Over Eelde en het afdwingen van geluk


Twee keer vanmiddag wordt het geluid van een spreker overstemd door een opstijgend vliegtuig. Maar dat mag de pret niet drukken bij het ‘business netwerk’ rondom Groningen Airport Eelde. Er zijn beduidend meer mensen dan stoelen. Dus achterin de zaal staat een flink deel van het netwerk. Geeft niks: zitten is het nieuwe roken! Er zijn vandaag veel ondernemers die willen bijdragen aan het succes van de luchthaven. Ik vertel de aanwezigen wat ze al weten: dat het hier gaat om het afdwingen van geluk. Om drie redenen.

Foto: RTV Drenthe

1. Voor heel het noorden?

Volgens onderzoek van de Rabobank is Noord-Drenthe de beste plek om te wonen. En dus ben ik gelukkig dat ik er een verhaal mag komen houden. Als buurman die blij is dat hij zo dicht bij Noord-Drenthe woont. Noorderlingen onder elkaar, nietwaar?

Nou, dat spreekt niet vanzelf. Op Wikipedia ontdekte ik dat de luchthaven werd geopend in 1931. Nog even en hij is koninklijk! De stad Groningen zocht al in de jaren twintig van de vorige eeuw naar een plek voor een vliegveld. En na een paar mislukte pogingen werd het Noord-Drenthe. Bij de opening zei burgemeester Legro van Eelde dat de luchthaven ‘voor heel het Noorden is’. Er waren 40.000 mensen bij de opening. Dat moet een spektakel zijn geweest!

We zijn inmiddels 86 jaar (en een paar spektakels) verder. Rond de eeuwwisseling nam een aantal Noordelijke overheden de Rijksaandelen over en sindsdien worstelen we regelmatig met de vraag of de luchthaven Eelde wel echt voor heel het Noorden is.

Ik vind dat een wat surrealistisch debat. We discussiëren ook niet over de vraag of de A-28 er is voor inwoners van Groningen of van Drenthe? En of de trein ook voor inwoners van een andere provincie is? We regelen dat gewoon, omdat het belangrijk is. Vorige week stelden provinciale staten van Groningen de begroting voor 2018 vast. In totaal gaat het om 400 miljoen. De helft van dat bedrag steken we in bereikbaarheid. Van iedereen, door iedereen, voor iedereen.

Nederlandse overheden investeren in infrastructuur voor auto’s, voor treinen en voor scheepvaart. Daarmee maken we het inwoners makkelijker om een eigen auto te hebben, of om zich per brommer, per fiets of lopend te verplaatsen. Tegelijk investeren we in openbaar vervoer.

Waar we dus voor vervoer over de weg veel geld overhebben, wordt in het openbare debat over de luchthaven Eelde steeds opnieuw de lijn getrokken: ‘Tot hier en niet verder.’ Hoe komt dat? Waarschijnlijk omdat vliegen, ondanks prijsvechters, toch niet-alledaags is. Ik ben in mijn leven al vaak in Maastricht geweest, maar ik heb de afstand Groningen-Maastricht nog maar één keer door de lucht afgelegd. En er is natuurlijk ook iets met vliegen en CO2-uitstoot. Relatief veel per afgelegde kilometer. Maar voor het klimaat is natuurlijk niet relevant waar het vliegtuig is opgestegen. En tenslotte: vliegvelden zijn niet altijd geliefd bij mensen die er in de buurt wonen. Ik herinner me dat ik in 1990 gemeenteraadslid in Groningen werd en meteen kennis maakte met de Noord-Drentse omwonenden van Eelde. In zo’n setting moet je extra je best doen om ‘voor heel het noorden’ te zijn.

2. Nuttig, nodig, rendabel?

Over de luchthaven wordt wel gezegd, dat Groningen het niet nodig heeft. Dat hoor ik nooit over de A-7! Al sluit ik niet uit dat er mensen in de begintijd van de auto zijn geweest, die soortgelijke opvattingen hadden over wegen die toen voor de eerste T-Fords beter werden verhard. Zo gaat het met veel ontwikkelingen. We hebben in principe mobiele telefoons ook niet nodig. Ik kan me een leven zonder tenminste nog goed herinneren. Maar nu ze er zijn, vind ik een dag zonder telefoon al knap onhandig.

Ik maak met de aanwezigen een uitstapje naar de Eemshaven. Was die wel nodig? In 1968 besloten Provinciale Staten van Groningen om hem aan te leggen. In de hoop mensen van werk te voorzien die door de schaalvergroting in de landbouw werkloos waren geraakt. Vooral de olieraffinage moest veel werk opleveren. De oliecrisis in 1973 gooide roet in het eten en lange tijd was de Eemshaven het lelijke eendje onder alle zeehavens van Nederland.

Inmiddels is de Eemshaven een succesverhaal. Er komt duurzame energie van windparken aan, van Scandinavië, RWE en Nuon hebben er stevig geïnvesteerd, Google heeft zich er gevestigd – de Eemshaven is tegenwoordig hip. In 40 jaar tijd. Dat is hoopgevend. Soms is het een kwestie van adem blijven halen en doorgaan tot je de finish haalt. Soms dwing je geluk ook af door enthousiast en onvermoeibaar te blijven werken.

Heeft Groningen een luchthaven nodig? Ik denk het wel. De betekenis van deze luchthaven zit niet in de charters. Die zit niet in de luchtvaartschool. Die zit zelfs niet in de hub naar Kopenhagen of in de verbinding met Londen, al zijn die zeer welkom. De toegevoegde waarde zit wat mij betreft in het Vondelpark-effect. Huizen in de buurt van het Vondelpark zijn enorm duur, want ze liggen aan een prachtig park, waar je mooi in zou kunnen wandelen. De bewoners van die huizen doen dat nooit, want ze zijn veel te druk aan het werk om hun hypotheek te kunnen betalen. Maar de mogelijkheid is veel waard. Dat geldt ook voor de luchthaven. Niet alleen de mensen die er gebruik van maken tellen, ook degenen die er aan hechten dat ze het zouden kunnen.

3. De Randstad en de rest

Wat me opvalt: in de Randstad speelt de discussie over wel of niet investeren in infrastructuur nooit. Elk kabinet opnieuw, elke provincie afzonderlijk, investeert miljarden om de boel daar nog een beetje bereikbaar te houden. Meestal met beperkt succes, maar altijd vinden ze dat rendabel. De burgemeesters van de vier grootste steden vroegen in de aanloop van de laatste verkiezingen 35 miljard euro voor bereikbaarheid. En, toegegeven, ook voor de energietransitie. Wij kwamen toen met de speelse reactie, in de vorm van een advertentie: “wij doen het voor de helft.”

Nederland bewijst zichzelf een enorme dienst, als we het ruimtelijk beleid herzien. Als we de kosten om de Randstad bereikbaar te houden gaan doorberekenen. Zodat alleen bedrijven die daar echt moeten zijn, omdat het niet anders kan, zich daar vestigen. En dat bedrijven voor wie dat niet opgaat, het daar buiten zoeken. Ruimtelijke ordening is bijna een oud ambacht geworden. Maar Nederland zou baat hebben bij een overheid die durft te bevorderen dat we in onze stadstaat ook de randen benutten.

Google noemt zijn datacenters wereldwijd altijd naar de dichtstbijzijnde luchthaven. Die in de Eemshaven heet dus GRQ. De manager ervan vertelde me dat het hem geen enkele moeite kost om mensen uit de hele wereld naar de Eemshaven te krijgen. Ik was verbaasd. Wie een bul heeft gehaald aan Stanford University in Californië en kan kiezen tussen San Fransisco, Dublin, Londen en Parijs, kiest voor de Eemshaven? Hij legde me uit hoe aantrekkelijk het hier was. Mooie betaalbare huizen, alles goed geregeld. En een stad met alles er op en er aan vlak bij je werk.

Dat is ook wel eens verfrissend om te horen. En ondertussen blijft het natuurlijk aanpoten. Om niet alleen kansen te zien, maar die kansen ook maken. Dus als Eurosonic er is met Denemarken als themaland, organiseert de provincie een interessant programma voor Deense bedrijven die actief zijn in de wereld van de energietransitie. Overdag bieden we een interessant programma aan en ’s avonds maken ze kennis met cultureel Groningen – hoewel ze dus misschien iets bekends zullen horen. We laten ze landen op Eelde, zodat direct duidelijk is hoe goed en gemakkelijk onze verbinding is. Volgend jaar komen er miljoenen mensen naar Friesland, voor de culturele hoofdstad. Eelde zal dan ook een toegangspoort zijn, zoals indertijd ook gebeurt is met Drenthe toen de Vuelta-karavaan kwam..

De vrienden van Eelde

Ik merk dat het leuk is in het bedrijvennetwerk van de luchthaven. Ook veel vertegenwoordigers van nieuwe bedrijven. Toen een aantal van hen een tijdje terug besloot om de luchthaven met een advertentiecampagne namens het bedrijfsleven in het Noorden te feliciteren met de hub naar Kopenhagen hielden ze zelfs geld over! En inmiddels hebben bedrijven al voor meer dan acht miljoen euro aan toezeggingen gedaan, voor hun toekomstig gebruik van de luchthaven. Dat begint echt een stevige bodem te worden.

Ook nu de economie aantrekt, gaat in Noord-Nederland weinig vanzelf. Wanneer we geluk hebben, is dat ook doordat we het met elkaar veroorzaken. Ik heb er alle vertrouwen in dat noordelijke bedrijven de daad bij het woord zullen voegen en van ‘hun’ luchthaven een succes zullen maken. Want geluk moet je soms afdwingen. Dat weten ze hier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *