Ongegeneerd genuanceerd over democratie

Ik mag de deelnemers aan de ‘dag van de democratie’ verwelkomen in de statenzaal in het provinciehuis. De oudste van Nederland. Als je bedenkt dat we nog geen eeuw algemeen kiesrecht hebben, dan is indrukwekkend om te bedenken dat deze ruimte al vier eeuwen democratische ontwikkeling heeft meegemaakt.

Foto: @benplandsoen – twitter

Met vallen en opstaan. De staten van de gloednieuwe provincie Groningen vergaderden hier voor het eerst in 1602. De tachtigjarige oorlog was voelbaar. De Spaanse stad werd ingelijfd bij de Staatse provincie. De boel was bepaald ongezellig. Stad en Ommeland in een gedwongen huwelijk. De vertegenwoordigers van stad en ommeland hadden aparte voorvergaderingen en kwamen binnen door verschillende deuren. Dus ik denk dat de uitdrukking ‘niet door één deur kunnen’ hier is ontstaan. Deze statenzaal is gebouwd op grote verschillen van mening. Het is dus mooi dat we vandaag juist hier drie lezingen hebben over het onderwerp ‘Bouwen aan democratie’.

Ik kondig aan het begin van mijn lezing aan dat ze´ongegeneerd genuanceerd´ is.

De aanleiding is helder. Op 21 november zijn er gemeentelijke verkiezingen in Ten Boer, Haren en de stad Groningen. Dat is een logische stap na het herindelingsbesluit. We hebben in de provincie al meer herindelingsverkiezingen gehad. Komend jaar maart zijn er ook provinciale verkiezingen. Als verkiezingen het ‘feest van de democratie’ zijn, is Groningen regelmatig een dolle boel!

Ik kondig aan het begin van mijn lezing aan dat ze ´ongegeneerd genuanceerd´ is. Korte inhoud van het hierna volgende: Er zijn problemen, maar niet alles is inktzwart. Er zijn veel slechte oplossingen, maar we kunnen beslist wat doen.

.

1. Democratische vreugde en verdriet

De aanleiding is helder, het thema is troebel. Democratie, je kunt er moeilijk tegen zijn. En wie de moeite neemt om door zijn vooroordelen heen naar de cijfers te kijken, wordt aangenaam verrast. Niet alles is inktzwart.

Nederlanders zijn massaal (78%) tevreden met het functioneren van de Nederlandse politiek. Jongeren en hoogopgeleiden wat meer dan ouderen en laagopgeleiden. En over de vorm zijn ze ook tevreden: driekwart van de Nederlanders is voorstander van de vertegenwoordigende democratie via algemene verkiezingen. Slechts 6% is daar tegen. Voor alternatieven, zoals directe democratie, technocratie of een loterij is weinig steun. Het enthousiasme over de politiek is wat kleiner. Maar toch: zes van de tien Nederlanders hebben voldoende vertrouwen in de Tweede Kamer en ook in de regering. Mocht de somberheid vandaag nog toeslaan, bedenk dan: het kon óók minder.

Pas veel later ontdekte ik dat democratie ook in een democratie nooit vanzelf spreekt.

Democratische ontwikkeling hoort bij de opvoeding. Toen ik een kind was, wist ik wel wie er de baas was. De koningin natuurlijk. En de burgemeester. Commissarissen van de Koning kwamen in dat wereldbeeld niet voor. Later leerde ik dat het nog mooier was: dat we allemaal samen de baas waren doordat we konden stemmen. Pas veel later ontdekte ik dat democratie ook in een democratie nooit vanzelf spreekt. Dat we allemaal stemrecht hebben, maar dat betrokkenheid en invloed ongelijk verdeeld zijn. En dat daar ook de grote zorgpunten van de democratie zitten.

Democratie is wijdverspreid. Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft tegenwoordig in een democratie. Dat is het resultaat van een eeuw van gestage vooruitgang. Tegelijk staan democratieën onder druk. Volgens de gezaghebbende Bertelsmann Stiftung, die de kwaliteit van de democratie aan de hand van een groot aantal criteria bijhoudt, loopt in de meeste westerse landen de kwaliteit van de democratie terug. Ook in Nederland. De Bertelsmann Stiftung beschrijft de problemen in academische termen. Zelf maak ik me zorgen over de partijen, de opkomst bij verkiezingen en de cultuur van versnippering.

Politieke partijen

Belangrijke dragers van de democratie in ons stelsel zijn politieke partijen. Het aantal leden van politieke partijen ligt al jaren rond de 300.000. Dat is ongeveer 2% van de bevolking. De meeste mensen zijn niet actief, want veel leden van politieke partijen zijn op leeftijd. Uit dat kleine beetje mensen moeten alle bestuurders en volksvertegenwoordigers worden gehaald. Veel politieke partijen worstelen dus met de recrutering van raads- en statenleden, die ook nog eens veel minder lang meegaan dan vroeger.

Die anorexia-methode berooft politieke partijen van hun vermogen om veel voor de democratie te betekenen

Een apart aandachtspunt zijn de financiën van politieke partijen. Grote giften van bedrijven aan partijen vinden wij ‘Amerikaanse toestanden’. En die komen in Nederland dan ook eigenlijk niet voor. Er zijn weinig leden, dus de contributie-inkomsten zijn ook mager. En dan is er subsidie. Maar afgezet tegen andere Europese landen geeft Nederland heel weinig subsidie uit aan partijen. Aan lokale partijen al helemaal niet. Die anorexia-methode berooft politieke partijen van hun vermogen om veel voor de democratie te betekenen door bij te dragen aan de scholing en ontwikkeling van volksvertegenwoordigers.

Opkomst

En dan is er nog de opkomst bij verkiezingen. Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen hier aan de RuG zei laatst in het Dagblad dat de opkomst bij herindelingsverkiezingen gewoonlijk tien procent lager ligt dan bij gewone gemeentelijke verkiezingen. En dan zou je in Groningen ditmaal misschien uitkomen op een opkomst van zo’n 40-45 procent.

Hij brengt dat als wetenschapper met droge ogen. Maar als commissaris van de Koning vind ik zulke statistieken onverdraaglijk.

Hij brengt dat als wetenschapper met droge ogen. Maar als commissaris van de Koning vind ik zulke statistieken onverdraaglijk. Het is voor mij namelijk moeilijk te accepteren dat bijna zes op de tien mensen geen gebruik zouden maken van hun stemrecht. Uit desinteresse, gemakzucht of teleurstelling. Of erger: omdat ze het vertrouwen compleet zijn kwijtgeraakt.

Versnippering

Niet alleen is er een tendens dat er minder mensen gaan stemmen. We hebben ook nog de trend van een groeiende groep zwevende kiezers, die bovendien kunnen kiezen uit een toenemend aantal politieke partijen. Na de ontzuiling van de religieuze instituties en alles wat daarmee samenhangt in onze samenleving verliest nu ook het politieke landschap zijn vaste ‘landmarks’.

Je hoeft geen genie te zijn om te voorspellen dat akkoorden bereiken lastiger wordt in een landschap met veel kleine partijen. Als er meer partijen nodig zijn voor een meerderheid. Wat dit betreft ben ik benieuwd hoe de fracties in de nieuwe gemeente Groningen over twee weken en de Statenfracties komend voorjaar omgaan met de verkiezingsuitslag.

In 2011 duurde een kabinetsformatie in België al eens 511 dagen. Het Nederlandse record staat op 255 dagen en komt op naam van het huidige kabinet.

How democracy ends

De Britse politicoloog David Runciman is geen lachebekje. Hij schreef een boek met een omineuze titel: ‘How democracy ends’. We denken dat we weten hoe het er uitziet: het einde van een democratie. Want het is al honderden keren gebeurd: er komt chaos en het leger herstelt de orde. Tanks op de Grote Markt. Maar Runciman wijst ons erop dat we een verkeerd beeld hebben van het einde.

Zo helder als Runciman is in zijn diagnose, zo beperkt is zijn oplossing. ‘Die heb ik niet’, schrijft hij.

Hij gaf een interessant interview in NRC Handelsblad. En ik kocht zijn boek, in de overtuiging dat de titel een klassieke ‘self denying prophecy’ was: als we zo door gaan, gaat de democratie te gronde.

Maar het boek biedt geen verlichting. Met het einde van het boek komt het eind van de democratie. Zo helder als Runciman is in zijn diagnose, zo beperkt is zijn oplossing. ‘Die heb ik niet’, schrijft hij. Hopelijk komen we vandaag in dit symposium verder.

.

2. Vernieuwing goed doordenken

Dat is overigens geen sinecure. Want wat opvalt is dat er zoveel therapieën zijn bedacht, die niet logisch aansluiten op een overtuigende diagnose. Van de dokter zouden we dat niet accepteren. Maar met de democratie wordt veel gedokterd.

Slechts vernieuwing kan behouden. Maar ondoordachte vernieuwing is erger dan de kwaal. ‘Onderzoek alles, behoud het goede.’ Er is inmiddels een aardige collectie van vernieuwingen opgebouwd die ons dwingen om goed na te denken over de gevolgen van de vernieuwing. De bedoeling is goed, maar het effect niet altijd.

De dualisering van gemeente- en provinciebesturen in 2002 was vooral bedoeld als impuls voor de volksvertegenwoordiging. De dualisering is flink geëvalueerd. De conclusie is dat het volksvertegenwoordigen nog steeds niet uit de verf komt.

De Kiesraad was kritisch over het correctief referendum. De politiek was nog veel kritischer, overigens om sterk verschillende redenen. Het resultaat kent u: het referendum bestaat niet meer.

ik ben er niet gerust op dat de gevolgen voor de kwaliteit van het binnenlands bestuur voldoende doordacht zijn – of worden

Komende dinsdag stemt de senaat waarschijnlijk in met het wetsvoorstel om de benoemingswijze van de burgemeester uit de Grondwet te halen. Daarmee wordt de gekozen burgemeester een kwestie van tijd. Daar is veel over te zeggen. Maar laat ik het hier bij laten: ik ben er niet gerust op dat de gevolgen voor de kwaliteit van het binnenlands bestuur voldoende doordacht zijn – of worden.

Loten?

David Van Reybrouck schreef een interessant boek: ‘Tegen verkiezingen’. Ook hij verklaarde de huidige vertegenwoordigende democratie dood. En hij had een oplossing. Waarom doen we het niet net als in het klassieke Athene? Waarom stellen we de volksvertegenwoordiging niet samen door middel van loting?

Voor een aanvulling op de gemeenteraad vind ik het interessant. Loting is beslist een impuls voor de representativiteit van de raad, waarin hoogopgeleide witte mannen – buiten Groningen ook van middelbare leeftijd – de dienst uitmaken. Maar het nadeel is ook meteen zichtbaar: openbaar bestuur is ingewikkeld, je bent niet zomaar een goed raadslid. Dus ook hier: bezint eer ge begint.

Politiek als ambacht

Veel mensen willen meer politiek ‘leiderschap’. En ze verwachten veel van een ‘zakenkabinet’. En ze zetten politici neer als draaikonten. Ik denk dat daar fundamenteel onbegrip onder ligt voor de ingewikkeldheid van de politiek. Nog niet zo lang geleden verscheen een biografie over Henk Vonhoff, die onder andere Commissaris van de Koningin was in Groningen Als er één ding in het leven van Vonhoff naar voren komt, dan is het zijn benadering dat politiek een vak is.

In dat opzicht sta ik in de grote schoenen van Henk Vonhoff

Een vak waarin voor politiek-bestuurders het compromis een belangrijke en nuttige uitkomst is. Belangrijk en nuttig, omdat ook tegenstanders meestal wel met een compromis kunnen leven. Zodat minderheid en meerderheid elkaar na het sluiten van dat compromis ook weer verder met elkaar kunnen. Een nuttig inzicht in een land van steeds kleinere minderheden.

In dat opzicht sta ik in de grote schoenen van Henk Vonhoff. Ik hoorde mijzelf deze week tegen een ervaren ambtenaar zeggen dat ik kan genieten van een goed compromis. Een compromis betekent dus niet dat je niet gehoord wordt, maar dat je rekening houdt met elkaar. ‘Het compromis compromitteert niet’, leerde ik ooit van een ervaren politicus. En zo is het maar net.

.

3. Investeer in bestaande democratie.

Het verhaal dat zo zonnig begon, dreigt somber te worden. De problemen met de partijen, de opkomst en de coalitievorming zijn groot. David Runciman kondigde het einde aan en ikzelf heb tot nu toe vooral vernieuwingsvoorstellen lopen affakkelen. Wat moet er dan gebeuren?

De negatiefjes

Voor een deel zijn ze de negatiefjes van de beschreven problemen: zorg beter voor politieke partijen, ook lokale. Dat mag meer kosten dan nu. Durf compromissen te sluiten en uit te leggen. En weersta de verleiding om de altijd moeizame democratische praktijk af te zetten tegen een veel te mooi voorgesteld alternatief.

Mijn pleidooi komt neer op goed verzorgen van wat er in de kiem al is: betrokkenheid van inwoners (in allerlei soorten en maten) en de bereidheid van gemeenteraadsleden om dat volk te vertegenwoordigen.

Investeer in het politieke moment.

Om met dat laatste te beginnen: Kaders stellen en controleren – het kan alleen maar als iedereen investeert in het rollenspel. Een raadslid of wethouder is geen partij voor de vele professionals in gemeentelijke dienst. Je mag hopen dat de juristen, de bouwkundigen, de maatschappelijk werkers, de ICT’ers en de specialisten onderwijs of burgerzaken hun vak verstaan. Zij hebben er voor geleerd. Bij de GGD zeiden ze altijd tegen mij dat ze heus geen politicus nodig hadden om uit te leggen hoe ze een stethoscoop vast moeten houden.

Waar zit de toegevoegde waarde van volksvertegenwoordigers ten opzichte van die vele, vele specialisten?

Dat dus niet. Maar wat dan wel? Waar zit de toegevoegde waarde van volksvertegenwoordigers ten opzichte van die vele, vele specialisten? In de kleur die ze geven aan de gemeentelijke keuzes. Problemen zijn namelijk niet objectief. Iets is een probleem als de werkelijkheid anders is dan je zou willen. En dat is bij uitstek politiek. Een goed kaderstellend debat zet de gemeentelijke vakmensen aan het werk met het juiste probleem. En met de juiste soort oplossing.

Waardeer dus het politieke moment en maak daar bewust ruimte voor. Dat moet je niet verwarren met al te politiek gedrag: als de gemeenteraad zich verliest in politiek bijtgedrag dat buiten de raadszaal niet wordt begrepen, verliest de raad aan status.

Hij vindt stadsbestuurders een verademing ten opzichte van regeringsleiders, omdat ze zo ongegeneerd pragmatisch zijn. Hou dat vol.

Herinnert u zich Benjamin Barbers ‘If Mayors ruled the world’? Hij vindt stadsbestuurders een verademing ten opzichte van regeringsleiders, omdat ze zo ongegeneerd pragmatisch zijn. Houd dat vol. En beslis ondertussen niet hoe ambtenaren hun werk moeten doen, maar wel welke problemen ze moeten aanpakken.

Nodig uit, ga er op af

Het andere punt is de bevolking. Toen ik net gemeenteraadslid was, was ik vaak verbaasd over insprekers die de indruk wekten dat zij het volk pas echt vertegenwoordigden. Dat vond ik toen irritant: het volk had ons immers gekozen? Ik hoop dat volksvertegenwoordigers van nu daar geavanceerder mee omgaan dan ik toen.

Dan helpt het als Groningers, Harenaars en mensen uit Ten Boer hun ervaringen gewoon komen brengen.

Aan de ene kant komt de betrokkenheid van inwoners de kwaliteit van de volksvertegenwoordiging ten goede. Volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur besteden raadsleden gemiddeld 15,9 uur per week aan hun raadswerk. En het overgrote deel daarvan gaat op aan stukken lezen en vergaderen. De hoeveelheid uren in Groningen zal groter zijn, maar ik betwijfel of raadsleden hier voldoende tijd nemen om er op af te gaan. Dan helpt het als Groningers, Harenaars en mensen uit Ten Boer hun ervaringen gewoon komen brengen. Dat kan op allerlei manieren. En ze zijn allemaal een verrijking voor de vertegenwoordigende democratie. Meer is beter, zolang de raad maar zelfbewust blijft.

Onderdeel van het werk van volksvertegenwoordigers vind ik ook om na te denken over de balans tussen overheid en maatschappij. Kan de overheid sommige kwesties niet beter uit handen geven en rechtstreeks overdragen aan inwoners? En hoeveel voorwaarden moet je daar dan aan verbinden? Het is best gerechtvaardigd om hier, bij de start van dit programma, de vraag te stellen of overheden hun inwoners niet te veel onderschatten. En of de parlementaire democratie niet enorm gebaat is bij meer maatschappelijke democratie.

Tenslotte

De verwachtingen van de democratie zijn torenhoog. De problemen zijn dat ook. Maar we kunnen elke dag opnieuw vormgeven aan een samenleving waarin we samen de baas zijn. Zo bezien is elke dag een dag van de democratie.

Eén gedachte over “Ongegeneerd genuanceerd over democratie”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *