Archieffoto Rijkswaterstaat / Ton Poortvliet

Lenen voor de Lelylijn

Tijdens de kabinetsformatie hoeven de partijen niet bang te zijn om geld uit te trekken voor investeringen. Die stimuleren namelijk onze economische groei, en daar plukt iedereen in de toekomst de vruchten van, schrijven de commissarissen van de Koning van vier noordelijke provincies vandaag in Het Financieele Dagblad.

 

Door René Paas, Arno Brok, Jetta Klijnsma en Arjen Gerritsen

  • Iedereen wil de lelylijn maar niemand wil betalen, op fd.nl

Het duurt vast nog wel even voordat we weten hoe de nieuwe coalitie er precies uitziet. Maar er is één verstandige boodschap af te geven die past bij elke denkbare coalitie: investeer in infrastructuur. En dan in het bijzonder in de Lelylijn.

De Nedersaksenlijn wordt aangelegd. En de Lelylijn staat net als de vorige keren in de meeste verkiezingsprogramma’s. Vorig jaar stelden het Rijk en de regio nut en noodzaak van de lijn vast. Maar ja, het kost geld. En de ervaring leert dat we daarvoor vaak terugschrikken – ten onrechte.

We zijn zorgelijk voorzichtig als het gaat om investeringen. Dat is raar: wonen in onze delta vergt al eeuwenlang grote offers. We danken onze welvaart aan grote investeringen uit het verleden. Toch vergeten we nu het belangrijke onderscheid tussen gewone uitgaven en investeringen die ons land vooruithelpen. Dat onderscheid bepaalt of Nederland groeit of stilstaat.

De motor hapert

Onze economie draait, maar te langzaam. In 2024 groeide de economie met 0,6%. Voor 2025 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een groei van 1,5% Dat is te weinig om de vergrijzing, de energietransitie en de stijgende zorgkosten bij te benen.

Voor alle duidelijkheid: onze financiële positie is niet wankel. De Nederlandse staatsschuld bedroeg eind 2024 slechts 43% van het bbp – dat is ruim onder de Europese grens van 60%. Nederland kan zich dus meer investeringen veroorloven.

Beseffen we dat Nederland straks ook nog fit en competitief moet zijn?

De Oeso, de Europese Unie en de Raad van State wijzen daar op. Ze waarschuwen al jaren: consumeer minder, investeer meer. De Algemene Rekenkamer toont aan dat geld voor investeringen vaak op de plank blijft liggen. We begroten wel, maar bouwen weinig. Ook in kennis en innovatie lopen we achter. Nederland investeert daarin slechts 2,2% van het bbp, waar de Europese doelstelling 3% is.

Nederland lijkt zo op een gezin waarin te weinig wordt gestudeerd, te weinig wordt getraind en te weinig groente wordt gegeten. Beseffen we dat Nederland straks ook nog fit en competitief moet zijn?

Zuinig is een misverstand

Zodra de kabinetsformatie begint, krijgen de onderhandelaars indringende waarschuwingen van de bewakers van de schatkist: ‘Kijk uit met uitgaven.’ Dat klinkt degelijk en verstandig, maar bij investeringen is zuinig een misverstand. Internationale studies laten de ‘gulden regel’ van overheidsfinanciën zien: je mag lenen voor publieke investeringen die toekomstige generaties vooruithelpen. Daarom bieden bijvoorbeeld ook de Europese begrotingsregels tegenwoordig meer ruimte voor groei en hervorming, als het maar past in een houdbaar meerjarenplan.

Brussel begrijpt wat Den Haag soms vergeet: investeren is financieel verstandig. Wie investeert in groei, vergroot het nationale inkomen. Daardoor wordt de schuld in verhouding kleiner. Groei helpt zo om de staatsschuld te temmen.

Nederland wordt bewonderd om de investeringen uit het verleden.

Er zijn zorgen dat een groeiende overheid de private sector verdringt. Dat is begrijpelijke kritiek bij publieke uitgaven in het algemeen, maar niet bij investeringen. Publieke investeringen verdringen de markt niet – ze versterken haar juist. De Wereldbank geeft aan dat €1 publieke investering voor gemiddeld €1,6 extra private investeringen veroorzaakt. Publiek geld legt zo het fundament waarop bedrijven verder kunnen bouwen.

Nederland wordt bewonderd om de investeringen uit het verleden. Denk aan de Afsluitdijk, de IJsselmeerpolders en de Deltawerken. Ooit waren ze duur en omstreden, maar niemand betwijfelt nog dat ze onze welvaart hebben vergroot. Voor investeringen in infrastructuur geldt dat nog steeds. Ook buitenlandse studies laten dat zien: investeringen in infrastructuur verbinden arbeidsmarkten, verkorten de reistijden en verhogen de productiviteit.

  • Crowding in” Effect of Public Investment on Private Investment Revisited, op PDF

Verkeerde zuinigheid

Voor wie denkt dat investeren duur is: files, volle stroomnetten, woningtekorten en stikstofproblemen kosten vele miljarden groei per jaar. Ze zijn het gevolg van verkeerde zuinigheid. Stilstand is achteruitgang: in geld, gezondheid en welzijn.

De Lelylijn is waarschijnlijk het mooiste actuele voorbeeld. De spoorlijn verandert Nederland door uithoeken te verbinden. Ze verkort de reistijd tussen Groningen en Amsterdam tot iets meer dan een uur. Omdat de lijn deel uitmaakt van het Europese TEN-T-netwerk, kan Nederland rekenen op steun uit Brussel. En onderzoek liet al zien dat de maatschappelijke baten zich niet beperken tot een revolutie in de reistijdenkaart. De lijn verbindt mensen, spreidt woningbouw en versterkt de economie in het Noorden én in de Randstad.

Nederland snakt naar een investeringskabinet.

Nederland is te klein voor een periferie. We kunnen ons geen regio’s meer veroorloven die ‘te ver weg’ liggen; we hebben echt het hele land nodig. Snelle bereikbaarheid maakt Nederland kleiner en sterker. De Lelylijn is een essentiële investering in land dat kansen eerlijker verdeelt en meer mogelijkheden benut. De lijn maakt een einde aan ‘ver weg’ en herstelt zo het evenwicht in Nederland.

Aarzelen helpt niet. Wie niet investeert nu het kan, betaalt later voor stilstand. Dat weten we al eeuwen – en daar handelden we altijd naar. Laten we dat opnieuw doen. Nederland snakt naar een investeringskabinet.

René Paas, Arno Brok, Jetta Klijnsma en Arjen Gerritsen zijn commissaris van de Koning in respectievelijk Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland.

Illustratie van Hein de Kort bij het artikel in het FD