Wonderlaand


Een paar duizend mensen uit de hele provincie hebben zich bij het Veenkoloniaal Museum in Veendam verzameld. Ze trotseren de dreigende lucht en de harde wind om samen te vieren dat het Grunnens Laid honderd jaar oud is. Om vijf uur stipt zetten we in. Uit volle borst. In de wetenschap dat we dat met zo’n twintigduizend mensen doen, verspreid over honderd plaatsen in de provincie.

Stadskanaal wint dus van Veendam met 4-1.

Maar weinig mensen hebben de eer dat er twee straten in één stad of dorp naar hen zijn vernoemd. Geert Teis is er één van. Niet hier in Veendam, want Veendam heeft het eerbetoon beperkt tot één Geert Teisstraat. Maar in Stadskanaal is er niet alleen een Geert Teisstraat. Er is ook een G.W. Spitzenstraat. En ook nog eens een Geert Teis-plein. Waar we het Geert Teis-theater vinden. Stadskanaal wint dus van Veendam met 4-1.

Die G.W. Spitzen als straatnaam lijkt een vreemde eend in de bijt. Maar Geert Teis was een pseudoniem. Een schuilnaam. Gerhard Willem Spitzen was de echte naam van Geert Teis, die geboren werd in Wildervank, tussen Stadskanaal en Veendam in, maar het grootste deel van zijn leven buiten Groningen woonde. Teis was leraar. Eerst leraar Nederlands. Maar later ook leraar ‘in ’t Duits’, zoals men dat toen zei. Dat was hij onder andere in Wageningen en Den Haag.

Heimwee

Geert Teis schreef het Grönnens Laid, ons volkslied. Friesland heeft een volkslied in de tweede rijkstaal, het Fries. Alle andere zijn in het Nederlands. Behalve dat van ons. Het Grunneger Laid is het enige volkslied in Nederland dat geschreven is in de streektaal.

Waarom deed Teis dat? Ik denk dat hij heimwee had. En dat is begrijpelijk. Soms raak je een beetje gewend aan Groningen. Wordt het tamelijk gewoon, dat je buiten de stad de wind en de wolken in de verte ziet aankomen. Dat je oog zich kan richten op die ene boom op een akker.

ongegeneerd ‘snakken’, wat de meeste Groningers van hun moeders niet mogen

Maar dan ben je weer eens buiten de provincie. Voor je werk. Of op vakantie. En natuurlijk: dat is een tijdje leuk. Totdat je de huilende wind aan de dijk mist. De richt en slichte toal. En natuurlijk de ‘dege degelkhaaid’ van mensen. Als door een magneet aangetrokken ga je weer terug. Het is Spitzen niet gegeven geweest. Hij stierf vlak voor de bevrijding, in maart 1945 in Ruurlo.

Een heimweelied dus, van honderd jaar oud. Dat tegelijk een lied van bijna on-Groningse trots is. ‘Ain wonderlaand rondom ain wondre stad.’ De tekst legitimeert ongegeneerd ‘snakken’, wat de meeste Groningers van hun moeders niet mogen.

Tekstvast

Het Wilhelmus is officieel. Geschikt voor plechtigheden en herdenkingen. Het Grönnens Laid is laagdrempeliger. Geschikt voor alle gelegenheden. Teis schreef een tekst die stad en ommeland kon verbinden. En het verbindt Groningers nog steeds.

dat veel mensen zoeken naar de tekst van het tweede en derde couplet

Vandaag in Veendam is het vooral vrolijk. Als een paar duizend kelen, ondersteund met keyboard en elektrische gitaren het Grönnens Laid aanheffen, kijken we niet op een decibel. Of we Stadskanaal bereiken, weet ik niet, maar we zijn vast te horen tot in Wildervank. En het swingt. En bij zoveel luide muziek geeft het niet dat veel mensen zoeken naar de tekst van het tweede en derde couplet. Want bij het refrein is iedereen weer tekstvast.

Zodra we zijn uitgezongen begint het keihard te regenen. Doar broest de zee, doar hoelt de wind. Het plein stroomt leeg. Maar het plezier blijft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *