Mijn allerbeste Duits

‘We moeten grenzen afbreken, geen belemmeringen opwerpen. Met  onze goede Duits-Nederlandse contacten kunnen we er aan bijdragen dat in Europa de harmonie overheerst  en er geen valse tonen klinken. Sterke en eendrachtig samenwerkende regio’s bouwen de basis voor een solide Europa.’ Voor de tweede keer wordt mijn korte begroetingstoespraak onderbroken door applaus. Applaus waar ik hard voor gewerkt heb. Een toespraak in het Duits: voor mij is het topsport!

De oude gebouwen van de enorme scheepswerf Meyer in Papenburg zijn tegenwoordig een cultuurcentrum. Dit jaar is het prestigieuze ‘Musikfest Bremen’ daar neergestreken. De laatste jaren is dat Musikfest een ontmoetingsplek geworden voor Noord-Duitsers en -Nederlanders. Het Noord-Nederlands Orkest speelde er. Het Prins Claus Conservatorium droeg er geregeld aan bij. En vanavond staat het Metropole Orkest in Papenburg. Het is een oefening in verstaanbaarheid. Duitse ondernemers en politici begroeten je in het Nederlands. En ik maak me verstaanbaar in mijn aller-allerbeste Duits.

Laat ik eerlijk zijn. Mijn beste Duits is niet erg indrukwekkend. Want ik was een van die vele scholieren die Duits zo snel mogelijk heeft laten vallen. Om daarna veel te vaak met mijn mond vol tanden te staan als ik de buren ontmoet. En dat gebeurt tegenwoordig heel vaak. Noord-Duitsland is voor ons van groot belang. Omdat er banen zijn en economische bedrijvigheid. Omdat er leuke mensen wonen die graag op bezoek komen. Omdat er knappe koppen zitten, die contact onderhouden met onze kenniscentra.

We zouden veel sterker zijn als we geen last hadden van de grens. Als we soepel konden samenwerken. Als we ons verstaanbaar konden maken. Daarom gingen burgemeester Peter den Oudsten en ik in de laatste vakantieweek samen naar Oldenburg om twee dagen hard te werken aan ons roestige Duits. Grammatica en lastige woordjes. Eten met de burgemeester van Oldenburg. En vooral: heel veel praten over de dingen die Groningers en Duitsers bezig houden. Inderdaad… in het Duits. Mijn leraar van de middelbare school zou trots op me zijn. Niet vanwege mijn prestaties, maar vanwege een nooit eerder vertoonde ijver.

En de Papenburgers klappen hard, als ik in mijn toespraak verklap dat die mede de vrucht is van een ‘Sprachkurs’. Na afloop slaan ze op mijn schouders. ‘Toll’, vond een ondernemer het. Zo breken we ijs.

csm_papenburg