Open Het Dorp – en het hele land!

1. Open Het Dorp

Onvoltooid verleden tijd. ‘Het Dorp’ in Arnhem werd beroemd door de televisie-actie uit 1962. De eerste marathon-uitzending voor het goede doel, geleid door Mies Bouwman. Mensen konden luciferdoosjes met geld inleveren bij de buurtwinkel. En zo maakten miljoenen mensen mogelijk wat tot dan toe niet bestond: een dorp dat helemaal geschikt was voor gehandicapten. Een dorp waarin de omstandigheden zo bijzonder waren dat ze hun eigen leven konden leiden.

Mies Bouwman stond dit weekend in Volkskrant Magazine. Mies is 87, maar Het Dorp is hoogbejaard. We zouden het nu niet meer in ons hoofd halen om een speciale wijk aan te leggen voor gehandicapten. Je zet geen mensen apart, want iedereen hoort erbij. Je investeert dus in een land zonder drempels. Een land waarin huisvaders met kinderwagens en gehandicapten uit de voeten kunnen. Een land waarin ouderen en kinderen veilig zijn. Een land vol levensloopbestendige huizen met standaard hoge toiletpotten en drempelloze deuren. Stoepen zonder obstakels. Ribbeltegels voor slechtzienden en trottoirs met verlaagde stoepranden. En natuurlijk treinen en bussen waar je zonder hulp met je rolstoel in kunt. Elk ontwerp dat grote groepen mensen buitensluit, deugt niet. ‘Inclusief’ is de norm. Sluit het dorp, ontsluit de stad, open het land!

2. De inclusieve arbeidsmarkt

Wat voor het land geldt, geldt ook voor de arbeidsmarkt. We willen dat iedereen meedoet, maar voor veel mensen openen we nog niet eens een dorp. De praktijk komt hier op neer: Nederlandse werkgevers betalen miljarden belastingen en premies om anderhalf miljoen mensen thuis te laten zitten. De reservebank van de arbeidsmarkt. Honderdduizenden mensen mochten willen dat er speciaal voor hen een dorp zou worden geopend. Zo bezien heeft de arbeidsmarkt een achterstand van ruim vijftig jaar op de rest van het land: Open Het Dorp anno 2017.

De introductie van de Participatiewet had precies dat als doel. In alle door mensen gemaakte complexiteit kan het geen kwaad om het eenvoudige begin nog even in herinnering te roepen. Als je thuis zit omdat je niet op eigen kracht het wettelijk minimumloon kunt verdienen, ga dan ‘werken naar vermogen’, waarna de overheid je inkomen aanvult tot een fatsoenlijk niveau. En laten we het stelsel vooral vereenvoudigen, want werkgevers worden gek van de drie afzonderlijke regelingen (Wajong, sociale werkvoorziening en Bijstandswet) en drie aparte uitvoeringsinstanties met bijbehorende bureaucratie. Laten we ze samen te voegen tot één eenvoudige wet waarmee de gemeente er voor kan zorgen dat mensen met een te gering verdienvermogen zo gewoon mogelijk aan het werk kunnen komen. Met subsidie. En met een baan 

3. Inclusief in Groningen

Het lijkt een helder criterium: ‘niet in staat om op eigen kracht het minimumloon te verdienen’. Maar wie om zich heen kijkt, ontdekt dat die norm sterk onder invloed is van tijd en plaats. Iemand die in een overspannen arbeidsmarkt nog wel een plekje kan vinden, kan het vergeten in recessietijd. En wie niet de ideale werknemer is, heeft betere kansen op werk in Hoofddorp dan in Hoogezand.
Alleen al zo bezien is het een stuk ingewikkelder om een ‘inclusieve arbeidsmarkt’ te zijn in de periferie dan in de randstad. En voorzover het subsidie vergt om mensen ‘rendabel’ te maken: er moet sneller geld bij in Winschoten dan in Woerden. Het ‘doelgroepenregister’ bevat lang niet iedereen die niet in staat is zelfstandig het minimumloon te verdienen.  

En dat is niet het enige. Bij ‘inclusief’ gaat de discussie al snel over bijzondere doelgroepen. Maar laten we het eens een tikje minder bijzonder maken. Als een inclusieve arbeidsmarkt er een is, waarin iedereen meedoet, hebben we nog wel een eindje te gaan.
De werkloosheid daalt gelukkig in heel Nederland al een aantal jaren weer. Maar Groningen daalt minder hard dan het gemiddelde en was al landelijk topscorer. Ook Friesland en Drenthe scoren hoog.  De spanning op de arbeidsmarkt neemt in heel Nederland toe. De arbeidsmarkt wordt krapper. Maar waar er eind vorig jaar in Zeeland twee werkzoekenden per vacature waren, waren dat er in Groningen vijf. De getallen voor Friesland en Drenthe zijn niet veel lager. En het beeld wordt nog veel extremer als je inzoomt op kwetsbare subregio’s als Oost-Groningen, Noordoost-Fryslân en Zuidoost-Drenthe.  

Je bent geen inclusieve regio, zolang een indrukwekkend aantal mensen aan de kant staat. In Noord-Nederland, met samen ruim anderhalf miljoen inwoners, registreert het UWV een kleine honderdduizend mensen als werkzoekend. Het overgrote deel van hen behoort niet tot enige ‘doelgroep’, valt niet onder een quotum of een specifieke regeling. En veel van hen zijn al lang werkloos, slecht geschoold en gaan gebukt onder een heleboel problemen die hen weer minder aantrekkelijk maken als mogelijke medewerker. 

4. Naar een ‘inclusieve regio’

Vandaag is er een symposium in de Statenzaal. Het is georganiseerd door de Sociaal Economische Raad voor Noord Nederland. Mariëtte Hamer spreekt. Zij is de voorzitter van de landelijke Sociaal Economische Raad. De uitnodiging voor deze bijeenkomst heeft een optimistische titel: ‘De inclusieve regio’. Maar de inleidende alinea van de uitnodigingstekst is meteen al alarmerend. Sinds het eindexamen Nederlands van vorige week zou ik het ‘apocalyptische’ teksten noemen: Er dreigen tweedelingen. Er zijn onomkeerbare ontwikkelingen waardoor mensen achterop raken. Groei en innovatie gaan hand in hand met werkloosheid en armoede. De stad zuigt de regio leeg.

Wie leeft in extreme omstandigheden met uitzonderlijke problemen, die moet kiezen voor extremere oplossingen. Ik heb met waardering gelezen in het advies van SER Noord Nederland over het ‘werkend alternatief’. Ik weet alleen nog niet of de subtitel: ‘De noordelijke aanpak maakt het verschil’ in het document wordt waargemaakt. Want hoe onderscheidend is die aanpak precies? Ik kon me herkennen in de meeste aanbevelingen. Scholing – vooral op MBO-niveau – verdient echt een impuls. Help werkgevers een handje, vooral MKB´ers en sociale ondernemingen. Maak vaart in de arbeidsmarktregio´s, want daar waren ze voor gemaakt. En de regels en de informatievoorziening zijn bedoeld om te helpen, niet om in de weg te zitten.

Daar zijn we het allemaal snel over eens. En met de meeste van deze aanbevelingen kan het hele land zijn voordeel doen. En dan kan het geen kwaad als wij er al vast mee beginnen. Maar hoe maken we in de extreme omstandigheden van Noord Nederland een inclusieve regio? Ik zou zeggen: door iets extra’s te doen. Iets dat recht doet aan onze hardnekkige problemen. En aan onze kansen. Ik heb drie voorbeelden.

5. Drie voorbeelden

Een inclusieve regio vergt een inclusief land.
We moeten de arbeidsmarkt durven bezien in nationaal perspectief. De burgemeesters van de vier grootste steden van ons land, gingen eten met de premier. En Rutte betaalde, want op dit moment bereiden hoge ambtenaren een investeringsplan voor de randstad voor, ter waarde van 35 miljard euro. Veel daarvan is investeren in bereikbaarheid. Dat is nodig, want de randstad is goed voor 40% van het bruto nationaal produkt, las ik in de krant.
Dat laatste is niet gek. Want veertig procent van de bevolking woont daar ook. Meer dan de helft van de Nederlanders én van het BNP komt dus van buiten de randstad. En volgens een recent rapport van de Rabobank blijft de economische groei in grote delen van de randstad de komende tijd achter.  Ik zou het weldadig vinden als we in Nederland eens wat groter gingen denken. We kunnen het dichtslibben van de randstad voor veel geld tegen gaan. Maar we kunnen ook een andere keuze maken. Nederland is klein en overal mooi. Noord, Oost en Zuid-Nederland bieden een oplossing voor een nationaal probleem. Wat zou er gebeuren als een volgend kabinet de enorme kosten van de bereikbaarheid gewoon zou doorberekenen en daarmee bedrijven zou stimuleren om ook eens buiten de randstad te kijken? Wat voor land zouden we krijgen als een volgend kabinet weer ruimtelijk durft te ordenen? Wat zou dat doen met de dynamiek op de arbeidsmarkt in de regio? Ik denk dat het een enorme impuls zou zijn voor de inclusieve arbeidsmark 

Van de nood een deugd maken.
Gronings gas heeft decennialang een grote bijdrage geleverd aan de welvaart in ons land. De laatste jaren is helaas duidelijk geworden dat de winning van gas grote negatieve effecten heeft. Tegenover de baten voor Nederland staan toenemende lasten, vooral door aardbevingen in het winningsgebied. We staan aan de vooravond van een enorme versterkingsoperatie in het gaswinningsgebied. Het Centrum voor Arbeid en Beleid en het EPI/Alfa College schatten in dat de herstelwerkzaamheden leiden tot een extra inzet van 5200 voltijdsbanen per jaar. Daar komt nog bij dat de bouw een aanzienlijke vervangingsvraag kent. De gemeenten in het aardbevingsgebied zagen daarin ook een kans. Kunnen we er voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen uit de buurt werk vinden door de versterking? Dat vergt een aanzienlijke inspanning. Want er is wel een probleem. De ervaren timmerlieden, schilders en bouwvakkers waren samen goed voor nog geen vier procent van het bestand. Veel minder dan nodig is.
De rest is scholing. Het liefst op voorraad. Ze sloten een convenant, onder andere met het ministerie van SZW. Ze dachten na over social return on investment. En ze vroegen Minister Asscher of ze het nog niet bestede geld van een sectorplan voor de Groninger arbeidsmarkt mogen behouden. Die heeft nog niets beslist. En dat is jammer. Want er zijn eigenlijk twee smaken: we gaan het doen. En het leidt tot een noordelijke aanpak die verschil maakt. Of het wordt niks, en dan missen we een enorme kans. 

Perspectief voor Groningen.
De versterkingsoperatie staat niet op zichzelf. Morgenmiddag zijn we in Den Haag. Het college van GS en het college van B&W van Groningen. We presenteren ons dan op de thema’s groene energie, wonen en bouwen van de toekomst en slim vervoer. Het is zonde als je huizen alleen versterkt. Dit is een nationale kans om de energietransitie op grote schaal vorm te geven. Aardgasloos. Levensloopbestendig. Domotica in slimme huizen. Groningen heeft de kennis en de bedrijven in huis om deze slag te maken. Om nieuwe vormen van werkgelegenheid te creëren vanuit het vraagstuk om van fossiele energie over te schakelen naar duurzame energie. Om in de bouwsector een draai te maken naar nul op de meter, naar smart grids, naar de domotica. Om fanatiek te gaan experimenteren met het enige 5G-netwerk in Nederland in ruraal gebied. Dit soort zaken leidt tot werkgelegenheid. Tot nieuwe, kleine bedrijfjes die uitgroeien tot grotere. Die bedrijfjes leiden tot de vestiging van andere bedrijven, omdat die het idee hebben dat het hier gebeurt. Dan wordt de stad nog mee een economische magneet voor de regio dan nu al het geval is. Als je zo naar mobiliteit kijkt, werk je ook aan oplossingen om de regio buiten de stad leefbaar want bereikbaar te houden. Er is dus hoop! 

6. Tenslotte

Een inclusieve regio vergt vastberadenheid binnen de regio zelf. En een eensgezindheid die ook in Groningen nog zelden werd vertoond. Maar het is onze eer te na om niet gedaan te hebben wat we konden doen. Om kansen te missen.  

Datzelfde geldt voor Den Haag. Dit is het moment om te kiezen voor een inclusief Nederland, dat zich niet beperkt tot vrome wensen op de arbeidsmarkt.  Dit is het moment om te laten zien dat er zoiets kan bestaan als aardgasbaten voor Groningen. En dit is het moment om mensen die misschien niet eens meer op werk durfden hopen, toch een reële kans te bieden op nuttig en betaald werk.