We halen eruit wat er in zit

Nog even en Avebe bestaat 100 jaar. Volgend jaar is het een eeuw geleden dat – in Veendam – het Aardappelmeel Verkoop Bureau begon. En als je bij een gewone verjaardag ‘jarig’ bent, wat word je dan bij een eeuwfeest? Eeuwig?

Er zijn niet veel bedrijven en organisaties die dat kunnen zeggen. Zo vanzelfsprekend is het vandaag de dag niet dat je voor je klanten – of je aandeelhouders – relevant blijft. Dat je ‘impact’ hebt, om het eens modern te zeggen.

Over Kodak en knollen…

Roem is geen rustig bezit. Op je lauweren rusten is in een competitieve wereld het begin van het einde. Er zijn veel voorbeelden van bedrijven die te lang teerden op hun roem. De klassieker is natuurlijk Kodak, dat de opkomst van de digitale fotografie negeerde.

De fotoreus lanceerde het begrip ‘Kodakmomentje’, voor fotogenieke gelegenheden. Vorige week merkte ik dat de term nog steeds wordt gebruikt. Een collega die te laat kwam omdat hij had gemist dat we eerder begonnen, kreeg het te horen: ‘Je had even een Kodakmomentje’.

Kodakmomenten. De geschiedenis is er vol mee. Perfecte techniek, een tikje te laat.

  • De allerbeste zeilschepen werden gebouwd toen de stoomschepen al voeren.
  • De Jumbo, de Nederlandse stoomtrein, rolde uit de fabriek toen de electrificatie al in volle gang was.
  • De Maginotlinie moest de Duitsers tegenhouden, maar ze reden er gewoon omheen. Door België. Net zoals ze over onze Hollandse Waterlinie vlogen.
  • En toen ik begon te studeren zat ik op de achterbank van de auto van mijn ouders. Die hadden een adresje in Arnhem waar je die degelijke Erika kofferschrijfmachine voordelig kon kopen. Ze waren wel wat duurder, wist mijn vader. Maar ze gingen tenminste een leven lang mee…

Grote aardappels

Het gaat hard. Voordat je het weet, haalt de tijd je in. Zo bezien is het een topprestatie dat boerencoöperatie Avebe het letterlijk al zo lang wist te rooien! En dat allemaal vanwege een knol die Spaanse ontdekkingsreizigers in 1537 van Zuid-Amerika naar Europa meenamen.

Een dikke eeuw later kwam de aardappel in Groningen, waarschijnlijk via monniken die ze in hun kloostertuin plantten. Ze brachten naast het geloof dus nog meer goede dingen naar het Noorden, zal ik maar zeggen.

De aardappel heeft niet alleen de samenstelling van ons bord eten gevormd. De teelt heeft ook het landschap in Oost-Groningen bepaald. En Drenthe. De grootste aardappels uit mijn kindertijd groeiden op het land van mijn opa in Borger. Gek genoeg gebruikte Oma ze niet om eten mee te koken…

Grote aardappels. Als ik de teelt zo van een afstandje bekijk, had die lange tijd het karakter om zoveel mogelijk aardappels per bunder te verbouwen. En om zoveel mogelijk aardappel – ik bedoel natuurlijk zetmeel – uit de aardappel te halen. We halen er uit wat er in zit, om Avebe zelf maar eens te citeren!

Tegenwoordig haalt Avebe veel meer dan alleen zetmeel uit de aardappel.Ook de eiwitten, die vroeger met het afvalwater de kanalen in spoelden, zijn nu een belangrijke bron van inkomsten. En een belangrijke bron van voeding. Dankzij het zetmeel en de eiwitten. En voeding is een vraagstuk van wereldformaat.

En voeding als science…

Hoeveel miljard mensen kan de planeet voeden? Het antwoord bevat altijd twee elementen: water en voedsel. Beide zijn op sommige plekken schaars. Of ze kunnen dat worden, omdat de wereldbevolking nog steeds groeit. En omdat we nog altijd veel beter kunnen omgaan met wat we wel onze natuurlijke hulpbronnen noemen.

De Verenigde Naties verwachten dat het aantal mensen op deze aarde rond 2023 de grens van acht miljard doorbreekt. Dat stelt ons voor formidabele opgaven. En het biedt kansen. Ook als je heel voorzichtig van aard bent, denk ik dat je best mag stellen dat het met het verdienmodel van Avebe op basis van die verwachting wel goed zit!

Ik vind het eervol om vandaag het innovatiecentrum van Avebe hier op het Zernike Science Park te mogen openen. Die plek is ook passend, want voeding is ‘science’: het is wetenschap. De wereld van de Rijksuniversiteit. De wereld van het UMCG. Van Healthy Ageing ook, het onderzoek naar de gezondheid van generaties inwoners hier in het Noorden

Natuurlijk in Groningen

De meeste mensen in de zaal weet nog wel dat het spannend was. Komt het innovatiecentrum hier in Groningen, of kiest Avebe voor Wageningen, ook wel Food Valley genoemd.

Er loopt een rechte lijn van W.A. Scholten die in 1840 een fabriek bouwde in Foxhol om aardappelzetmeel te gaan produceren naar het boereninitiatief dat leidde tot de oprichting van Avebe.

Het is mooi om al bijna honderd jaar verbonden te zijn met Groningen. Maar het is niet genoeg. Historische lijnen kunnen raar kronkelen. Niets is zeker.

Het is mooi als je medewerkers hier graag willen blijven. Dat ze hier met plezier wonen. Dat ze de kwaliteit van leven in Groningen weten te waarderen. Dat is mooi, maar het is niet voldoende. Nederland is een klein land en verplaatsingen van bedrijfsonderdelen zijn eerder vertoond.

Het goede nieuws is, dat dit innovatiecentrum hier alleen kon komen, omdat het voor Avebe de beste kansen bood voor ontwikkeling in de toekomst. De beste kansen. Want alleen het beste is genoeg.

En een nieuw agrarisch ecosysteem

Dit innovatiecentrum is een nieuwe historische stap. Ik ben er van overtuigd dat die goed is voor Avebe, maar ook voor Groningen. Ik verklap geen geheim als ik zeg: dat werkgelegenheid in onze provincie een belangrijk thema is.

Het provinciebestuur, waarvan ik voorzitter ben, hecht daar veel waarde aan. We hebben uit ons programma met de passende naam Groningen@work drie miljoen euro gehaald om de komst van dit centrum te bevorderen.

We dragen uit Groningen@work ook bij aan het programma van het carbohydrate competence centre(dat is oud-Gronings voor het onderzoek naar nieuwe toepassingenvan koolhydraten). En er is een goede samenwerking met de universiteit in Wageningen. Samen met onze rijksuniversiteit zijn zij begonnen met een soortgelijk centrum voor proteïnen.

Al met hebben we hier in Groningen zo een nieuw agro-ecosysteem, gebouwd een fundament van een eeuw oud. Dit innovatiecentrum past hier heel goed. Zeker als je de nabijheid van een groot chemiecluster in Delfzijl erbij betrekt.  Of de Eemshaven, waar we grote stappen zetten in de energietransitie. Wat een kansen, wat een mogelijkheden liggen er nog open!

Met oudjes en start-ups

Zonder Avebe zou onze regionale economie er de afgelopen honderd jaar heel anders hebben uitgezien. Daarvan zijn we ons bewust.

Toen we begin dit jaar op Koningsdag een aantal spraakmakende bedrijven mochten tonen aan het Nederlandse publiek, was het voor ons vanzelfsprekend dat daar niet alleen start-ups bij zouden zijn.

Ook oude, vertrouwde boerencoöperaties wilden we laten zien. Met suikerbieten of fabrieksaardappelen. Het werd Avebe, een voorbeeld van een coöperatie die traditie paart aan vernieuwing. En dus stond op Koningsdag in de Stoeldraaierstraat de Avebe midden tussen jonge en hippe ict start-ups. En kwamen de koning en de koningin spontaan langs wandelen voor een kort praatje.

Onmiddellijk daarna sprak de koningin de gedenkwaardige woorden: ‘Groningen is echt een heel coole stad!’ Ik bedoel maar.

Vandaag opnieuw, Avebe, midden tussen de startups. Ik heb daar hoge verwachtingen van. En ik wens iedereen toe dat dit innovatiecentrum straks het vliegende middelpunt is van een aantal start-ups die alleen ontstaan doordat Avebe, UMCG en RuG hier hun kennis samenbrengen.

Dat de 100 medewerkers in dit centrum er snel nog zo’n 40 collega’s bij krijgen. Dat Groningen een trekpleister wordt van iedereen die in Nederland iets met eiwit, zetmeel of suiker wil. Een grootse toekomst voor de grootste aardappels van mijn jeugd. Mijn opa zou er trots op zijn. En die trots wens ik ieder lid van de coöperatie toe. En iedere werknemer van Avebe. En ons allemaal in de zaal.

Uitgesproken bij de opening van het Avebe innovatiecentrum

Eén gedachte over “We halen eruit wat er in zit”

  1. Geachte heer Paas, met waardering uw stuk gelezen. Een opmerking, dat je oma de fabrieksaardappel niet at, is logisch. De smaak van fabriekers is heel anders dan van echte consumptie aardappelen. Slechts enkele rassen fabrieksaardappelen zijn lekker genoeg om te eten. Dus zo verrassend was het niet dat oma ze niet at. Vr gr Luit Engelage, voormalig boer en fabrieksaardappel teler.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *