Tot hier toe…


Het is stampvol in de pas gerestaureerde Molukse kerk in Appingedam. Ik mag hem heropenen. Wat is het hier mooi geworden! De naam van deze kerk is Eben Haëzer. En die naam kan niet treffender. Een motto voor een volk dat onderweg is. Dat de hutkoffer bij de deur heeft staan, om altijd klaar te zijn voor een plotseling vertrek. 

Officiële opening in 1960 door dominee Samuel Metiarij / Reproductie foto: Omke Oudeman

De naam van de kerk, Eben Haëzer, is ontleend aan bijbelverhaal waarin de Israëlieten worden aangevallen door de Filistijnen.
Onder leiding van de richter Samuel weten ze de aanval af te slaan. Samuel plaatst een gedenksteen en noemt die ‘Eben Haëzer’. En hij zegt er bij: ‘Tot hier toe heeft de Heer ons geholpen.’ Die tekst moet al de jaren dat deze kerk bestaat kracht en vertrouwen hebben gegeven aan de Molukse gemeenschap.

Semi-permanent
Die kracht en dat vertrouwen zijn eerlijk gezegd danig op de proef gesteld. Deze kerk is gebouwd met het idee dat hij ‘semi-permanent’ zou zijn. Semi-permanent, net zoals de Molukse gemeenschap zelf, die na de oorlog in Indië in Nederland aankwam en verspreid werd over 17 ‘woonoorden’ in Nederland. Zo’n woonoord was Kamp Westerbork, pijnlijk genoeg het kamp dat in Duitse handen zo’n kwalijke rol had gespeeld. 
Semi-permanent. Natuurlijk, er zit het verhaal achter van de schaarste en van de woningnood in de na-oorlogse periode. Maar het is ook een verhaal van verwaarlozing en gebrek aan aandacht. De mens heeft alleen oog voor winnaars, leert ons de geschiedenis. Nederland had Indië verloren en zag de Molukse families misschien wel om die reden niet staan. En de Molukse gemeenschap had zelf ook de gedachte dat haar verblijf hier tijdelijk zou zijn. Zo hielden verwachtingen elkaar in een houdgreep, met in mijn kinderjaren, in de jaren zeventig, de uitbarsting van geweld die nog zo recent weer zoveel emoties gaf. 
Indertijd werden de Molukse soldaten en hun familie over 17 plaatsen in Nederland verspreid. Daarvan kwamen er twee in Groningen: Nuis en Finsterwolde. Oftewel het kamp in de Carel Coenraadpolder. Nadien ontstond de gedachte dat er aparte, kleine woonwijken gebouwd moesten worden. En Groningen kreeg de eer als eerste daarmee klaar te zijn: de wijk in Appingedam met als kroon deze kerk. Een noodgebouw.
Erkenning

Het is geloof ik niet aan mij om te zeggen dat de tijd alle wonden heelt. Feit is wel dat er na de kapingen een soort omslag is gekomen en het de Molukse gemeenschap gestaag beter is vergaan. Waar de inwoners de Carel Coenraadpolder indertijd niet wilden verlaten, zijn zij vanuit wijken als deze toch de weg van de integratie in de Nederlandse samenleving ingeslagen. 

De Molukse gemeenschap heeft ondervonden dat de overheid het er soms lelijk bij laat zitten. In ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ betreurt de schrijver Milan Kundera het dat we maar één keer leven. Net als we weten hoe het moet, houdt het op. Zou er wel zoiets als een tweede poging zijn, een herkansing, dan zou Nederland de Molukse families ongetwijfeld heel anders ontvangen. Hoop ik.

De Molukse KNIL-soldaten krijgen erkenning van het ministerie van Defensie. Dat werd twee weken geleden bekend gemaakt. Het is een eerbewijs, waarvan wel gezegd wordt dat het erg laat komt. Dat is ook zo, maar dat doet niets af aan de betekenis ervan. Waardering, gezien worden door de ander – dat is waar verbinding om gaat. 

Jong rijksmonument

Deze kerk heeft een belangrijke rol gespeeld in de Molukse gemeenschap. Dat is een belangrijk deel van de culturele waarde van het pand. Met nog geen zestig jaar is dit één van de jongste rijksmonumenten (alleen de Zeelandbrug is jonger). 

Nu is hij versterkt en dus bestand tegen wat er gebeurt in de Groninger bodem. In Appingedam moeten ook monumenten aardbevingsbestendig zijn. De ingrijpende versterkingen van de fundering, de vloer, de wanden en het dak zijn subtiel te zien aan het interieur: aan een stalen spant en aan een paar extra kruisen. Maar ach, het is een kerk. Dus een paar extra kruisen kunnen ze hier wel aan… 
Nu hij gerestaureerd is en wordt beheerd door de Stichting Groninger Oude Kerken. Een club met een fantastische reputatie op het gebied van erfgoed. De Stichting kan helpen om de Molukse kerk opnieuw het hart van de gemeenschap te laten zijn.  

Niets is hier blijvend, maar ‘rijksmonument’ is wel zo dicht als je in ons land bij eeuwig kunt komen. Semi-permanent wordt vandaag permanent. Tijdelijk wordt voor altijd. Ik denk dat het de bouwers in 1960 had verbaasd als je ze zou hebben verteld dat ze werkten aan een rijksmonument. Ze bouwden immers een noodkerk! Het werd een kerk die zou blijven. 

Ik denk ook dat het de eerste gebruikers zou verbazen als we ze hadden verteld dat ze zestig jaar later met hun gemeenschap voluit deel zouden zijn van de samenleving van Appingedam. En van Nederland.

‘Tot hier toe heeft de Heer ons geholpen’ – ‘Sampai di sini Tuhan membantu’. Het bewijs wordt geloof ik vandaag wel geleverd. En dat biedt hoop voor de toekomst.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *