‘Stemmen zonder last’


Als waar is dat een halve waarheid erger is dan een hele leugen, dan bevind ik me op gevaarlijk terrein. Ik heb bij de installatie van de nieuwe Staten gezegd dat dit de oudste Statenzaal van het land is. Al ruim vier eeuwen in gebruik. Maar dat is maar gedeeltelijk waar.

Want toen (na ruim 250 jaar) Thorbecke in 1850 kwam met een Provinciewet, is de boel hier compleet vertimmerd.

De Statenzaal was vroeger kleiner. Maar er kwamen meer Statenleden, dus er was meer ruimte nodig. Daarom werd een schooltje naast de Statenzaal gekocht en afgebroken. De Statenzaal werd veel groter. De prachtige schouw die nu nog steeds in de Statenzaal aanwezig is, werd een flink eind naar achteren verplaatst. En er kwam een publieke tribune.

En dan het overleg zelf nog: Friesland was berucht.

De grootste verbouwing zat niet in het pand, maar in de wet. Thorbecke maakte bij gemeenten, provincies en rijk een einde aan de inrichting van de oude Republiek der Verenigde Nederlanden, die ontstond in de Unie van Utrecht (1579). De Staten-Generaal was de vergadering van de afgevaardigden van de zeven gewesten. Die afgevaardigden kregen een opdracht (een last) mee. Als er iets gebeurde waardoor je anders zou moeten stemmen, moesten ze eerst terug naar hun eigen gewest om daar te overleggen. Dat was in een tijd waarin het twee dagen kostte om van Den Haag in Appingedam te komen. En dan het overleg zelf nog: Friesland was berucht. Dat had elf steden en dertig grietenijen die allemaal hun zegje moesten doen. We kennen nog steeds de uitdrukking ‘op z’n elf en dertigsten’.

Niet het deel, maar het geheel

De Grondwet van Thorbecke maakte er een eind aan. Leden van de Staten Generaal moesten het beste van het Nederlandse volk, het hele land, voor ogen hebben. Niet van het deel waarvan je de vertegenwoordiger was. Of van de stand waar je uit voortkwam. “De leden stemmen zonder last of ruggespraak.” heette dat.

Ruggenspraak is inmiddels weer geaccepteerd. Volksvertegenwoordigers zijn altijd doorgegaan met het voeren van overleg met hun politieke achterban en met de rest van de samenleving. Maar het lastverbod is gebleven. Het staat ook in de Provinciewet (Art 27). Niemand kan een Statenlid vertellen hoe hij of zij moet stemmen.

Je politieke partij kan je royeren. Je fractie kan je uit de fractie zetten. Maar je mag stemmen wat je wilt.

En Statenleden mogen zichzelf ook niet in een positie brengen waarin anderen hen kunnen vertellen wat ze moeten stemmen: je hele dorp kan op zijn kop gaan staan. Je werkgever kan boos worden. Je politieke partij kan je royeren. Je fractie kan je uit de fractie zetten. Maar je mag stemmen wat je wilt. En ja, je houdt je zetel, wat ze ook zeggen over ‘zetelroof’ als je uit je partij stapt. Want de vrijheid van stemmen is fundamenteel. De leden stemmen zonder last.

Dilemma’s

Na deze principiële uitspraken beginnen de dilemma’s. Daarover praat ik vandaag met Statenleden in het introductieprogramma. Statenleden krijgen 1.200 euro bruto voor hun werk. En een kleine onkostenvergoeding. Bedragen die bedoeld zijn om een inkomensachteruitgang in je hoofdfunctie te compenseren. Niet als zelfstandig inkomen.

Want het is de bedoeling dat Statenleden midden in de maatschappij staan. Een Statenlid is geen monnik die zich heeft afgezonderd van de rest van de wereld, maar iemand die de wereld in de Statenzaal brengt. Dus het is niet gek dat volksvertegenwoordigers ook belangen hebben in de samenleving.

Verboden handelingen

Soms kunnen die belangen zo sterk zijn dat ze er aan in de weg staan dat je goed functioneert als Statenlid. Een aantal dingen zijn wettelijk verboden, de zogeheten ‘onverenigbare betrekkingen’ (art 13). Twee weken geleden, toen de commissies voor de geloofsbrieven hun werk deden, controleerden ze onder andere of statenleden functies hebben die je niet mag combineren met het lidmaatschap van de Staten. Bijvoorbeeld provincieambtenaar.

De mist ontstaat altijd buiten de wetstekst.

Maar er zijn ook ‘verboden handelingen’ (art 15). Een Statenlid mag geen advocaat of adviseur zijn voor mensen die een geschil met de provincie hebben. Je mag ook geen andere mensen helpen die met de provincie zakelijke contracten afsluiten. En je mag die contracten ook niet zelf afsluiten met de provincie. De Minister van BZK kan in bepaalde gevallen ontheffing verlenen, maar in principe mag het niet.

Eigen verantwoordelijkheid

Maar dat zijn de heldere categorieën. De mist ontstaat altijd buiten de wetstekst. Statenleden nemen bij elke stemming hun eigen belangen en de belangen van hun buren, hun werkgever, hun familie en hun politieke partij ook mee. Ieder Statenlid is ook inwoner van de provincie. Als je een auto hebt, betaal je opcenten. En als we een subsidie geven, is het soms voor iets in je buurt. Dus het is onvermijdelijk dat je ook af en toe een persoonlijk belang hebt bij een provinciaal besluit.

Dus het is onvermijdelijk dat je ook af en toe een persoonlijk belang hebt bij een provinciaal besluit.

De kern van het lastverbod is dat je een besluit neemt ten behoeve van het algemeen belang, dus dat je in staat bent om daarvoor te kiezen, ook als je een persoonlijk belang hebt. Maar wanneer is je persoonlijke belang zo groot dat je maar beter niet deel kunt nemen aan een vergadering? Beter niet kunt stemmen?

Statenleden functioneren in fracties. En ze zijn gekozen op een programma. Wanneer leidt fractiediscipline tot een serieuze inbreuk op het lastverbod? Wanneer breng je jezelf in een positie waarin je gedwongen bent om op een bepaalde manier te stemmen?

Mensen helpen

Veel Statenleden zullen mensen willen helpen. En wanneer gaat dat zo ver dat het in de buurt komt van belangenbehartiging tegen de provincie? Waar eindigt je ombudsfunctie en begint cliëntelisme?

Het antwoord is niet pasklaar te geven.

De Statenleden bespreken dilemma’s. En natuurlijk verschillen de accenten en de meningen. Wanneer stem je mee en wanneer niet? Wanneer kun je een cadeautje accepteren en wanneer wordt hetzelfde aardigheidje ineens verdacht? En ze spelen situaties na: hoe ga je om met mensen die je vragen om iets te regelen? En die je een klein beetje chanteren voor de goede zaak? Spreek je elkaar daarop aan?

Het antwoord is niet pasklaar te geven. Wat we kunnen doen is scherp zijn op elkaar. En goede gewoontes onderhouden in de Staten. We zijn samen verantwoordelijk voor de reputatie van de volksvertegenwoordiging. Maar het begint en eindigt bij je eigen verantwoordelijkheid. De leden van de Staten zijn er flink mee bezig. Vandaag, maar ongetwijfeld ook in de jaren die komen.

Eén gedachte over “‘Stemmen zonder last’”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *