Ver weg…

Het was een week van lange afstanden. Brussel en Maastricht. Dat leek ver weg, maar het is niets vergeleken met het lange eind dat we bij de aardgaswinning nog hebben te gaan. Laten we de afstanden eens vergelijken.

Woensdagmiddag reed ik naar Brussel om een prestigieuze prijs in ontvangst te nemen. Eurocommissaris Günther Oettinger reikte de hoogste erkenning uit aan vier Europese regio’s die actief zijn op het gebied van gezond oud worden. ‘Healthy ageing’, heet dat in Brussel. En het is het Europese antwoord op het probleem dat Europeanen weliswaar gemiddeld ouder worden, maar dat de extra jaren meestal geen gezonde jaren zijn. Noord-Nederland timmert op dit gebied flink aan de weg. Het is de kroon op het werk van een groot aantal noordelijke bedrijven, universiteit en hogescholen, het UMCG en overheden die al jarenlang hard werken aan innovatieve projecten voor Noord-Nederland. Mooi dat dat in Brussel opvalt.


Het gesprek over Brussel ging donderdag en vrijdag door in Maastricht, waar de vergaderingen van het IPO-bestuur en van de Kring van Commissarissen naar toe waren verplaatst. Daarvoor was een goede reden: met een groot symposium werd herdacht dat vijfentwintig jaar geleden Maastricht de geboortestad was van de Europese Unie. De stemming was zorgelijk. Maastricht mag ver weg lijken. Maar het is een kippeneindje vergeleken met de weg die Europa te gaan heeft. Vijfentwintig jaar geleden werden met groot optimisme besluiten genomen voor een sterkere Europese Unie. De Europese Gemeenschap had vrede en welvaart gebracht en de Europese Unie zou ons samen sterk maken. En hoewel er objectief steeds meer reden is voor Europeanen om de krachten te bundelen in een wereld waarin het ‘oude continent’ invloed verliest, zijn steeds grotere groepen mensen cynisch over Europa. Inspirerend vond ik Herman van Rompuy, de oud-voorzitter van de Europese Raad: “Hoop is een werkwoord en optimisme een morele plicht”.

Maar de grootste afstand was toch wel de weg die we nog te gaan hebben bij de aardbevingen. Dinsdag was Minister Kamp in Groningen voor een ‘bestuurlijk overleg’ met vertegenwoordigers van de regio. Over de vergunning voor de NAM procederen we tegen de staat, maar over het meerjarenprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen, Hans Alders, is intensief overlegd. En met succes, want over wat Hans Alders de komende tijd moet doen, zijn de minister en de Groningers het redelijk eens.


Maar er hing een donkere wolk boven het overleg. Hans Alders heeft laten onderzoeken hoeveel woningen er versterkt moeten worden om bestand te zijn tegen de gevolgen van een wat grotere aardbeving. Hij liet een kleine 1500 huizen  in het hart van het gaswinningsgebied inspecteren en kwam tot de schrikbarende conclusie dat ze bijna allemaal versterkt moeten worden. Voor het hele gaswinningsgebied gaat dat in zijn woorden om ‘een immense en ingrijpende operatie’. Want versterken gaat over grote ingrepen in je huis.

Dus iedereen die de stille hoop had dat we bij de aardbevingen zo langzamerhand het ergste wel gehad hebben, werd door een brief op woensdag en het Dagblad van donderdag uit de droom geholpen. De rust is ver weg: de noodzaak van versterking raakt enorm veel Groningers in de komende jaren. Ik zie het als een gemeenschappelijke opdracht om hen zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden.