Oldenburger Fritom wordt hofleverancier


De aanwezigen ruiken lont. Ze vragen zich af wat er aan de hand is. Eerst was er de geheimzinnige uitnodiging. En dan de burgemeester die het woord geeft aan de commissaris van de Koning. Nieuwsgierige blikken bij de aanwezigen. Er gaat iets gebeuren!

Het eeuwfeest was in november al. Het was een groot feest met 200 gasten. Het hele college van B&W van Veendam was er. En locoburgemeester Bouke Arends van Emmen. Jacques d’Ancona presenteerde de dag. Hij had de aanwezigen meegenomen op de enerverende reis door 100 jaar Oldenburger Fritom.

Sterke mannen

Ongetwijfeld vertelde hij over de eerste vrachtjes die Opa Jan Oldenburger reed in Veendam. Een landarbeider die besloot dat hij meer geld voor zijn gezin kon verdienen door vrachtjes te gaan rijden. Bijvoorbeeld voor de steenfabriek Everts & Co. Oldenburger Senior bracht stenen naar aannemers in de omgeving. De aannemers wilden ook graag zand. En Oldenburger was de beroerdste niet. Het was zwaar werk. Jan Oldenburger reed met paard en wagen. Laden en lossen ging natuurlijk met de hand. We praten over 1917.

Na verloop van tijd kreeg Opa Jan de hulp van zijn zoon zoon Jurjen. En ook de andere broers kwamen in het bedrijf. Ze vervoerden steeds meer. Bijvoorbeeld het meel dat per trein of schip aankwam in Veendam. Zakken van 50 kilo, die je op je schouders bij de bakker de zolder op moest werken. De Oldenburgers waren sterke mannen.

Groei en verandering.

Na het meel kwam het kunstmest. En later vervoerden Oldenburger en zonen kolen. En strokarton, dat ook natuurlijk. Toen opa Jan stopte, stond er een stevig familiebedrijf. In 1965 werd het opgesplitst in Jan Oldenburger en ‘Gebroeders Oldenburger’. Van Jan weet ik het niet zeker. Maar de gebroeders maken een flinke groei door.

En zo gaat de geschiedenis verder. In deze historische hinkstapsprong doet zoon Jurjen zijn aandelen over aan zijn drie zonen, dus de drie kleinzonen van Jan. Er komen steeds meer chauffeurs. En er ontstaan steeds meer verschillende taken binnen het familiebedrijf. Er worden loodsen gebouwd om voor de klanten zoiets moderns te gaan doen als voorraadbeheer.

Geen opvolger

En dan wordt het 1993. Opa Jan zou zijn bedrijf niet herkennen. Oldenburger is intussen een logistiek dienstverlener met een eigen distributiecentrum, inclusief op- en overslag. Maar gek genoeg, staat binnen de familie Oldenburger niemand te trappelen om het stokje over te nemen. Een klassiek probleem in familiebedrijven. Zo komen de drie kleinzoons tot het inzicht dat zij hun bedrijf na dertig jaar hard werken als ‘een goed renderende onderneming’ kunnen overdoen.

En daardoor ontstaat Oldenburger Fritom. Fritom heeft net zo’n ontstaansgeschiedenis. Oorspronkelijk ook een familiebedrijf. Van de familie Veenstra, uit Heeg.

Korte inhoud van het voorafgaande: boerenarbeider Jan Oldenburg richt in 1917 een traditioneel familiebedrijf op, dat tegenwoordig een miljoenenomzet heeft.

Vernieuwing

Familiebedrijven zijn heel bijzondere bedrijven. Ook in financieel opzicht. Vaak met weinig vreemd vermogen. En je hebt ze in twee uitersten: heel innovatief, of meer volgend. Oldenburger Fritom is een bedrijf uit die eerste categorie. Enorm vernieuwend. Het behoort tot de top in Nederland.

Met nevenvestigingen in Italië en Hongarije. Een bedrijf dat in 2010 van de transportsector de ondernemersprijs voor creativiteit kreeg. En die creativiteit loont, want ondanks de recessie zag het bedrijf in de afgelopen jaren de jaaromzet groeien van 18,5 miljoen euro naar 25 miljoen. Het rendement is om te zoenen: al een jaar of tien gemiddeld zes procent. En Oldenburger Fritom investeert ondertussen bovengemiddeld in personeel en kwaliteitsprocessen.

Ik zie ze denken: fijn dat de commissaris van de Koning ons een geschiedenisles geeft. Maar dat wisten we al van Jacques d’Ancona! Maar ik heb de historische aanloop nodig om te kunnen zeggen – eindelijk te kunnen zeggen – waarom iedereen hier is uitgenodigd.

Exclusief

En dat is hierom: Het Koninklijk Huis kent Oldenburger Fritom het predicaat Hofleverancier toe. Uit het exposé dat ik net voor ze hield, blijkt waarom. Denk nu niet dat het Koninklijk Huis nu voortaan alle vracht van onze Koning in handen geeft van Oldenburger Fritom. Dat is niet uitgesloten, maar daar gaat het niet om bij hofleveranciers. Het predicaat is een onderscheiding. Een Koninklijke onderscheiding, maar dan voor bedrijven.

Het predicaat is heel exclusief. Om de gedachten te bepalen: ook andere koninklijke onderscheidingen zijn heel exclusief. Maar alleen al bij de lintjesregen van 2017 werden er bijna drieduizend van uitgereikt. Hofleveranciers zijn veel schaarser. Ik heb het even opgezocht op de website: vorig jaar kwamen er maar 17 bij. Niet een in Groningen. En er zijn er maar zo’n 500 in Nederland.

De titel ‘Hofleverancier’ en het bijbehorende wapenschild zijn bestemd voor kleine en middelgrote bedrijven met een regionale uitstraling, die minstens honderd jaar bestaan en een onberispelijke reputatie hebben. En er is een strenge selectie.

Reden genoeg dus voor trots. Oldenburger Fritom is het tweede bedrijf dat ik de oorkonde mag overhandigen. En ik ben er enorm trots op. Ik overhandig hem aan René Dale, de directeur. En die laat zich stralend feliciteren.

2 gedachten over “Oldenburger Fritom wordt hofleverancier”

  1. Geachte René Paas,
    Wij zijn trots dat wij het eerste bedrijf waren, die uit uw handen het predicaat “Hofleverancier” mochten ontvangen. Kunnen wij als Hofleverancier nog iets speciaals betekenen op Koningsdag? Bijvoorbeeld oranje Knappertjes aanbieden bij de lunch van de Koning? Wij zijn bezig om in samenwerking met hogeschool Hall Larenstein Leeuwarden, Knappertjes met groente of algen tijdens festivals te laten proeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *