Je zoekt de verschillen, maar vindt de overeenkomst

Of ik toch vooral mijn jas wil aanhouden. Want in de bomvolle Grote Kerk in Dordrecht is het acht graden. Tijdens mijn verhaal – zonder jas natuurlijk – worden mijn vingers zo koud, dat ik de velletjes papier niet meer van elkaar krijg. Koude tenen, warme harten. Mensen uit alle hoeken van het land zijn gekomen naar de opening van de tentoonstelling van ‘onze’ Henk Helmantel. Ik ben uitgenodigd om de tentoonstelling te openen. En dat heeft een bijzondere aanleiding.

Voorzetsels zijn belangrijk, houd ik mijn publiek voor. Wouter Kolff is bijvoorbeeld burgemeester van Dordrecht. Dat blijf je, ook als je buiten de gemeentegrenzen bent. Voor commissarissen van de Koning ligt dat anders. Die zijn commissaris van de Koning in Groningen. Dus niet daarbuiten. Het is dus logisch dat een commissaris van de Koning geen toespraken houdt buiten zijn eigen provincie. Het stemt tot dankbaarheid dat u voor mij vandaag een uitzondering hebt willen maken. Omdat Henk Helmantel een Groninger is. En omdat ik ben geboren in Dordrecht.

Dichter bij Dordt…

Meneer Paas, gaat u ooit nog eens terug naar Dordrecht? Ik kreeg de vraag bij een van de interviews die ik gaf als beginnend commissaris van de Koning in Groningen. Ik moest daar toen om lachen. Want als je die vraag stelt, heb je misschien Wikipedia gelezen, maar niet begrepen hoe het werkelijk zit: ik ben geboren in het Refaja-ziekenhuis. Een van de weinige monumenten in Dordrecht die niet meer bestaat. Maar ik heb hier nooit gewoond.

Je zoekt naar de verschillen, maar je vindt de overeenkomst.

Hoe word je een Schapenkop? Als dat een soort geboorterecht is, dan staat er een voor u. Maar als de norm is ‘geboren en getogen’, dan val ik af. En het is ook overdreven om te zeggen dat ik me Dordtenaar voel. Kunnen zeggen dat ik er ‘weg kom’,  vergt tenminste dat ik er de weg kén.

Ik ben een ongeneeslijke Groninger. Geworden. Want ik ben er niet geboren. Maar de essentie is voor mij, dat je je met een plaats, met de mensen kunt verbinden. En dat is niet moeilijk. Er is altijd meer wat ons bindt dan wat ons verdeelt. Je zoekt naar de verschillen, maar je vindt de overeenkomst.

Henk Helmantel

Je zou de slogan niet uitzoeken voor de citymarketing. Heb je zoveel prachtigs in je stad en dan kent iedereen die ene uitdrukking: “Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt”. Mocht het toch waar zijn, dan geldt het omgekeerde natuurlijk ook: “Hoe verder van Dordt…”

Er is in Nederland bijna geen plaats te vinden die verder van Dordrecht verwijderd is dan Westeremden. Daar, op de wierde, onder de 13e eeuwse Andreaskerk, in de door hem zelf herbouwde ‘weem’ (oud-Gronings voor een pastorie die ook boerderij is) woont de beroemdste schilder van Groningen. En een belangrijk exportproduct. In januari exposeert hij opnieuw in Taiwan. En vanaf vandaag dus in de Grote Kerk in Dordrecht.

Met nogal eens een weelderige blote mevrouw als middelpunt van aandacht op het dundoek

Helmantel representeert een provincie met een oeroud en uniek cultuurlandschap. En met meer middeleeuwse kerken per vierkante kilometer dan Toscane. Ik geloof niet dat het op mijn weg ligt om u de definitieve kunsthistorische duiding te geven van Henk Helmantel, en in zijn kielzog de zogeheten Noordelijke realisten, in onze Nederlandse kunstgeschiedenis. Evenmin ben ik bij machte om iets te zeggen over Helmantels plek in de religieuze schilderkunst, na de Reformatie en de Beeldenstorm. Gelukkig spreekt na mij Annabel Dijkema. Die weet zulke dingen.

Maar ik kan u wel vertellen wat je ervaart, als je het atelier van Henk Helmantel bezoekt. In de weem in Westeremden. Wie daar binnen gaat, ondergaat eenzelfde overgang van sfeer en tijd als wanneer je bijvoorbeeld deze kerk binnenloopt. Het geruis van de wereld verdwijnt uit je hoofd. Natuurlijk, realiseer je je, hier werkt een schilder in de 21e eeuw. Maar een schilder met een ambachtelijkheid en innerlijke gerichtheid die van alle tijden is. Een schilder die weet uit welke traditie hij voortkomt en in welke traditie hij staat.

‘Het is een gave’

Zo even noemde ik de Noordelijke realisten in één adem met Henk Helmantel. Er is minstens zoveel voor te zeggen om dat niet te doen. Want waar bij Helmantel begrippen als zingeving en religiositeit horen, daar zien we de Noordelijke realisten met hun voeten stevig in de seculiere aarde staan. Met nogal eens een weelderige blote mevrouw als middelpunt van aandacht op het dundoek.

Is Westeremden ver van Dordt? Dat is de vraag. Ik ken veel mensen die vertellen dat ze ‘gereformeerd opgevoed’ zijn. Velen van hen hebben er mee gebroken. Voor anderen is het op grote afstand van henzelf gekomen. Maar bij Helmantel zorgden de kerkgang en het gereformeerde leven voor een blijvende verbinding. Een verdieping die in combinatie met de ambachtelijke techniek – die Helmantel op de kunstacademie Minerva leerde in een tijd dat God zo’n beetje dood was verklaard en alles mocht en kon – leidt tot bijna sacrale, sterk verstilde kunst.

dat Henk Helmantel de meest calvinistische schilder is van Nederland

Zijn werk vertoont zo’n treffende gelijkenis met de afgebeelde objecten, dat je soms denkt dat je ogen je bedriegen. Het is nét echt. Je zoekt naar de verschillen, maar je vindt de overeenkomst. Ik stond in Westeremden een ongelooflijk knap schilderij te bekijken. Toen ik mijn bewondering daarvoor liet blijken, zei de schilder bescheiden: ‘Het is een gave.’ En ik dacht bij die woorden: ‘dat is een houding’.

Het laat zich raden waarom die houding ‘dichter bij Dordt’ is dan de woonplaats van de schilder doet vermoeden. Het zal Annabel Dijkema straks waarschijnlijk weinig moeite kosten om u uit te leggen dat Henk Helmantel de meest calvinistische schilder is van Nederland. In de tentoonstelling zult u straks nieuwe werken van Helmantel zien, die hun inspiratie vinden in de Dordtse synode. Die probleemloos passen onder het motto van deze dagen in deze kerk: ode aan de synode.

Ode aan de synode

Ja, de synode. Hoe moeten we daar, vierhonderd jaar later, tegen aan kijken? De statenzaal van Groningen is de oudste van het land. Ruim vier eeuwen geleden veroverde Willem Lodewijk van Nassau de stad Groningen en werden de paapse stad en het staatse ommeland gedwongen om samen een provincie te vormen. Een soort gemeentelijke herindeling avant la lettre.

De kersverse staten en gedeputeerden moesten ergens vergaderen. En ze kochten daarom de oude latijnse school van Regnerus Praedinius en verbouwden die. Gezellig werd het niet. Stadjers en Ommelanders konden elkaar niet luchten of zien. Ze konden letterlijk niet door één deur: ze gebruikten aparte ingangen. En naar verluidt waren er speciale toezichthouders die moesten voorkomen dat de afgevaardigden elkaar met brandbare dingen zouden bekogelen.

Wij zijn de eersten niet. In de statenvergadering, maar ook hier in deze kerk, voel je de erfenis van eeuwen. En herinneringen aan voor ons onbegrijpelijke tijden. Voor ons is moeilijk te bevatten hoe de kerkelijke leer niet alleen een kerkelijk schisma, maar ook een politieke splijtzwam dreigde te worden.

De NSB’ers van de Tachtigjarige Oorlog.

De meester op mijn lagere school ‘met de Bijbel’ vertelde misprijzend dat ‘we’ het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog vooral hadden gebruikt om een godsdienststrijd te voeren. Dat we niet zochten naar wat we gemeen hadden, maar elkaar bestreden op de verschillen.

De Dordtse synode – die in deze kerk begon – was in die kwestie het scharnierpunt. De kerkvergadering duurde bijna een half jaar en behandelde een kwestie die op tafel kwam op verzoek van de Staten-Generaal. Van de politiek dus. Er was reden voor een goed gesprek, want de theologische kwestie tussen de Leidse hoogleraar Arminius en zijn Groningse collega (en promotor) Gomarus hield de samenleving diep verdeeld. En het was hartstikke politiek.

Het leek te gaan over de vraag of je er zelf invloed op hebt of God je zonden vergeeft. Maar op de achtergrond speelde de verdenking dat de ‘remonstrantse’ aanhangers van Arminius bereid waren om compromissen te sluiten met Spanje. De aanhangers van Gomarus waren strijdbaarder en vielen meer in de smaak van Prins Maurits. En zo werd je geloof een kenmerk van ‘goed’ en ‘fout’. De Arminianen deden mee, maar meer als gedaagde, dan als gewaardeerde gesprekspartner. Er werden pamfletten gedrukt die aan duidelijkheid niets te wensen over lieten: Arminianen werden gezien als de bondgenoten van Philips II. De NSB’ers van de Tachtigjarige Oorlog.

Je kunt maar beter duidelijk zijn. De synode zocht voortvarend naar de verschillen en vergrootte die uit. De uitkomst van de synode stond bij voorbaat vast: de leer werd vastgetimmerd. Twaalf artikelen tegen de Remonstranten. In 2004 waren die kennelijk nog zo belangrijk dat de Remonstrantse kerk niet is toegetreden tot de Protestantse Kerken in Nederland! Remonstrantse dominees werden uit hun ambt gezet. Johan van Oldenbarneveld, die geen remonstrant was, maar ze wilde beschermen, werd onthoofd. En Hugo de Groot kreeg levenslang, maar wist spectaculair te ontsnappen.

Wat óns bindt

Het is vier eeuwen terug. In Groningen bekogelden Statenleden elkaar met onbrandbare voorwerpen. En in Dordrecht werd een godsdienststrijd beslecht met afgedwongen eenheid. En daarmee – en trouwens ook met dat fantastische besluit om te komen tot een Nederlandse Bijbelvertaling: de Statenbijbel – gaven dominees een stevige impuls aan de eenheid van de jonge republiek. Maar die eenheid had een prijs: hij werd gemaakt door een vijand aan te wijzen. Zoek de verschillen, niet de overeenkomst. En gooi de anderen de kerk uit. En desnoods ook het land.

Kijk ik naar deze gang van zaken met een politiek-bestuurlijke bril van deze tijd, dan valt me toch vooral de hardheid op. En zie ik parallellen met de tijd waarin wij nu leven. In het huidige politiek-maatschappelijke debat, voor een groot deel gevoerd op social media,  is het gewoonte geworden om de verschillen met anderen krachtig te benoemen. Rond de intocht van Sinterklaas kwam ik op Facebook ‘posts’ tegen van bekenden. Ik had ze liever niet gelezen… Het openbare debat is hard: het is zij tegen wij. Bruggenbouwers zijn verdacht.

wie zegt ‘we moeten hier samen uit zien te komen’ kan meteen dekking gaan zoeken.

We zagen woensdag hoe de polder en de politiek er niet in slaagden om een akkoord te bereiken op het gebied van pensioenen, hoewel Nederland daar grote behoefte aan heeft. En ook op andere punten wordt het steeds moeilijker om er samen uit te komen. De schoonheid van een bestuurlijk compromis, toch een belangrijke pijler van Nederland-Polderland, is uit het zicht geraakt. Dat is een cultuur die we kennen uit veel buitenlanden waarmee we niet willen ruilen. Als democratie de dictatuur wordt van de helft plus één, als minderheden zich maar moeten schikken, dan verliezen we iets waardevols.

In een recent interview in NRC Handelsblad bespeurt de Britse politicoloog David Runciman een verontrustende trend: ‘Wie pragmatisch wil zijn, wie zegt ‘we moeten hier samen uit zien te komen’ kan meteen dekking gaan zoeken. Zeker, er is in de politiek altijd gescholden. Beledigingen over en weer, dat is op zich  niets nieuws. Maar wel nieuw is de haat tegen de pragmaticus vanwege zijn pragmatisme.’

Dieken of wieken

Nederland is sinds zijn ontstaan een land geweest van schikken en plooien. Een land waarin we zo gewend waren aan verschillen, dat we rekening hielden met elkaars diepste gevoelens. Nederland beleefde zijn gouden eeuw en andere perioden van bloei doordat wij – anders dan andere Europese landen – in staat waren tot een grote tolerantie. De dominee kreeg altijd gezelschap van de koopman. Zelfs de Remonstranten werden al snel weer gedoogd.

We worden er internationaal om bewonderd. Wij schieten niet op elkaar. Wij staken elkaar niet kapot. Wij sluiten compromissen. Toen ik voorzitter was van het CNV, werd ik geïnterviewd door een Koreaanse televisieploeg over de wonderen van het poldermodel. 40 miljoen Koreanen zagen een iconisch TV-moment toen mij werd gevraagd ‘What were you doing at the times of the Wassenaar treaty?’ Dat was 1982! “At that time I was 15 and dating my first girl friend.”

Maar praten, marchanderen, dreigen en druk zetten is beter dan vechten.

Laat niemand trouwens een te gezellig beeld hebben van het poldermodel. Aan die vergadertafels gaat het soms keihard toe. Het woord ‘harmoniemodel’ schept misverstanden. Het is eerder een gereguleerd strijdmodel. Maar praten, marchanderen, dreigen en druk zetten is beter dan vechten.

En het bijzondere van Nederland is dat we tot nu toe altijd in staat waren om de grootste tegenstellingen aan één vergadertafel te brengen. Arbeid en kapitaal sloten compromissen in de Stichting van de Arbeid. Stad en Ommeland troffen samen maatregelen om in het rampjaar 1672 de Bisschop van Münster buiten de stad te houden. Alles met behoud van gevoelens, maar omdat we er samen uit moeten komen. Als u denkt dat overleg sloom is, probeer het eens zonder!

Het waterschapshuis in Onderdendam – nog geen tien kilometer fietsen vanaf Westeremden – heeft als opschrift de oudste en hardste regel van het waterschapsrecht: “Dei niet dieken wol, mout wieken”. Reken maar dat die regel werd gehandhaafd! Alleen als we samenwerken, houden we de voeten droog. In Dordrecht, met zijn indrukwekkende geschiedenis op dit punt, begrijpt iedereen dat. Als we samen de dijken niet heel houden, loopt de stad onder.

We moeten samenwerken met mensen die het anders zien. Omdat we het anders niet droog houden.

Het gaat niet om de verschillen, maar om de overeenstemming. Ik vind het essentieel dat we een cultuur overdragen, waarin we goed weten waar we voor staan, maar tegelijk beseffen dat we elkaar nodig hebben. En dat we moeten samenwerken met mensen die het anders zien. Omdat we het anders niet droog houden.

Voor mij is ook het werk van Henk Helmantel daarvoor behulpzaam. Zijn werk – juist omdat hij een exportproduct is – draagt bij aan de cultuuroverdracht. En het richt onze aandacht op waar we vandaan komen. Op de christelijke fundamenten van onze West-Europese samenleving. En op de grote dingen die we tot stand kunnen brengen door niet te kiezen voor wat ons verdeelt, maar voor wat ons bindt.

2 gedachten over “Je zoekt de verschillen, maar vindt de overeenkomst”

  1. Afgelopen zaterdag 24 november 2018 werd de tentoonstelling van Werken van Henk Helmantel geopend in de Grote Kerk van Dordrecht. Twee weken daarvoor op 10 november 2018 heeft Koning Willem Alexander de herdenking van de Synode van Dordt van 400 jaar geleden gestart. Dordrecht viert deze Synode, die zo belangrijk is geweest voor de cultuur en taal in ons land en voor de Calvinistische leer tot ver buiten ons land, met evenementen en activiteiten.

    Eén van deze activiteiten is de tentoonstelling van Werken van Henk Helmantel. Groningen is de provincie waar Henk Helmantel geboren en getogen is, gestudeerd heeft op de Academie Minerva en waar hij in het prachtige plaatsje Westeremden woont en werkt. In Groningen was Gomarus vanaf 1618, dus ten tijde van de Synode hoogleraar tot aan zijn dood waarna hij is begraven in de Martinikerk. Als geboren Dordtenaar en goed bekend met de Calvinistische invloed op onze samenleving hebben de organisatoren van de tentoonstelling de Commissaris van de Koning van Groningen, René Paas, gevraagd deze tentoonstelling te openen. De organisatoren van deze tentoonstelling mochten heel veel waardering ontvangen over de tentoonstelling en de openingstoespraak.

    We hopen dat veel Groningers ook de weg naar de Grote Kerk van Dordrecht zullen vinden om het werk van “hun” Henk Helmantel te bewonderen, ook de Werken die hij speciaal voor deze herdenking heeft gemaakt. U zult in Dordrecht heel veel meer kunnen zien, o.a. de tentoonstelling Werk, bid en bewonder in het Dordrechts museum.

    Vincent van Willigen, Arjan te Raa
    Respectievelijk initiatiefnemer/bestuurslid en voorzitter van de Vereniging van Vrienden van de Grote Kerk te Dordrecht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *