem Lodewijk door het stadsbestuur ontvangen.

Op 17 februari 1595 bepalen de Staten-Generaal dat er (ondanks protest van Ommelanders) voortaan sprake is van één gewest ‘Stad Groningen en Ommelanden’, spoedig afgekort tot ‘Stad en Lande’. De Statenvergaderingen worden tot 1602 gehouden in de voormalige pastorie van de Martinikerk – het huidige Feithhuis – en daarna in de oude St. Maartensschool.

… en bovendien: een happy end!

Die oude Sint Maartensschool kennen we tegenwoordig als het Provinciehuis. En dat brengt ons weer terug in onze tijd. In de zaal waar de Staten vergaderen – de oudste Statenzaal van heel Nederland – zijn twee deuren. Misschien komt de uitdrukking ‘niet door één deur kunnen gaan’ wel bij ons vandaan. De ene deur is voor de Statenleden uit de Stad, de andere voor de Statenleden uit de Ommelanden.

Wees gerust: tegenwoordig gebruiken we beide deuren niet meer en komt iedereen door één en dezelfde ingang de vergaderzaal binnen. En waar Stad en Ommelanden elkaar dus eerst maar moeilijk konden verdragen, zien we nu dat het provinciebestuur en het stadsbestuur elkaar tegenwoordig goed kunnen vinden.

Ik merk dat mijn verhaal bij het monument verdacht veel begint te lijken op een college geschiedenis. Een college, dat aantoont dat de geschiedenis soms iets weg heeft van een sprookje. Want ditmaal is er een happy end.

Ze hadden vast andere toekomstplannen dan te sneuvelen in de Groninger aarde.

Zij leefden nog lang en gelukkig? Nou, niet iedereen natuurlijk. Ik mag een krans leggen bij het monument van Graaf Adolf. Voor wie? Voor de onfortuinlijke graaf uiteraard. Maar misschien ook voor de 50 strijdmakkers die met hem vielen? En wie weet is er na 450 jaar ook ruimte voor 1500 Spaanse soldaten en een stadhouder die zijn omgekomen in een barre tijd, in een barre streek, in een treurig moeras. Ze waren op de verkeerde plaats in de geschiedenis en hadden vast andere toekomstplannen dan te sneuvelen in de Groninger aarde, nog voordat die Groningen heette.

Toch maakten zij van deze plek de geboorteplaats van Nederland. Het begin van een opstand die eeuwen later nog steeds van betekenis is. En die de lat hoog legt voor ons als erfgenamen: ‘De tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.’

Eén gedachte over “De geboorteplaats van Nederland”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *