Zes soorten Ridder Rodenboog

Ik vertel de jongste Rodenboogjes, twee kleinzonen van burgemeester Albert Rodenboog, dat het niet lang meer duurt. Ik ben de laatste spreker voordat opa zelf aan het woord komt. Helaas voor de jonge kinderen houden beide sprekers het niet kort. En er ging al heel wat aan vooraf. Uit de drie toespraken die ze hebben doorstaan blijkt dat hun opa een geliefde burgemeester is, van wie iedereen met tegenzin afscheid neemt.

Foto: Martin Drent, RTV Noord

Ik kan dat alleen maar beamen. Van Albert Rodenboog is er maar één. Een unieke burgemeester. Mensen die niet beter weten zien misschien een wat afstandelijke, behoedzame man. Haast op het saaie af…

Maar wie de kranten heeft gelezen, de eerdere toespraken heeft gehoord of wie met Albert heeft samengewerkt, die weet: schijn bedriegt. Onder die schijnbaar onverstoorbare bestuurder sluimeren de meest uiteenlopende Albert Rodenbogen.

Ik heb jarenlang de gelegenheid gehad om dat te bestuderen. En ik deel die inzichten maar wat graag met de aanwezigen. De toespraken in de raadzaal laten zich samenvatten in zes delen. Albert Rodenboog in zes typeringen.

De rust zelve.

De eerste: de rust zelve. Toen Albert wethouder werd in Leek, oefende ik datzelfde vak al uit in Groningen. Dat deed ik nog steeds toen Albert burgemeester werd in Loppersum. Alle tijd dus om hem van een afstandje te bekijken. Ik vond hem een héél rustige CDA-wethouder in een héél rustige gemeente. De overstap naar het burgemeesterschap van Loppersum begreep ik wel. Want daar gebeurde ook nooit wat!

En zijn boosheid stijgt mee met de zwaarte van de bevingen. Verontwaardiging op de schaal van Richter

Het beeld van de stoïcijnse bestuurder heb ik later in vergaderingen en overleggen bevestigd gezien. Albert kan heel kalm, soms bijna zwijgend aanwezig zijn. Rustig schrijven. Een beetje dempen. Rustig maar: die blaadjes komen heus weer vanzelf aan de bomen…

Explosief

Toch is mijn tweede typering: explosief. Albert Rodenboog is in 2003 nog maar net burgemeester, of Loppersum wordt een aantal keren getroffen door een aardbeving. De aardbevingen brengen in Albert een ongekende strijdlust boven. En zijn boosheid stijgt mee met de zwaarte van de bevingen. Verontwaardiging op de schaal van Richter.

‘Ik kan dan heel vervelend worden,’ zegt hij daar zelf over. Dat klopt.

Het is verrassend om iemand die binnenskamers zo rustig blijft, naar buiten toe zó vlijmscherp te zien optreden. Alsof er een vuur in hem smeult, dat af en toe ontploft. ‘Ik kan dan heel vervelend worden,’ zegt hij daar zelf over.

Dat klopt. Alberts citaten in de pers liegen er niet om. Of het nou gaat over de NAM, de olies, de minister of Den Haag in het algemeen. Hij windt er geen doekjes om: hij staat keihard voor zijn mensen in Loppersum, zijn Groningers. Zelf wonend in een oud huis middenin Loppersum, weet hij precies wat zij doormaken.

Boegbeeld

Daarmee kom ik bij typering nummer drie: boegbeeld. Huizinge, augustus 2012: vanaf dat moment nemen de aardbevingen Alberts agenda grotendeels over. Onafgebroken staat hij op de barricaden om aandacht te vragen voor de gaskraan die dicht moet. Voor de onrechtvaardige manier waarop zijn mensen worden behandeld.

Iemand had een tekst voor hem geschreven. Maar natuurlijk maakte hij hem scherper.

Hij vertolkt met overtuiging hun stem. En krijgt daarvoor respect en waardering. Hij wordt een BN’er met een abonnement op het NOS-Journaal. Dat levert iconische beelden op: Albert Rodenboog met minister Kamp in de sporthal in 2013. De woedende demonstranten een jaar later bij het gemeentehuis in Loppersum. Albert als spreker bij de indrukwekkende fakkeltocht in januari dit jaar, na de klap in Zeerijp, omringd door duizenden deelnemers. Meer dan ooit.

En Albert op Koningsdag 2018, in gesprek met de Koninklijke familie. Iemand had een tekst voor hem geschreven. Maar natuurlijk maakte hij hem scherper. En hij bracht het voor TV kijkend Nederland. Op de Grote Markt in Groningen.

Verbinder

Dat laatste brengt mij op mijn volgende typering: verbinder. Want hoe hard Albert zich soms naar buiten toe ook kon uitlaten, hij slaagde er achter de schermen tóch in om de lijnen met het ministerie en de NAM open te houden. Hij wist in gesprek te blijven en partijen met elkaar te verbinden.

Dat deed bij sommigen de wenkbrauwen ook wel eens fronsen: lijnrecht tegenover Henk Kamp staan, en dan ineens vriendelijk met hem praten…? Bellen met ‘Henk’? Of zelfs bij hem op de koffie?

Het mooie van Albert Rodenboog is dat hij dat kan: hard optreden en toch als een verbinder in gesprek blijven, hoe groot de meningsverschillen ook zijn. Albert werd niet voor niets in 2013 uitgeroepen tot beste lokale bestuurder van ons land.

Leekster of Lopster?

Bie d’olle Lopster toren doar is het leven goud. Woar men ook is geboren, elk vuilt zich doar vertraauwd. Ain volk van waaineg woorden, maar deeg en traauw rondom woont bie dij olle toren, mien vredeg Loppersom.

De tekst is van Ds van Leeuwen. Maar ik ken het lied, omdat Rooie Rinus en Pé Daalemmer het zongen. Albert vertelt na mijn toespraak vertellen hoe dit zangduo zijn vrouw en hem een rilling bezorgde met precies dit lied. En dat ze zich toen realiseerden dat ze waren gaan houden van het hogeland. Van Loppersum.

Maar we doen hem tekort als we van die vijftien jaar waarin hij deze gemeente bestuurde, alleen de aardbevingen noemen.

Bij zijn vertrek uit Leek zeiden ze tegen Alberts nieuwe collega’s: ‘Maak van deze Leekster een Lopster’. Nou, dat is gelukt. Of hij wil of niet: hij zal de de geschiedenis ingaan als de Lopster burgervader. De Lopster aardbevingsburgemeester. Een geuzennaam.

Maar we doen hem tekort als we van die vijftien jaar waarin hij deze gemeente bestuurde, alleen de aardbevingen noemen. Er is zoveel meer gebeurd. De branden die ’t Zandt een tijdlang in hun greep hielden. De gevolgen van de artikel-12-status, die Loppersum achter zich wist te laten. De herindeling die in volle gang is. De krimp die nog wel even bij ons blijft. En vooral: de gesprekken met inwoners van de gemeente. De 60-jarige huwelijken. Bezoeken aan 100-jarigen. Al met al waren het bijzonder enerverende jaren. Jaren waarin je Lopster wordt.

Vechter

M’n zesde en laatste typering: vechter. Albert heeft gevochten om de gaskraan dicht te krijgen. Dat is gelukt. Toch is hij niet optimistisch over het vervolg. ‘Ik denk dat ik tot m’n 100-ste moet blijven om dit grote probleem op te lossen’, zegt hij in een van zijn afscheidsinterviews. Om eraan toe te voegen: ‘En dat gaan wij niet doen.’

Wij… Sinds het strijdbare optreden van Ina, gisteren bij RTV Noord, weten we allemaal waarom de slotzin is gesproken in de eerste persoon meervoud!

Wij gaan door in zijn geest: strijdbaar én verbindend. Rustig waar het kan, explosief als het moet.

Dat gaan wij niet doen. Dat zal iedereen begrijpen. Anderen nemen de fakkel van hem over. Wij gaan door in zijn geest: strijdbaar én verbindend. Rustig waar het kan, explosief als het moet. Altijd gericht op resultaat. Want resultaten heeft Albert wel degelijk bereikt.

Ook al zijn de problemen niet opgelost, hij heeft zijn aandeel geleverd. Daarvoor prijs én dank ik hem namens heel bestuurlijk Groningen. Hij heeft in de afgelopen 15 jaar ongelooflijk veel betekend. Voor Loppersum en voor Groningen.

Vechter wordt ridder

Het liedje van Pé en Rinus gaat ogenschijnlijk over een toren. Maar wie goed luistert, ziet iets anders: Dij olle lopster toren, dai staait doar dag en nacht. Al zwaarf ‘k in vrumde oorden, hai holdt getraauw de wacht. En as ik din noa joaren ainmoal noar hoes tou kom, din zai’k van ver mien toren, mien vredeg Loppersom.

Dit lied gaat volgens mij niet over de toren, maar over de burgemeester van Loppersum. Albert wordt om zijn rol geroemd. Daar mag hij trots op zijn. Ook al wordt hij daar als calvinist ongemakkelijk van. Hij vertoont steevast een verbaasde grimas als mensen hem complimenteren. Toch moet hij dat vandaag maar even verdragen.

Wat Albert gedaan heeft, is niet onopgemerkt gebleven. Hij heeft een essentiële rol gespeeld in de onderhandelingen over de aardbevingen. En ook daarnaast is hij voor Loppersum een uitzonderlijk bestuurder geweest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander heeft behaagd om hem te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Het is in de geschiedenis vaker voorgekomen: een vechter die ridder wordt. Dat lijkt me bijzonder passend. Ik dank hem voor zijn onvermoeibare inzet. En ik wens hem en Ina samen een mooie, rustige toekomst toe in Loppersum!

Albert bedankt via mij de koning voor de onderscheiding die hij opdraagt aan iedereen die aardbevingen moet doorstaan.

Commissarissen van de Koning spelden veel minder vaak een koninklijke onderscheiding op dan burgemeesters. Gelukkig helpt Jenny Slagter, die de burgemeester vijftien jaar terzijde stond, me bij het opspelden van het lintje.

Albert bedankt via mij de koning voor de onderscheiding die hij opdraagt aan iedereen die aardbevingen moet doorstaan. Hij vindt dat ze allemaal een lintje verdienen. Hij begrijpt dat dat even duurt, maar, grapt hij: “ik ben er van overtuigd dat de commissaris daar hard aan werkt.” Daaraan niet, Albert. Maar aan de rest van je erfenis zeker.

Eén gedachte over “Zes soorten Ridder Rodenboog”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *