Kwetsbare vanzelfsprekendheden

“Een man weet niet wat-ie mist, maar als ze er niet is, weet een man pas wat hij mist.” De Dijk brengt onze achteloosheid treffend onder woorden. Er zijn schijnbare vanzelfsprekendheden die bij nadere beschouwing kwetsbaar zijn en daardoor de moeite waard zijn om te vuur en te zwaard te beschermen. Maar we zien het meestal pas als het te laat is.

Hans Engels, foto Rob de Vries, RTV Noord
 

Vorige week verscheen al weer een editie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het SCP. Daaruit blijkt dat Nederlanders massaal (64%) vinden dat dit land naar de bliksem gaat. Bij zo massale onvrede en bezorgdheid kan het niet anders dan dat mensen massaal blind zijn geworden voor een aantal Nederlandse verworvenheden die historisch uniek zijn, wereldwijd schaars en toch schijnbaar vanzelfsprekend. Ik denk daarbij aan ruim zeventig jaar vrede. Aan een niveau van welvaart dat uniek is in de geschiedenis en zeldzaam is in de wereld. 

Nooit de macht der gewoonte

Het zijn schijnbare vanzelfsprekendheden. Want bij nadere beschouwing spreken ze allerminst voor zich. Ze zijn (in dit geval letterlijk) met bloed, zweet en tranen bevochten. De democratische rechtsstaat is ook zo’n schijnbare vanzelfsprekendheid. Je hoeft niet eens naar onbeschrijflijke wreedheden als in Syrië te kijken om te zien hoe waardevol die is. In landen die dichtbij zijn, zoals Rusland, Turkije en Hongarije spreekt niet vanzelf dat de overheid zich houdt aan regels die een vrije samenleving moeten borgen. Ook daar staat de rechtsstaat onder druk.

Een democratische rechtsstaat vergt een langdurige ontwikkeling en grondig onderhouden beschavingsnormen. Hij staat of valt met bestuurders die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Met ambtenaren die weten dat hun professionele inzet ten dienste moet staan van burgers. Met journalisten, pressiegroepen en wetenschappers die bereid zijn om de vertegenwoordigers van de macht kritisch te volgen. Met mensen met liefde voor het openbaar bestuur dat mooier wordt als er goed op gelet wordt. Als het nooit de macht der gewoonte wordt. 

Ik ben ooit – in de onvolprezen gemeente Roden – begonnen als secretaris van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften. Wat ik daar leerde gaat een leven lang mee. Het was hoe de overheid het meest kwetsbaar wordt in haar relatie met individuele inwoners. Mensen die vinden dat hen onrecht is aangedaan. En die de kans vergroten om het gedrag van de overheid beter te krijgen. Talking truth to power. De liefde zit diep. Ik vind het nog steeds mooi om de adviezen van de commissie rechtsbescherming te lezen, op zoek naar kansen voor verbetering.

Tien jaar verandering

Vandaag nam ik afscheid van Hans Engels, de voorzitter van de Commissie Rechtsbescherming. Hij begon in 2007, dus precies tien jaar geleden, als plaatsvervanger van de mij zeer dierbare Alfons Dölle. Toen Alfons overleed, volgde Hans hem op als voorzitter. In tien jaar is de samenstelling van de commissie nogal veranderd. Voor 2007 bestond de commissie nog volledig uit statenleden en één externe voorzitter. Maar de eisen aan de onafhankelijkheid werden zwaarder. Er werden naast vier statenleden vijf externe leden benoemd. In 2015 veranderde de commissie opnieuw grondig. Ze bestond vanaf dat moment volledig uit externe leden. Tot vreugde van Hans Engels. In het dagblad Trouw zei hij het zo: “volksvertegenwoordigers in bezwaarcommissies beschouw ik als een dwarsverband uit het oude monistische stelsel dat nog niet was ontmanteld.” En in het jaarverslag van de commissie over 2014 noemde hij het een goed signaal voor belanghebbenden dat de commissie in institutionele zin volledig onafhankelijk is en inhoudelijk onpartijdig functioneert. Het was dus behelpen, tien jaar geleden, maar het werd steeds mooier!

Eén van de hoogtepunten van Hans’ voorzitterschap moet de zitting zijn geweest waarin de provinciale vergunning onder vuur lag die was verleend voor de centrale van RWE. Er waren 16 rechtspersonen (waaronder Greenpeace) en maar liefst 6290 burgers een bezwaarschrift ingediend. De commissie adviseerde niet alleen het college van Groningen, maar ook dat van Fryslân en Drenthe. Hans zocht natuurlijk geen beroemdheid, maar hij werd het wel. Onder grote publieke belangstelling, in het heldere licht van de democratie en van de cameralampen heeft hij de zaak streng maar rechtvaardig behandeld in de Groningse Statenzaal.

Uit alles sprak een grote betrokkenheid bij de rol die hij vervulde in de democratische rechtsstaat. Bewustheid van de betekenis van rechtsbescherming voor belanghebbenden én voor de werking van de overheid. Verantwoordelijkheid, betrokkenheid en ook liefde. Dat ging over de inhoud, maar ook over de vorm. 

Kwaliteitsbewust

Hans was gevreesd bij de ambtenaren die het college van GS vertegenwoordigden. Hij verwachtte niet alleen dat die vertegenwoordiging inhoudelijk deskundig is, maar had ook een uitgesproken mening over de kledingkeuze van de provinciale ambtenaren. Een geblokt overhemd met korte mouw, of een verschoten spijkerbroek, stelde de voorzitter niet op prijs. 

Hans vroeg vaak aandacht voor het tempo waarmee de provincie bezwaarzaken afhandelde. En het ging zoals altijd: door de aandacht van de voorzitter werden we beter. Een enkele uitschieter daargelaten, heeft de provincie op dat punt een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Vorig jaar is ruim 80% van de bezwaarschriften binnen de termijn afgehandeld.

In zijn afscheidsbrief dankt Hans Engels het provinciebestuur en de leden en staf van de Commissie voor de zeer plezierige en vruchtbare samenwerking. De dank die hij uitspreekt is wederzijds. We danken iemand die zich tien jaar lang onvermoeibaar heeft ingezet voor een kwetsbare schijnbare vanzelfsprekendheid. De democratische rechtsstaat. Ik wens hem alle goeds toe in de toekomst.