Pareltjes in de ‘Golden Raand’


De nieuwe ‘Golden Raand’ ligt in de bus. Het is het lentenummer, maar zo’n blad wordt ver van tevoren gemaakt. En zo komt het dat in het blad staan foto’s van mijzelf staan bij de idyllische Coendersborch, tussen idyllische sneeuwresten. Ik weet nog goed hoe koud het was tijdens het poseren. Ik kan het zelfs zien aan de bevroren glimlach op mijn gezicht.

Foto: Artemisia Photography, in ‘Golden Raand’

De foto’s zijn de illustraties bij een interview. Wat heeft de ‘nieuwe’ commissaris met het Groninger landschap? Wat maakte dat hij ook in Utrecht donateur bleef van de gelijknamige stichting? In het interview leg ik het uit: als je ergens weg bent, leer je het pas waarderen. Dat heb ik aan den lijve ondervonden. Hoe mooi Utrecht ook kan zijn, het is ook Randstad. En dus heb je grote kans dat je oog altijd ergens aan blijft haken. Een industrieterrein, een reclamezuil of een reuzensilo. Nederland is vol. We wonen met veel mensen op een betrekkelijk kleine ruimte. Een ruimte , waar ik me gaandeweg realiseerde Groningen misschien wel nog meer in me zit dan ik al vermoedde. Dus ja, het is fijn om terug in Groningen te zijn.

Koos van Zomeren schreef ooit in NRC Handelsblad over het pontje van Bronckhorst naar Brummen. De veerman zei hem: daar aan de overkant, daar begint het Westen al. Waarmee hij vooral bedoelde dat hij ‘het Westen’ in de gezichten en in het gedrag van de mensen aan de overkant terugzag. Wat meer gejaagdheid, onrust. Daar herken ik wel iets van, hier in Groningen. Mensen hebben hier meer ruimte. En op een plek als de Coendersborch zit je natuurlijk direct helemaal in een andere sfeer. Rust, ruimte, natuur – ik geloof echt dat die zaken in een mens gaan zitten. Deze borg mag er zijn, dat voel je. De gebouwen, de statige lanen en singels – het ademt een prettige vorm van geschiedenis uit. Een geschiedenis waar ik even deel van uitmaak als ik hier rondloop.

‘Het Hoge Noorden’

Afgelopen week hoorde ik het nog een paar keer op de landelijke tv voorbij komen: het ‘Hoge Noorden’. We maken elkaar in Nederland wijs dat er in ons minilandje grote afstanden bestaan. Maar al het moois ligt op een paar uur reizen. Altijd als ik in Den Haag ben, zegt iemand iets over ‘helemaal uit Groningen’. Het cliché blijft bestaan, zoals een ander cliché over Groningen nog altijd wil dat het hier overal weids en kaal is. Wij weten gelukkig wel beter. Het Hoogeland met die prachtige slingerweggetjes, de meer rechttoe-rechtaan stukken in Johannes Werkhovenpolder, het kleine landschap in het Westerkwartier, de uitgestrektheid van Veenkoloniën of het groen van Westerwolde – het is allemaal Groningen, maar zo ongelooflijk divers.

Coendersborch was voor mij als stadjer altijd al prettig dichtbij. Een mooie omgeving om even uit te blazen. Om er de gronderige lucht van een herfstig bos diep in te kunnen ademen. Om er het zonlicht op de bladeren te zien spelen. Maar natuurlijk eerst en vooral om even lekker buiten te zijn.

Ruim tien jaar later ben ik terug in Groningen en is Coendersborch opnieuw dichtbij. Net als voor iedereen in Groningen. Overal in de provincie zijn dit soort pareltjes. Steeds anders, allemaal mooi. Kom snel kijken, voordat het ontdekt wordt!