‘Paasrapport’ april

Zeg ‘april’ en ik denk er meteen achteraan: ‘doet wat hij wil.’ De uitdrukking gaat natuurlijk over het weer. Maar het weer was deze maand geen kleinigheid. Het was met name de vraag of het op Koningsdag, 27 april, mooi weer zou zijn. Natuurlijk is er geen correlatie tussen de vraag stellen en het ook krijgen. En de generale repetitie, de dag ervoor, was steenkoud en regenachtig. Maar toen ik ’s morgens de gordijnen opendeed, zag ik tot mijn grote opluchting dat het stralend weer was. Deze dag kon niet meer stuk!

Een vlog over april: een terugblik op een gedenkwaardige maand

“‘Paasrapport’ april” verder lezen

Heel Nederland kon het zien

Kernachtiger dan de koning kan ik het niet zeggen: “U vertelt me niks nieuws, maar we laten op deze manier heel Nederland zien wat hier aan de hand is.” De koning sprak met mensen die de gevolgen van gaswinning en aardbevingen aan den lijve hebben ondervonden. Ze stonden op de meest prominente plek van het programma: midden op de Grote Markt. En ze maakten van hun hart geen moordkuil.

Ik heb inmiddels de beelden teruggezien. “Heel Nederland kon het zien” verder lezen

Geen gratis snoep

Ik kom altijd graag naar Stadskanaal. Al van jongs af aan. Dat zit zo: bij mij thuis kregen we eigenlijk nooit snoep. Dat was slecht voor onze tanden, vond mijn moeder. Persoonlijk zag ik dat genuanceerder. Maar op een dag vertelde ze dat we op bezoek gingen bij Tante Anna in Stadskanaal, omdat daar iets bijzonders ging gebeuren. “Je gaat met een papieren lamp langs de deuren, zingt een liedje en dan geven de mensen je een snoepje.”

Gratis snoep! Ik kon mijn oren niet geloven. In Stadskanaal bleek dat gewoon te bestaan. Ik kon niet wachten om terug te gaan! En sindsdien ben ik vaak terug geweest. Bij verjaardagen of logeerpartijen, bij mijn tantes en ooms, neefje en nichtjes. Daarna als wethouder van Groningen, onder andere belast met de ‘stadsbezittingen’, waaronder het Stadskanaal. En nu als commissaris van de Koning.

Ik kom hier altijd graag. Maar dit bezoek aan Stadskanaal had ik graag nog even iets langer uitgesteld. Dit afscheid komt eerder dan de bedoeling was.

“Geen gratis snoep” verder lezen

‘t Kon toch minder!

Op de radio hoorde ik Suzan Top, de secretaris van het Groninger Gasberaad. Ze deed geen moeite om haar verbazing en haar emotie te verbergen over de inhoud van de gasbrief. Ook in het provinciehuis leidde het nieuws van de dag tot een emotionele ontlading. Ik zag vochtige ogen vanwege het historische plan van Minister Wiebes om met inzet van alle middelen, met een rotvaart de gaswinning in Groningen te beëindigen. Toen ik aan het eind van de dag de verzamelde medewerkers van de provincie toesprak, zette iemand het Groninger volkslied in. Twee tellen later galmde het hele Atrium. ´Doar gruit, doar bluit ain wonderlaand rondom ain wondre stad.´ Emotie zocht een uitweg.

Hoe meer gas je uit de Groninger bodem haalt, hoe gevaarlijker het wordt. Al jarenlang, maar zeker sinds Huizinge in 2012, dringen Groningers er op aan dat er minder wordt gewonnen. Maar dat kon nooit. “‘t Kon toch minder!” verder lezen

15 minuten burgemeester

Gert Jan Boels had zijn dochtertje meegenomen. Ze vond de troebele appelsap die we haar voorzetten niet erg lekker. En van de plechtigheid van de beëdiging van haar vader was ze evenmin onder de indruk. Pappa zelf vond de situatie wel bijzonder. Zo ben je nietsvermoedend oud-lid van de gemeenteraad. En zo ben je burgemeester voor één dag. Of preciezer gezegd: voor een kwartiertje. Ik vermoed dat Boels daarmee houder is van het snelheidsrecord voor burgemeesters. Aantreden en aftreden in 15 minuten!

“15 minuten burgemeester” verder lezen

Griezelig

Maandag gaan ze open. En vandaag krijgen ze bezoek van de ministers Wiebes en Dekker. Nog geen slingers en taart, want voor feestelijkheden is eerst succes nodig. Toen we op 31 januari een persconferentie gaven over de afspraken over het lang verwachte schadeprotocol, ontstond meteen een Haags misverstand: Het protocol is er. Fijn, nu is het klaar in Groningen!

“Griezelig” verder lezen

Een plek om te blijven

Ik mis ze wel een beetje, mijn buurvrouwen. In de erker van mijn kamer in het provinciehuis staat een statafel. Daar sta ik vaak tussen de vergaderingen door stukken te lezen of de post te doen. Of me nog even voor te bereiden op het optreden van straks. Vroeger kon je wel eens zwaaien naar de overburen, aan de andere kant van de Sint Jansstraat. De vrouwen van het Toevluchtsoord. En met Sint Maarten kwamen hun kinderen langs op het provinciehuis om te zingen en snoep te verzamelen. We liepen de deur niet plat, maar we voelden noaberschap. Ik heb ze uitgezwaaid, want ze zijn verhuisd.

Bron: De Unie Architecten. Opvallend is dat op de balkons alleen mannen lijken te staan.

“Een plek om te blijven” verder lezen