Een leerzame ramp van drie eeuwen terug.


Hoewel sommigen er zelfs in 1953 nog een straf van God in zagen, zijn de deskundigen het over de oorzaken van grote overstromingen meestal wel eens. De verklaring komt steevast neer op de fatale cominatie van slechte dijken en extreem weer. Zo was het ook op Eerste Kerstdag 1717. Er was een krachtige noordwesterstorm, die de inleiding vormde voor de laatste grote overstroming in Noord-Nederland. Vrijdag mocht ik de tentoonstelling over de Kerstvloed in het Scheepvaartmuseum openen.

uitsnede uit Geographische Vorstellung der jämerlichen Wasser-Flutt in Nieder-Teutschland 25 Dec. Ao. 1717, Joh. Bapt. Homann, 1718-1720

In de zomer van 2016 maakte ik kennis met de mensen van de buitendienst van de provincie Groningen. Het bracht me aan boord van een groot geel werkschip met de merkwaardige naam Thomas van Seeratt. Ik vergat toen te vragen wie het was. Maar sinds ik het verhaal hoorde over de Kerstvloed ben ik bij. Toen die plaatsvond, was hij Provinciaal Commis. Tegenwoordig zouden we zeggen: waterschapsbestuurder. Hij werd mede beroemd omdat hij een journaal bijhield, waarin hij de geschiedenis van de ramp – een beetje afgerond in zijn eigen voordeel – op schrift stelde. Dat journaal in sierlijke krulletters is in het museum te bezichtigen.

Van Seeratt begon bepaald niet als een held. Hij schreef een jaar voor de ramp aan het provinciebestuur een rapport over de staat van de zeeweringen. Hij noemde die ‘ellendig’. Zelfs Friesland deed het beter, schreef hij. Dat was niet de snelste manier om ambtenaar van het jaar te worden bij de Provincie Groningen. De provinciebestuurders voorzagen enorme kosten en ze werden niet warm van Seeratts vergelijking met de Friezen. Hij moest eerst maar eens een goede vergelijking met de buren maken. Ook dat deed Van Seeratt. Zuchtend stelde het provinciebestuur het geld beschikbaar. Nog in 1717 kon Van Seeratt beginnen met zijn klus. Het zou te laat blijken.

Duizenden doden

De dag voor kerst was het slecht weer. Van Seeratt werkte aan de Dollarddijk. Daar zag hij dat de lucht wonderlijke kleuren kreeg en overal ging draaien. Het deed hem denken aan opkomende orkanen die hij had meegemaakt als zeevaarder. Volgens ooggetuigen trok het water zich terug, wat wij tegenwoordig herkennen als het patroon van een aanstormende tsunami. Van Seeratt vertrok (per trekschuit) van Delfzijl naar Groningen en merkte onderweg dat het keihard ging waaien. Er was een extra paard nodig om de schuit vooruit te laten komen. Nog diezelfde nacht braken de dijken op tal van plekken van Noord-Holland tot in Denemarken. Het water kwam soms wel honderdvijftig kilometer het land in.

In Groningen zaten de grootste gaten bij Kloosterburen en Finsterwolde. Ook de stad – die nog dezelfde middag een eiland werd middenin een grote zee – hield de voeten niet droog. Ruim tweeduizend Groningers kwamen om tijdens de Kerstvloed. Het aantal slachtoffers langs de hele Waddenkust is daar een veelvoud van. Ze werden bevangen door de kou of ze verdronken. Tienduizenden koeien, schapen en varkens verdronken ook. Het scheepvaartmuseum bevat ooggetuigenverslagen over mensen die in bomen klommen, gezinnen die wegdreven op het dak van hun huis. En over wiegjes die het raam uitvoeren. Precies de soort verhalen die ik als kind las over de Watersnoodramp van 1953. Verhalen over overstromingen zijn universeel.

Redding en revolutie

De Groningse gedeputeerden vergaderden op Eerste Kerstdag in een wijnhuis. En ze gaven Van Seeratt de opdracht om vanuit de stad de reddingsactie te starten, die zou duren tot in het nieuwe jaar. Veertig schepen voeren uit over de provincie om mensen en vee op te pikken. Veel mensen in de stad kregen anderen in hun huis. Verdronken vee werd geslacht en gezouten en samen met kool uitgedeeld als eten voor de dakloze slachtoffers. Tot in het voorjaar zouden de kadavers in het zoute water op het Groninger land blijven liggen.

Een geluk bij een ongeluk was dat de kwaliteit van de dijken vanaf dat moment menens was. Voor de kerstdagen van 1718 waren de dijken weer gesloten. Net op tijd, want in het voorjaar van 1719 was er opnieuw een zware storm die de dijken beschadigde. De nieuwe stukken die Van Seeratt had aangelegd, bleven staan. Op andere plaatsen was schade. Het herstel van de dijken zou nog jaren duren, maar leidde wel tot een revolutie in de kustverdediging. Nog altijd zijn sporen van de ramp zichtbaar in het landschap, voor wie oog heeft voor kolken en oude dijken. Maar 1717 is tot nu toe de laatste grote overstroming die Groningen meemaakte.

Actuele boodschap

In 1998 was het rond de stad erg spannend. Zelf stond ik op het geplaagde dijkje bij het Hoornse diep met zandzakken te sjouwen. Het Martiniziekenhuis en een verzorgingshuis in het zuiden van de stad werden geevacueerd. Het Groninger Museum ging dicht en kunst werd vervoerd naar elders. Maar we kwamen met schrik vrij. Sindsdien is de dijk wat hoger. In 2012 werd het opnieuw spannend. Nu is er buffercapaciteit aangelegd: het natuurgebied De Onlanden, het Roegwold en andere nieuwe natuur, waar het water heen kan als het te hoog wordt.

Bij de opening van de tentoonstelling houdt Bert Middel, de dijkgraaf van Noorderzijlvest, een gepassioneerd verhaal over de grote risico’s die het water nog tot de huidige dag vormt. Als de zeedijk bij Delfzijl bezwijkt, is het water via het Damsterdiep – een soort snelweg – pijlsnel in het hart van de provincie. En als de dijk van het Eemskanaal het begeeft, bijvoorbeeld omdat de grond week is geworden tengevolge van aardbevingen – heeft dat ook grote gevolgen. Gevaarlijk water is altijd dichterbij dan je denkt.

Hoera voor ramptoerisme!

Bij ons thuis op de koffietafel ligt het boek ‘Nederland in zeven overstromingen.’ Fascinerende lectuur! De Kerstvloed heeft er geen plaats in gevonden. Wel de Allerheiligenvloed van 1170, de inundaties in de Tachtigjarige Oorlog, de overstroming van het rivierengebied in 1809 en de Zuiderzeeramp van 1916. Via de Watersnoodramp van 1953 bouwt het boek op naar de ´Ergst Denkbare Overstroming´, kortweg ´EDO´. Dat is de doorbraak van de befaamde Dijkring 14, zeg maar de Randstad, waar vijf miljoen Nederlanders wonen. De dijkring is zo sterk gemaakt dat een overstroming een statistische kans heeft van eens in de tienduizend jaar. Maar begin deze week was in het nieuws dat de zeespiegel nog deze eeuw met 1.80 meter kan zijn gestegen. Ik ben benieuwd naar de gevolgen van zulke cijfers voor de risico’s die we in Nederland lopen.

Ramptoerisme heeft een kwalijke reputatie. En nette mensen houden zich daar dan ook verre van. Toch lijkt het me in dit geval verstandig om een uitzondering te maken. Als een ramp uit het verleden zoveel relevantie heeft voor de wereld van vandaag, dan is het onze morele plicht om ramptoerisme krachtig te bevorderen. Dat doe ik bij dezen. De tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum over de Kerstvloed 1717: gaat dat zien!

Eén gedachte over “Een leerzame ramp van drie eeuwen terug.”

  1. Ook in Rotterdam zuid tot aan de maastunnel heeft het water in 1953 gestaan. Het was niet zo erg hoog bij ons in de straat maar bij de maaskade zijn er toch mensen verdronken. Mijn moeder kwam ons waarschuwen toen we nog in bed lagen dat we niet naar school konden want buiten stond het water ongeveer 42 cm.hoog.

Laat een reactie achter op B.Pijpers Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *