'Sociale grondrechten' klinkt misschien abstract, maar ze staan deze weken midden in het politieke debat. Ze heten alleen anders. Ze heten wooncrisis, zorg, migratie, stikstof, en zelfs vrijheid van onderwijs. Voor iedereen die vandaag in de Statenzaal zit, is de vertaling snel gemaakt: ze staan allemaal in de Grondwet. De Statenzaal is het toneel van een symposium dat is gewijd aan sociale grondrechten. En aan de manier om die wat meer bijtkracht te geven.
De organisatoren hebben een prima plek gevonden. Ik vind het prachtig dat dit debat hier vandaag plaatsvindt, in deze zaal. Al meer dan vier eeuwen de plek waar we hartgrondig van mening verschillen over de vraag die nooit veroudert: hoe maken we het leven van mensen beter, veiliger, waardiger? Hoe bieden we elkaar bestaanszekerheid? De vraag naar sociale rechtvaardigheid.
Thorbecke wist al dat we daarvoor aan klassieke vrijheidsrechten niet genoeg hebben. Hij zei in 1844: "wat is de wetgeving, die allen Staatsburgerschap aanbiedt onder eene door weinigen bereikbare voorwaarde, wat is die wetgeving, tenzij ironie?"
- Proeve van een Grondwetsherziening: Sociale Grondrechten, op rug.nl
- Johan Rudolf Thorbecke door Jan Romein, op dbnl.org
Sociale grondrechten
Grondrechten beperken zich niet tot de Grondwet. Nederland heeft zich verbonden aan tal van internationale verdragen die grondrechten, ook sociale grondrechten, erkennen en beschermen. Maar toen ik hier kwam studeren, hing de grote grondwetsherziening van 1983 nog in de lucht. Een nieuwe Grondwet met iets nieuws: een hele rij sociale grondrechten.
We zijn veertig jaar verder. Nu kunnen we beter zien hoezeer deze herziening een kind was van haar tijd. Er was in de jaren ’70 en ’80 een groot geloof in de vooruitgang. Met een hoofdrol voor de overheid. Die moest zorgen voor vrijheid, maar ook voor welvaart, werk en welzijn. Een 'moderne, sociale rechtsstaat', in de woorden van de Staatscommissie Cals Donner, “heeft mede tot taak voorwaarden te scheppen voor de ontplooiing van de menselijke persoon en voor maatschappelijke gerechtigheid.”
Waarvoor precies? Ja, dat staat er niet zo scherp.
En zo leerde ik de sociale grondrechten kennen. De overheid moest de werkgelegenheid bevorderen (art. 19), zorgen voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art 20), het leefmilieu beschermen en verbeteren (art 21), en zorg dragen voor volksgezondheid, woongelegenheid en voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding (ja, echt! - art 22). Het rijtje werd afgesloten met het beroemde artikel 23, waarin onderwijs vrij was, maar ook een “voorwerp van aanhoudende zorg der regering”.
Zorgplichten dus. Je kon er niet makkelijk mee naar de rechter. Artikel 120 van de Grondwet verbood trouwens ook de toetsing van wetten aan de Grondwet. Maar het was een duidelijk signaal: de staat moet ervoor zorgen. Waarvoor precies? Ja, dat staat er niet zo scherp.
- Welke mensenrechtenverdragen zijn er?, op mensenrechten.nl
- Grondwetsherziening 1983, op denederlandsegrondwet.nl
Sociaal beleid - ook zonder grondrechten
Mijn favoriete stelling over overheidsbeleid is dat alle beleid uiteindelijk sociaal beleid is. We asfalteren echt niet uit liefde voor asfalt. We leggen heus geen bedrijfsterreinen aan omdat we ze mooi vinden. We doen dat om mensen vooruit te helpen. Een sociaal doel. ‘Brede welvaart’, zeggen we tegenwoordig.
En het is niet nieuw. Toen we in de 17e eeuw besloten over de bedijking van het Reitdiep en de Dollard, ging het om het naakte bestaan. Over de bescherming van boeren en bewoners tegen het water. Dijken aanleggen was de letterlijke belofte: wij laten elkaar niet verzuipen.
Toen de Staten in de 19e eeuw de plannen steunden voor de aanleg van spoorlijnen en voor de aanleg van het Eemskanaal, was dat omdat die verbindingen arbeid, handel en hoop brachten. Voor onze inwoners.
mensen fatsoenlijke huizen te bieden in plaats van krotten
En toen provinciebestuurders in de 20ste eeuw woningbouwverenigingen ondersteunden, bouwverordeningen goedkeurden, en hielpen om in de Veenkoloniën modelwoningen te realiseren, was dat om onze mensen fatsoenlijke huizen te bieden in plaats van krotten.
En in deze eeuw liepen Provinciale Staten van Groningen voorop in hun strijd tegen de gasellende van onze inwoners en voor een een Nij Begun. Dat een gemiste termijn bij de Raad van State in de Statenzaal een grote kwestie is, zegt veel over de inzet waarmee Provinciale Staten aan deze diep sociale kwestie willen werken.
Vier voorbeelden uit vier eeuwen. Zelden zeggen we hardop dat het gaat over sociale grondrechten. Maar het is zo.
- 1.1 Waterstaatsgeschiedenis in Groningen, op geschiedenisbibliotheekgroningen.nl
- 38 Rijkshavenbedrijf Delfzijl, 1897 - 1957, op groningerarchieven.nl
De stemming van deze tijd
We staan een week voor de verkiezingen. Vroeger noemden we dat 'het feest van de democratie'. Maar feestelijk voelt het niet Het SCP meldde dat meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat de politiek niet opkomt voor ‘mensen zoals ik’. En Ipsos meldde rond Prinsjesdag dat slechts een kwart van de bevolking nog vertrouwen heeft in de Tweede Kamer – het laagste niveau in jaren. Waarom? Omdat de politiek problemen niet oplost (76%), vooral met zichzelf bezig is (74%) en niet in staat is tot samenwerken (68%).
ooit de afspraak dat we elkaar niet laten zakken
Dat wantrouwen komt niet uit de lucht vallen. Iedereen kent wel iemand die geen huis kan vinden, iemand die niet de zorg krijgt die hij nodig heeft, iemand die achterstanden heeft bij gas en licht, iemand die nog steeds wacht op schadeherstel of op de voortgang van de versterking. Steevast blijken de systemen die moesten helpen, in de praktijk tegenstanders.
De verzorgingsstaat was ooit de afspraak dat we elkaar niet laten zakken. Maar te veel mensen ervaren het anders. Ze vragen zich af of de politiek die belofte nakomt. Het is een vraag over rechtvaardigheid, over bestaanszekerheid – en dus over precies dat waar sociale grondrechten over gaan.
Een Grondwet met tanden?
In artikel 120 van de Grondwet staat dat rechters wetten niet mogen toetsen aan de Grondwet. Het kabinet wil dat verbod deels schrappen, namelijk voor de klassieke grondrechten. Voor de sociale nog niet, want men vreest ‘politisering van de rechtspraak.’
Zou je er eigenlijk wat aan hebben? Aan toetsing van wetten aan sociale grondrechten? Biedt dat je kansen als je een huis wilt? Als je werk zoekt? Als je minder schadelijke stoffen wilt inademen of als je een theater wilt op fietsafstand van je huis? Ik ben niet optimistisch. Want de sociale grondrechten in de Grondwet zijn zo vaag opgeschreven, dat het wel veel moed vraagt om daarmee naar de rechter te stappen.
'leveren', om het eens modieus te zeggen
En daarom is de Proeve van een Grondwetsherziening: Sociale Grondrechten van Gijsbert Vonk en andere wetenschappers interessant. Ze lanceren hem vandaag. Stel nou dat je niet alleen wetten mag toetsen aan de Grondwet, inclusief de sociale grondrechten, maar de Grondwet ook zo herschrijft dat er echt iets te toetsen valt? Hoe zou dat er dan uitzien? Kun je de overheid werkelijk houden aan resultaten?
Het is een aantrekkelijk gedachte – een Grondwet die niet alleen zegt wat de overheid moet laten, maar ook wat ze moet 'leveren', om het eens modieus te zeggen. Ik denk dat de Grondwet daar leuker en leesbaarder van wordt. Concreter en herkenbaarder. De verantwoordelijkheid van de overheid wordt scherp gemaakt. En het versterkt de sociale rechten die zijn opgenomen in internationale verdragen.
- Meerderheid Nederlanders vindt dat politiek niet opkomt voor mensen zoals zij, op scp.nl
- Prinsjesdagonderzoek 2025: politiek vertrouwen daalt naar niveau van voor kabinet-Schoof, op ipsos-publiek.nl
Doen wat je belooft
Zo’n aanscherping past gek genoeg bij de denkwijze van 1983. Toen stond al in de memorie van toelichting bij de grondwetsherziening dat sociale grondrechten moesten aangeven wat we als maatschappelijke verworvenheid zien en wat als plicht van de overheid wordt ervaren. Maar het leidde tot de kogelronde teksten van de huidige Grondwetsartikelen.
Zit het er in? Een scherper geformuleerde Grondwet, een Grondwet met tanden? Laat ik eerlijk zijn: het lijkt me een waagstuk. Want zodra je probeert de sociale grondrechten scherper en concreter te maken, zit je tot je nek in een uitermate politiek debat. Wat betekent “voldoende woongelegenheid”? Wat is “bestaanszekerheid”? Dat zijn geen juridische definities. Het zijn politieke keuzes. Als de rechter daarover moet oordelen, grijpt dat diep in in de democratie. Het leidt bovendien tot een nog grotere druk op de rechter.
En als alles een recht wordt, maar de overheid het niet kan waarmaken, wat koop je dan voor die duidelijke teksten? Leg je dan niet de basis voor de volgende teleurstelling?
Zoals altijd komt de naleving vóór de handhaving. Daarom is essentieel dat overheden zelf hun sociale grondrechten serieus nemen. Omdat ze fundamentele verplichtingen van de overheid aan de mensen die het zonder de overheid niet redden. Wij allemaal dus, maar niet allemaal in dezelfde mate.
- Constitutionele toetsing aan sociale grondrechten – een vervolg, op nederlandrechtsstaat.nl
Levendig debat
In deze zaal is vier eeuwen lang gewerkt aan die belofte van sociale rechtvaardigheid. Dijken, kanalen, woningen, versterkte huizen: steeds opnieuw probeerden provinciebestuurders recht te doen aan hun tijd. Steeds opnieuw ook verschilden ze van mening over de manier waarop.
De Proeve staat in die traditie. Ze probeert de sociale belofte van Nederland opnieuw onder woorden te brengen: een samenleving waarin ieder mens telt. Waarin bestaanszekerheid, gezondheid, huisvesting en participatie geen gunsten zijn, maar rechten.
wie aan zo’n Grondwet werkt, kan rekenen op een flink debat.
Het realiseren daarvan vraagt veel meer dan een Grondwet. Maar misschien begint het daar wel mee: met woorden die iets betekenen, met beloften waaraan we de overheid kunnen houden.
En wie aan zo’n Grondwet werkt, kan rekenen op een flink debat. Terecht, wat mij betreft. Want de invulling van sociale grondrechten zie ik bij uitstek als politiek. Het is het soort debat dat in deze Statenzaal al vier eeuwen gaande is. Een prima plek dus voor een stormachtig debat terwijl de storm ook buiten losbarst. Het belooft een onrustige middag te worden!

