Geluk is geen pindakaas


Maximum laadvermogen. De Statenzaal is mooi vol. Daar ben ik blij mee. Zo nu en dan nodig ik een spreker uit om zijn of haar deskundigheid met ons te delen. Het helpt ons om ons normale werk in een ander perspectief te zien. Groningen met een andere bril. De spreker van vandaag is gewend aan groot en geïnteresseerd publiek. Dus het is mooi dat hij onder zijn gehoor flink wat mensen treft die werken voor de provincie Groningen. Ambtenaren, meestal, maar ook veel nieuwe statenleden.

Kim Putters – want over hem gaat het – is spontaan opgenomen in hun introductieprogramma. De datum waarop Putters kon, liep mooi synchroon met de introductie van nieuwe Statenleden. Met 28 debutanten, als je het zo kunt zeggen, is er veel kennis en geheugen uit de Staten vertrokken. En veel energie en gretigheid teruggekomen. Daarbij past een goed inwerkprogramma. En wat is er dan mooier om de directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau daar een plek in te geven? Ik heb hem gevraagd om speciaal aandacht te schenken aan de provincie Groningen – aan wat hier speelt en aan de hand is.

En de voor waar aangenomen profetie dat alle gestandaardiseerde Nederlanders er een half procent op vooruit zullen gaan.

Zoals bekend, kiezen de nieuwe Provinciale Staten van alle provincies de nieuwe leden van de Eerste Kamer. Vertrouwd terrein voor de spreker van vandaag. Van 2003 tot 2013 was Kim Putters lid van die Eerste Kamer. Daarna werd hij directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vanzelfsprekend is dat onverenigbaar met een senaatszetel.

‘Zijn’ Planbureau speelt op de achtergrond een rol bij de vorming van nieuwe kabinetten, al is vooral de doorrekening van een regeerakkoord door het Centraal Planbureau altijd goed voor veel stukken in de krant. Dat leidt dan tot koopkrachtplaatjes en ‘puntenwolken’. En de voor waar aangenomen profetie dat alle gestandaardiseerde Nederlanders er een half procent op vooruit zullen gaan.

Regeringsfluisteraar

Op sociaal-economisch gebied wordt hulp van het CPB en ook De Nederlandsche Bank bij het maken van een regeerakkoord als normaal gezien. Nieuw was de introductie door de directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau. Het zal niemand verbazen dat de spreker van vandaag vindt dat het SCP die rol ook bij de vorming van volgende kabinetten ook moet krijgen. En daar is kans op, want het schijnt dat Kim Putters indruk maakte bij de onderhandelaars. Geen paardenfluisteraar, maar een regeringsfluisteraar.

‘Daarom adviseren wij van WC-eend WC-eend.’

Toch is het wat te makkelijk om deze aanbeveling af te doen als ‘daarom adviseren wij van WC-eend WC-eend.’ Want als iemand onvermoeibaar vertelt dat de samenleving een samenhangende, grote visie nodig heeft die het kabinet als leidend principe hanteert, dan is het Kim Putters wel. En als iemand dat kan doen met het gezag van een instituut dat permanent de thermometer in de samenleving steekt, dan is het wel het SCP.

Een 7,8 voor ons leven

Als je met je neus dicht op de tijd zit, is het moeilijk om te zien wat er eigenlijk aan de hand is. De cijfers en statistieken die het Sociaal Cultuur Planbureau van Kim Putters produceert, zijn wat dat betreft een soort bril om je ogen scherp te stellen.

‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’

Het vaste antwoord dat het SCP uit de mond van Nederlanders optekent – al sinds Putters’ voorganger Paul Schnabel – luidt: ‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’.

Vorige week bestempelden de Verenigde Naties Nederland tot het op vier na gelukkigste land van de wereld. We hebben de gelukkigste jongeren. Nederlanders geven hun eigen leven een hoog rapportcijfer (een 7,8).

Toen dat laatste nieuws werd, leidde dat tot opgetrokken wenkbrauwen. Want wie het nieuws volgt – of het nu de publieke omroep is of zijn eigen social media – krijgt een ander beeld. Een deel van de verklaring is dat ‘De Nederlander’ niet bestaat. Koningin Máxima kreeg groot gedoe door dat te zeggen, toen ze nog prinses was. Maar ze had natuurlijk groot gelijk. Precies zoals het ook voor ons niet goed is om te sturen op ‘de gemiddelde’ of ‘de gewone’ Groninger. Want daarvan zijn er maar weinig. Geluk én onvrede zijn niet als pindakaas egaal uitgesmeerd. Het is niet gelijk verdeeld.

Veenbrand

Komende vrijdag breng ik een gemeentebezoek aan Oldambt. Daar zie je – net als bij gemeenten in de omgeving – dat in de afgelopen jaren de deelname aan de arbeidsmarkt onder laaggeschoolden niet is gestegen (zoals overal in Nederland) maar is gedaald. En reken maar dat werkloosheid effect heeft op je welbevinden. Net als aardbevingsschade die niet wordt verholpen. En aanhoudende onzekerheid over de versterking van je huis.

Het laatste boek van Putters heet ‘Veenbrand’, met als ondertitel: ‘Smeulende kwesties in de welvarende samenleving.’

ik denk dat er veel veenbrand zit in de Groningse klei. En in Gronings veen.

Het hart van het boek is een verzameling columns die in de afgelopen vier jaar in het Financieele Dagblad verschenen. Als je ze snel achter elkaar leest, zie je dat ze heel tijdgebonden zijn (o ja, dat speelde toen), maar waarin duidelijk wordt dat de verzorgingsstaat, met de overheid als bindmiddel in het werkzame, culturele en sociale leven, door een eenzijdige focus op kostenbewustzijn is verdwenen. Daarvoor in de plaats is gekomen een bureaucratische samenleving, met het accent op zelfbeschikking. En daarmee zijn te veel mensen onzeker of de overheid levert, als het er werkelijk op aankomt. Mijn taxatie over Putters diagnose over Groningen is de volgende: ik denk dat er veel veenbrand zit in de Groningse klei. En in Gronings veen.

Geen lachebekje

In dit boek is Kim Putters geen lachebekje. Maar anders dan ondergangsdenkers reikt hij de zieke patiënt wel een aantal remedies aan. De eerste remedie is dat politici, dat politieke partijen, weer een visie verbeelden. Een visie waarin verbinding een belangrijk woord is.

Hij presenteert de Sociale Staat van Noord-Nederland. Hij put daarbij royaal uit recente publicaties van het SCP, maar laat ook zien dat de problemen in Noord Nederland extremer zijn, door vergrijzing en verdunning.

Putters houdt een warm pleidooi om te stoppen met de gebruikelijke taakverdeling bij de overheid. Weg met de verkokerde departementale tradities. Die sluiten niet meer aan bij het echte leven. En dat leidt tot vervreemding. Werken, leren, zorgen en samenleven moet je in samenhang aanpakken.

Twee stappen verder zit je in een Brexit.

En daarin lijkt zijn pleidooi op dat van een ander. In NRC Handelsblad van afgelopen weekend geeft de politicologe Catharine de Vries een toelichting op haar proefschrift. Zij stelt dat kritiek, bijvoorbeeld zoals die op de Europese Unie, een gevolg is van de welvaart en het succes van een samenleving als de onze. We denken daardoor dat we het wel alleen kunnen. We zien onze welvaart als een eigen verdienste. Die niet tot stand kwam dankzij de EU, maar ondanks de EU. Twee stappen verder zit je in een Brexit.

Visie

De redenering gaat niet alleen op voor de EU, maar voor ongeveer alle instituties. Wat hebben de overheid, de bedrijven, de media en de politici eigenlijk precies voor ons gedaan? Weten ze wel wat er leeft?

Het aardige is, dat ook De Vries – net als Kim Putters – hier een rol voor de politiek ziet weggelegd. De politiek, die een antwoord moet geven op al te bureaucratische en technocratische oplossingen. Op het opknippen van het echte leven in te kleine deeltjes. Ook De Vries snakt naar een overkoepelende visie. Hij is nog niet klaar. Maar dat politici een opdracht hebben, staat wel vast. Ik kijk reikhalzend uit naar ons nieuwe collegeprogram!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *