Vijf actiepunten voor de ‘meest erotische grens van Europa’

Het bedrijfsleven van Oldenburg treft elkaar jaarlijks in een vrij massale maaltijd met rituelen die rechtstreeks uit de middeleeuwen lijken te stammen. Nette mannen in donkere pakken, en hier en daar toch nog een vrouw. Ondanks de ouderwetse trekken, bestaat het ‘Cramer Ampts Mahl’ pas sinds 1973. Een wonderlijke mix van ernst en luim. En veel traditie. Meestal spreken er Duitse prominenten. Hoofdzakelijk politici. Het leek er een beetje op dat dat zo vlak voor de verkiezingen gevoelig was. Hoe het ook zij: pas vorige week, tijdens de 45ste bijeenkomst, permitteerden ze zich voor het eerst een Nederlandse spreker. De ‘Kommissar des Königs’ uit Groningen. 


Ik was er trots op dat ik dat mocht zijn. Maar ik vertelde ze natuurlijk wel dat het hoog tijd was. Want als buurregio’s hebben wij elkaar veel te bieden. We kunnen elkaar versterken. En daar maken we nog te weinig gebruik van. Daarom deed ik mijn uiterste best de aanwezigen enthousiast te maken voor samenwerking met Noord-Nederland. Voorzover ze dat nog niet waren, natuurlijk. Waarom is het belangrijk dat wij samenwerken? En hoe kunnen we die samenwerking versterken? Daarover ging mijn inleiding.  

Waarom samenwerken? 

Waarom is het belangrijk dat wij samenwerken? De afstand tussen Oldenburg en Groningen is ongeveer 130 kilometer. Van Groningen naar Amsterdam is ruim 180 kilometer. Als wij Groningers naar Rotterdam of Den Haag willen, moeten we bijna 250 kilometer reizen. Het ligt dus qua afstand meer voor de hand dat wij de blik oostwaarts richten, dan naar het westen. Daar komt bij dat onze regio’s op elkaar lijken. Dat we elkaar op verschillende punten aanvullen. Op economisch, sociaal-maatschappelijk, cultureel of ander gebied. Daar kunnen we aan beide zijden van de landsgrens voordeel van hebben.  

Maar er is, naast ons ‘eigenbelang’, nog een groter belang waaraan we bijdragen door de handen ineen te slaan. Er is veel onrust in de wereld en in Europa. Wat jarenlang vanzelfsprekend was, staat nu op losse schroeven. Welke koers varen de Verenigde Staten? Hoe gaan we Europese samenwerking in de toekomst vormgeven? Wat zullen de gevolgen zijn van de Brexit? Cruciale verkiezingen in een aantal Europese hebben dat extra spannend gemaakt.   

In deze tijd is een krachtig Europa misschien wel harder nodig dan ooit. Niet voor niets zei Bondskanselier Merkel recent dat het belangrijk is dat Europa zijn lot in eigen handen neemt. Een versplinterd Europa is een verzwakt Europa. Alleen samen kunnen we werken aan een Europa dat duurzaam, veilig, gezond en economisch sterk is.  

Aan diverse tafels in Brussel, Berlijn en Den Haag denkt men daarover na. Dat is goed en belangrijk. Maar met alle respect voor wat daar gebeurt: Europa wordt gemaakt in regio’s als de onze. Wij zijn de werkplaatsen van Europa. Bedrijven, kennisinstellingen, overheden en burgers steken bij ons de handen uit de mouwen om te bouwen aan een goede toekomst voor onze regio’s en onze kinderen.  Een werkelijk ervaren Europa is er niet in Amsterdam of Den Haag, niet in Berlijn of Hannover. Een Europa dat je voelt, bestaat alleen in de grensregio. Het kan natuurlijk best zo zijn dat Oldenburgers en Groningers zichzelf niet zien als Grensregio. gibt es nur im Grenzregio. We zijn hier per slot van rekening niet in Leer of in Winschoten. Maar toch zijn ze het. En de stedenband tussen Oldenburg en Groningen moet daar in de afgelopen dertig jaar ook het nodige aan hebben bijgedragen. En zeker nu we zakendoen met China, is de afstand tussen Groningen en Oldenburg een lachertje. Amsterdam en Hannover liggen verder van Groningen en Oldenburg dan onze beide steden van elkaar.

Ook daarom is het belangrijk dat wij onze krachten bundelen. Noord-Nederland en Noord-Duitsland vormen samen een grote, krachtige regio in Europa. Samen kunnen we ons sterk maken in Brussel. Samen kunnen we bijdragen aan een Europa dat toekomst heeft.

Tijd voor actie

Samengevat: samenwerken heeft voor Nederland, Duitsland én Europa alleen maar voordelen. Gelukkig zijn er al allerlei samenwerkingsverbanden. Ik weet niet wie van u hier in de zaal al samenwerkt met bedrijven, kennisinstellingen of overheden in Nederland? Of wie in Nederland een afzetmarkt heeft gevonden voor producten of diensten? Het gebeurt wel, maar nog te weinig. Blijkbaar zie we die landsgrens altijd nog als een barrière, die moeilijk te overbruggen valt. Terwijl het toch eigenlijk heel gewoon moet zijn dat je kijkt naar een regio die een paar kilometer verderop over de grens ligt. Of je nu een samenwerkingspartner, personeel, kennis of een afzetmarkt zoekt.

Kortom: het is tijd voor actie. We praten al jaren over grensoverschrijdend samenwerken. Dat we dat belangrijk vinden. Dat we het moeten uitbreiden en verdiepen. Dat we erin moeten investeren. Maar eigenlijk moeten we het vooral gewoon doen. U en ik. En iedereen die daar interesse in of belang bij heeft. Nu krijgen wij hier vanavond een heerlijk diner voorgeschoteld. Dat uit meerdere gangen bestaat. Zo heb ik voor vanavond een plan ‘voorgekookt’ dat ook uit meerdere gangen bestaat. Vijf om precies te zijn. Een ‘vijfpuntenplan’, dat ons naar mijn mening kan helpen om niet alleen te praten over grensoverschrijdende samenwerking, maar om het vooral te doen.

Punt 1: Wees nieuwsgierig

Eerste punt: wees nieuwsgierig. Of word verliefd. Want waar begint het mee als je iets samen wilt gaan doen? Dat je je interesseert voor elkaar, dat je belangstelling voor elkaar toont. Dat je je afvraagt wat die ander je te bieden heeft. Eigenlijk zouden we als Duitsers en Nederlanders een beetje verliefd op elkaar moeten worden.
En daar is kans op. De publicist Dick Lindhout heeft interessante dingen geschreven over de Duits-Nederlandse betrekkingen. Hij schreef dat de Duits-Nederlandse grens de meest erotische van Europa is. Want nergens wordt zoveel over en weer getrouws.  

De mooiste en succesvolste huwelijken zijn ooit begonnen als verliefdheid. Je wilt alles weten van degene op wie je verliefd bent. Je wilt er in de buurt zijn. Je wilt zijn of haar taal spreken. Je wilt elkaar begrijpen. Het leven voor elkaar een beetje mooier maken. En als liefde te veel gevraagd is, dan zou het tenminste mooi zijn als we aan weerszijden van de grens nieuwsgierig naar elkaar zijn. Wat beweegt u hier in Oldenburg? Hoe doet u hier zaken? Wat hebt u nodig om uw bedrijf te laten groeien? Wat kunnen wij in Nederland u daarbij bieden? Als we zo naar elkaar kijken, zullen we ongetwijfeld kansen zien om elkaar te versterken. 

Punt 2: Spreek elkaars taal

Mijn tweede punt hangt daar nauw mee samen: spreek elkaars taal. Ik zei net: als je in elkaar geïnteresseerd bent, wil je elkaars taal spreken. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Want het omgekeerde geldt ook: als je elkaars taal spreekt, raak je meer in elkaar geïnteresseerd. Daar ligt een flinke uitdaging.

Ik heb wat dat betreft ook slecht nieuws over Nederland. De jongere generatie in ons land spreekt steeds minder Duits. Het Engels rukt overal op, ten nadele van het Duits. Als ik mijn kinderen de Duitse woordjes overhoor, die ze op school moeten leren, valt mij op dat ze geen flauw idee hebben hoe je ze uitspreekt. En dan leren zij tenminste nog Duits op school. Uit onderzoek blijkt dat vergeleken bij de jaren 90 het aantal studenten en scholieren dat in Nederland Duits leert, met een derde is gedaald.

Het enige wat daartegen helpt is misschien toch verliefdheid!

Dat kinderen in Amsterdam of Den Haag niet goed Duits spreken is jammer, maar belemmert niet direct hun kansen. In grensregio’s is dat wél zo. Jongeren die in Noord-Nederland een vakopleiding afronden, komen in ons land soms lastig aan de slag. Terwijl u hier in Duitsland moeilijk te vervullen vacatures hebt. Als jongeren de taal beter beheersen, kunnen ze over de grens aan het werk. Daarom stimuleren we scholen en schoolbesturen in de grensregio’s om ‘buurtaalonderwijs’ aan te bieden. Het liefst al op de basisschool en vanaf het begin van de middelbare school. We zien daar al wel wat lichtpuntjes. In Hoogezand is bijvoorbeeld een vmbo-school die de leerlingen in de eerste drie jaar tweetalig onderwijs – Nederlands en Duits – aanbiedt. In Twente en de Achterhoek voeren scholen het project ‘Sprich deine Nachbarsprache’ uit. Daar doen 40 basisscholen aan beide zijden van de grens aan mee. Leerlingen krijgen in verschillende groepen les in de taal van het buurland. Scholieren én leerkrachten werken samen in grensoverschrijdende partnerschappen, zodat ze elkaar leren kennen en van elkaar leren. Een mooi voorbeeld om na te volgen!

‘Spreek elkaars taal’ gaat overigens verder dan alleen het letterlijk spreken van de buurtaal. Het betekent ook dat je leert hoe elkaars cultuur, gewoontes en gebruiken in elkaar zitten. Dat je bijvoorbeeld diploma’s van elkaar erkent. Ook op dat gebied zijn er al goede voorbeelden. Zo is er een grensoverschrijdend project, dat voor vier beroepen de vakopleidingen met elkaar vergelijkt. Eventuele verschillen worden aangevuld. Studenten kunnen dan in het ene land hun diploma halen, terwijl dat in het buurland automatisch wordt erkend. Die richting moeten we op met meer vakken en meer opleidingen.

Nieuwsgierig naar elkaar zijn en elkaars taal spreken. Dat waren mijn eerste twee punten. Hoe gaat dat het gemakkelijkst? Door elkaar vaak op te zoeken. En dat is dan ook mijn derde punt: ‘zoek elkaar op’.

Punt 3: Zoek elkaar op

Elkaar opzoeken doe je meestal niet zomaar. Daar moet een aanleiding voor zijn. Het is dus van belang dat we aan weerszijden van de grens zorgen voor aanleidingen om naar elkaar toe te gaan. Zoals bijvoorbeeld vanavond. Samen dineren is niet alleen aangenaam, maar verbroedert ook!

• Zo is ook sport is een effectieve manier om verbinding te zoeken. Sieger Dijkstra, de Noord-Nederlandse ereconsul voor Duitsland, gaat daar de komende tijd mee aan de slag. Wie weet valt er een leuke grensoverschrijdende voetbalwedstrijd te organiseren. Nederland-Duitsland: altijd spannend toch…? (Dat was het vroeger tenminste wel, realiseerde ik me terwijl ik sprak). Sport is in ieder geval een laagdrempelige manier om ook jonge mensen over en weer met elkaar in contact te brengen.

• Ook cultuur in alle vormen kan daarbij helpen. Denk maar aan de vele Duitsers die naar Groningen komen tijdens Eurosonic Noorderslag. Die het Groninger Museum bezoeken, waarbij de Duitse ‘roots’ van directeur Andreas Blühm ongetwijfeld ook behulpzaam kunnen zijn. Omgekeerd bezoeken talloze Nederlandse muziekliefhebbers concerten hier in Oldenburg, Bremen of Hamburg. Tijdens de jaarlijkse Bloemetjesmarkt lijkt de voertaal in Groningen wel Duits. En omgekeerd zult u op de kerstmarkten in Oldenburg heel veel Nederlands horen.

• Onderwijs en wetenschap verbinden ons ook met elkaar. Mooi voorbeeld is natuurlijk de European Medical School hier in Oldenburg, een samenwerking van de Rijksuniversiteit Groningen en de Carl von Ossietzky Universität. En onder het aantal internationale studenten in Groningen is het aandeel Duitse studenten het hoogst.

• Er zijn talloze manieren om elkaar op te zoeken, maar ik noem nog één heel belangrijke, zeker voor u als ondernemers: zaken met elkaar doen. Om dat te stimuleren zou ik graag de komende tijd weer een handelsmissie naar Duitsland organiseren. En omgekeerd Duitse ondernemers in Groningen ontvangen. Want waarom zouden we met een vliegtuig vol ondernemers naar China vliegen, terwijl de handels- en investeringskansen juist ook om de hoek net over de grens liggen? Gelukkig zijn er al jaarlijkse uitwisselingsmomenten, onder andere tussen ondernemers uit Oldenburg en Groningen, dus ze weten elkaar al te vinden. Maar het zou mooi zijn als daar steeds meer samenwerkingsverbanden, contacten en het liefst ook contracten uit voort komen. Oldenburg is een stad met veel talent, technologie, dynamiek en innovatie, staat op de website. Graag zouden wij daar vanuit Groningen van willen leren én aan willen bijdragen.

Dat laatste brengt mij op mijn vierde punt: kijk waar we elkaar aanvullen.

Punt 4. Kijk waar we elkaar aanvullen

In het begin van mijn toespraak zei ik dat onze regio’s veel op elkaar lijken. Ook qua volksaard verschillen we niet zoveel. Toch kennen we ieder onze eigen sterktes en zwaktes. Dat geldt misschien in uw eigen bedrijf ook. Om te innoveren is kennis nodig. Het kan heel goed zijn, dat de kennis die u nodig hebt, te vinden is in Groningen. Om uw bedrijfsactiviteiten uit te voeren, hebt u personeel nodig. Het kan heel goed zijn, dat vakmensen uit Nederland daar geschikt voor zijn. Wie weet kunt u ook plek bieden aan Nederlandse stagiairs of studenten die leren en werken combineren.

Begin dit jaar hebben wij een ambitieus actieprogramma opgesteld om de grensoverschrijdende arbeidsmarkt beter op gang te brengen. Want werken over de grens gebeurt nog veel te weinig. Er zijn wel mooie voorbeelden. Zoals het project ‘Sorgen für, Sorgen dass’. Via dat project gaan 400 Nederlandse en 400 Duitse studenten Zorg en Welzijn grensoverschrijdend op stage. Er zijn 30 Nederlandse en 30 Duitse werkgevers bij aangesloten en het heeft in Duitsland 60 werkervaringsplekken voor Nederlandse werknemers opgeleverd. Een mooie ‘match’, die het tekort aan zorgpersoneel in Duitsland vermindert en Nederlandse werknemers kansen op werk biedt.

Van gesprekken over grensoverschrijdende samenwerking word je soms een beetje somber. Ik heb er inmiddels al een flink aantal meegemaakt. En altijd is er iemand die begint over hoe moeilijk het is. Juridische belemmeringen. Administratieve rompslomp voor ondernemers. Diploma’s die niet erkend worden. Dat soort zaken.

De problemen zijn reëel. Maar ze kosten energie en inspiratie. En ze leiden af van waar het werkelijk om gaat: het benutten van kansen. Daarvoor is essentieel dat we in kansen gaan denken. Dat is mijn vijfde en laatste punt:

Punt 5: Denk in kansen

Denk in kansen en vergeet de moeilijkheden! Ga aan de slag, zoek partners over de grens. Kijk wat u samen kunt doen en ondernemen. Dan zult u zien dat de barrières vaak best meevallen of te overwinnen zijn. Laten we kijken naar wat ons bindt en niet naar wat ons scheidt. Laten we elkaar vertellen over goede ervaringen. Ik hoor wat dat betreft straks graag uw verhalen. Natuurlijk wil ik óók horen tegen welke barrières u soms aanloopt bij grensoverschrijdende projecten of samenwerkingsverbanden. Niet om er somber over te doen. Maar om te zoeken naar een oplossing.

Grensoverschrijdend samenwerken is niet iets van alleen overheden. Juist u als ondernemers kunt daar een heel belangrijke rol in spelen. Net over de grens ligt een afzetmarkt van 17 miljoen mensen. We hebben kennisinstellingen en innovatieve bedrijven die graag met u meedenken over productontwikkeling en –vernieuwing. We hebben goed opgeleide kenniswerkers en vakmensen die graag in Duitsland aan de slag willen. Omgekeerd stimuleer ik in Noord-Nederland bedrijven ook om over de grens te kijken, partners te zoeken en de focus op Duitsland te richten.

Enthousiast

Tijdens het ‘Cramer Ampts Mahl’ was sprake van een gedurfd experiment. De eerste Nederlandse spreker. Ik hoop dat dat een beetje is meegevallen. Want het zou zonde zijn, als ik ook meteen de laatste Nederlandse spreker zou zijn bij dit mooie diner. Ik hoop dat ik de aanwezigen enthousiast heb kunnen maken voor Duits-Nederlandse samenwerking. Dat ik u het nut en de noodzaak ervan heb kunnen laten zien. Maar vooral ook dat u er zin in hebt gekregen om met Noord-Nederland samen te werken. Dat is goed voor Nederland, voor Duitsland en voor Europa!

De FC Groningen heeft een matig seizoen achter de rug. Na een zwak begin eindigden ze op als middenmoter. Ons clublied klinkt als een gebed: ‘Laat ons weer eens juichen!’. Het gebed werd maar beperkt verhoord.

De landskampioen van Nederland komt uit Rotterdam. Het is Feyenoord. Hun clublied is biedt ook inspiratie voor onze grensoverschrijdende samenwerking. Ik ben niet zo ver gegaan dat ik tijdens de maaltijd het clublied aanhief, maar ik citeerde er een paar woorden uit:
‘Hand in hand, kameraden. Hand in hand, voor Feyenoord. Geen woorden, maar daden’.  

Zo moet het ook gaan met onze samenwerking. We moeten er niet meer te veel over praten. We moeten het doen. Geen woorden, maar daden. En als vrienden hand in hand samen verdergaan. Ik hoop dat de aanwezigen naar huis zijn gegaan met het clublied van Feyenoord in hun hoofd. En dat we ze snel terugzien in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *