Trouble is our business

Maandagavond. Een collegezaal in Leeuwarden, gevuld met studenten bestuurskunde, Europese studies, rechten en veiligheidskunde. De Thorbecke Academie. Een plek waar jonge mensen leren hoe Nederland wordt bestuurd. En af en toe ook waarom! Een vrolijke boel, bovendien.

Ik mocht er te gast zijn, als commissaris van de Koning 'helemaal uit Groningen' (ja, zelfs daar). Het werd een levendige avond. Studenten die vragen stelden, lachten en soms even stil vielen. We spraken over de democratische rechtsstaat, over vertrouwen in de overheid, en over wat het betekent om te werken in het publieke domein.

Vertrouwen daalt

Wat me opviel: verreweg de meesten kozen bewust voor het openbaar bestuur. Terwijl de wereld om hen heen juist wantrouwig is. Zelf vinden ze trouwens ook niet dat de overheid het zo goed doet. Maar ze kiezen wel de overheid als werkterrein. En dat in een tijd waarin politici worden uitgescholden op sociale media en bestuurders beveiliging nodig hebben. Waarin ambtenaren steeds meer te maken krijgen met agressief gedrag van anderen. En waarin het vertrouwen in de Tweede Kamer in een paar jaar tijd daalde van meer dan de helft van de Nederlanders naar minder dan een derde. Wie dán zegt: “Ik wil werken voor de overheid”, verdient eigenlijk al ons vertrouwen.

We spraken over drie kwesties die schuren omdat ze het hart van onze rechtsstaat raken. Over de gaswinning, die Nederland decennialang welvaart bracht, maar Groningen karrenvrachten vol ellende en die nog lang naschokken veroorzaakt. Onherstelbare schade, niet alleen in muren, vooral in het vertrouwen. We spraken over Ter Apel, waar het asielsysteem piept en kraakt, niet omdat er zo veel vluchtelingen zijn, maar omdat er te weinig huizen zijn. En over de ongelijkheid tussen regio’s, dankzij beleid dat decennia lang de sterkste schouders de beste kansen gaf. Wat betekent het werkelijk als elke regio telt? 

Wie is de baas?

Daar tussendoor ging het over een vraag die verrassend moeilijk te beantwoorden is: Wie is de baas in Nederland? De Europese Commissie die doelen stelt? Den Haag dat wetten maakt? Gemeenten die ze uitvoeren? Of de provincie, die probeert om iedereen bij elkaar te houden? Het eerlijke antwoord is: niemand alleen. Ze kenden het bestuurskundige begrip: 'multilevel governance' ofwel: gedeeld bestuur. In Nederland draait de macht niet om bevelen geven, maar om de kunst om te verbinden: de uithoeken van het land, de mensen van goede wil, de generaties overheidsdienaren.

Openbaar bestuur is een ambacht. Het gaat om luisteren, uitleggen, schipperen, overtuigen. Niet alles wat rechtmatig is, voelt rechtvaardig. En niet alles wat eerlijk voelt, past binnen de regels. Wat doe je als je dat tegenkomt? Maar precies in dat spanningsveld speelt zich het mooiste deel van ons werk af. En dat is wat die studenten in Leeuwarden intuïtief al begrepen. Het gaat niet om de macht maar om de betekenis voor anderen. 

Rottigheid is dus onderdeel van het openbaar bestuur. Daar schrikken we niet van. Trouble is our business. Wij bekommeren ons om de dingen die niet vanzelf goed gaan. Om de mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen. En daarom is de overheid misschien wel de mooiste werkkring van Nederland.